Zacharias 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Op die dag zal er voor het huis van David en voor de bewoners van Jerusalem een bron ontspringen tegen zonde en onreinheid.
1“On that day a fountain will be opened to the house of David and the people of Jerusalem, to cleanse them from sin and impurity.
2Op die dag, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen, vaag Ik de namen der afgoden weg uit het land. zodat ze niet meer worden vermeld; eveneens zal Ik de profeten uit het land verdrijven met de geest van onreinheid.
2And on that day, declares the LORD of Hosts, I will erase the names of the idols from the land, and they will no longer be remembered. I will also remove the prophets and the spirit of impurity from the land.
3En als iemand zich nog uitgeeft voor profeet, dan zullen zijn vader en moeder, die hem hebben verwekt, tot hem zeggen: Gij blijft niet leven, want ge spreekt leugens in Jahweh’s Naam; en zijn vader en moeder, die hem hebben verwekt, zullen hem doorboren, wanneer hij optreedt als profeet.
3And if anyone still prophesies, his father and mother who bore him will say to him, ‘You shall not remain alive, because you have spoken falsely in the name of the LORD.’ When he prophesies, his father and mother who bore him will pierce him through.
4Op die dag zullen alle profeten zich schamen over hun visioenen, die ze schouwen, en zich niet met de haren mantel durven bekleden, om leugens te spreken.
4And on that day every prophet who prophesies will be ashamed of his vision, and he will not put on a hairy cloak in order to deceive.
5Neen, hij zal zeggen: Ik ben geen profeet, ik ben maar een boer; ik heb een akker gehad van kindsbeen af.
5He will say, ‘I am not a prophet; I work the land, for I was purchased as a servant in my youth.’
6En als men hem vraagt: Waar komen dan de wonden in uw handen vandaan, zal hij zeggen: Die zijn mij in het huis van mijn vrienden geslagen.
6If someone asks him, ‘What are these wounds on your chest ?’ he will answer, ‘These are the wounds I received in the house of my friends.’
7Zwaard, hef u op tegen mijn herder, tegen den man die Mij nastaat, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen! Sla den herder: de schapen worden verstrooid; ook op de herdersknapen leg Ik mijn hand.
7Awake, O sword, against My Shepherd, against the man who is My Companion, declares the LORD of Hosts. Strike the Shepherd, and the sheep will be scattered, and I will turn My hand against the little ones.
8In heel het land, is de godsspraak van Jahweh, zullen twee derden worden uitgeroeid en sterven, slechts één derde blijft erin over.
8And in all the land, declares the LORD, two-thirds will be cut off and perish, but a third will be left in it.
9Dat derde deel zal Ik door het vuur laten gaan; ze smelten, zoals men zilver smelt; ze louteren, zoals goud wordt gelouterd. Dan zal het mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren. Dan zal Ik zeggen: Dit is mijn volk; en zij zullen zeggen: Jahweh, mijn God!
9This third I will bring through the fire; I will refine them like silver and test them like gold. They will call on My name, and I will answer them. I will say, ‘They are My people,’ and they will say, ‘The LORD is our God.’”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.