Zacharias 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Weer sloeg ik mijn ogen op, en zag toe. Zie, daar was een vliegende boekrol.
1Et conversus sum, et levavi oculos meos, et vidi, et ecce volumen volans.
2Hij sprak tot mij: Wat ziet ge? Ik zeide: Ik zie een vliegende boekrol, twintig el lang en tien el breed.
2Et dixit ad me: Quid tu vides? Et dixi: Ego video volumen volans: longitudo ejus viginti cubitorum, et latitudo ejus decem cubitorum.
3Hij sprak tot mij: Dit is de vloek, die rondwaart door het hele land. Want, naar er op geschreven staat, wordt van dit ogenblik af iedere dief weggevaagd, iedere meinedige weggevaagd van dit ogenblik af.
3Et dixit ad me: Hæc est maledictio quæ egreditur super faciem omnis terræ: quia omnis fur, sicut ibi scriptum est, judicabitur, et omnis jurans ex hoc similiter judicabitur.
4Ik heb hem ontketend, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen; hij zal het huis van den dief binnendringen, en het huis van hem, die meinedig zweert bij mijn Naam; hij zal in dit huis overnachten, en het vernielen met balken en stenen.
4Educam illud, dicit Dominus exercituum: et veniet ad domum furis, et ad domum jurantis in nomine meo mendaciter: et commorabitur in medio domus ejus, et consumet eam, et ligna ejus, et lapides ejus.
5Toen verscheen de engel, die tot mij sprak, en zeide tot mij: Sla uw ogen op en zie, wat daar te voorschijn komt.
5Et egressus est angelus qui loquebatur in me, et dixit ad me: Leva oculos tuos, et vide quid est hoc quod egreditur.
6Ik zeide: Wat is het? Hij sprak: Dat is de korenmaat, die te voorschijn komt. Hij vervolgde: Dit is hun schuld in het hele land!
6Et dixi: Quidnam est? Et ait: Hæc est amphora egrediens. Et dixit: Hæc est oculus eorum in universa terra.
7Toen werd een loden deksel opgelicht, en zie, in de korenmaat zat een vrouw!
7Et ecce talentum plumbi portabatur, et ecce mulier una sedens in medio amphoræ.
8Hij sprak: Dit is de goddeloosheid! Toen drukte hij haar in de korenmaat terug, en sloeg het loden gewicht op de opening dicht.
8Et dixit: Hæc est impietas. Et projecit eam in medio amphoræ, et misit massam plumbeam in os ejus.
9Ik sloeg mijn ogen op, en zag toe. En zie, daar verschenen twee vrouwen; ze hadden vleugels als die van een ooievaar, en de wind blies in haar vleugels. Ze hieven de korenmaat op tussen aarde en hemel.
9Et levavi oculos meos, et vidi: et ecce duæ mulieres egredientes: et spiritus in alis earum, et habebant alas quasi alas milvi, et levaverunt amphoram inter terram et cælum.
10Ik vroeg den engel, die tot mij sprak: Waar brengen ze de korenmaat heen?
10Et dixi ad angelum qui loquebatur in me: Quo istæ deferunt amphoram?
11Hij gaf mij ten antwoord: Ze gaan haar een huis in Sjinar bouwen. Wanneer dit gereed is, wordt ze daar op haar plaats gezet!
11Et dixit ad me: Ut ædificetur ei domus in terra Sennaar, et stabiliatur, et ponatur ibi super basem suam.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.