Nehemia 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Sanbállat hoorde, dat wij bezig waren, de muur te herbouwen, ontstak hij in gramschap en woede. Hij begon, de spot met de Joden te drijven,
1Як почув Санаваллат, що ми будуємо мур, розсердився і лютився дуже та глузував з Юдеїв,
2en sprak voor zijn ambtgenoten en de bezetting van Samaria: Wat voeren die stakkers van Joden toch uit? Willen ze het God laten doen, en maar offers brengen, het vandaag nog voltooien? Willen zij de stenen, die door het vuur zijn verkoold, uit de hopen stof doen verrijzen?
2І говорив при своїх братах та при Самарийських військових людях, і казав: Що роблять оцї нужденні Юдеї? невже ж їм се дозволять? невже ж вони приносити муть жертви? невже ж вони коли доведуть се до кінця? невже ж вони зроблять живим каміннє, що стало купами пороху, та ще до того й спалене?
3En Tobi-ja, de Ammoniet, die bij hem stond, vervolgde: Wat ze ook bouwen, als er een jakhals tegen springt, slaat hij een bres in hun stenen muur!
3А Товія Аммонїй, що стояв коло його, відказав: Нехай собі будують; прийде лисиця й повалить їх камяний мур.
4Hoor, onze God, hoe wij worden gehoond! Werp hun smaad op hun eigen hoofd terug, en maak ze tot een prooi in hun ballingsoord.
4Почуй, Боже наш, як із нас глузують, і поверни їх глум на їх голову і віддай їх на глум в землї полону,
5Neen, bedek hun misdaad niet, en wis hun zonde niet weg voor uw aanschijn; want ze hebben de bouwers gekrenkt!
5І не покрий беззаконностї їх, і нехай не зникне гріх їх перед лицем твоїм, за те, що вони засмутили будуючих!
6Intussen bouwden wij voort aan de muur, en weldra was hij over de hele afstand tot halver hoogte hersteld; want het volk had hart voor het werk.
6Ми одначе будували мур, і виведений був увесь мур до половини; та й у народу не остигала щирість до роботи.
7Toen Sanbállat en Tobi-ja met de Arabieren, Ammonieten en de bewoners van Asjdod dan ook vernamen, dat de bouw van Jerusalems muren vorderde, en dat de bressen zich begonnen te sluiten, werden ze woedend.
7Як почув Санаваллат і Товія, і Араби, й Аммонїї, й Азотїї, що мури Ерусалимські відновляються та що виломи зачиняються, то взяла їх досада.
8Allen staken de hoofden bijeen, om Jerusalem te gaan bestrijden, en er verwarring te stichten.
8І змовились усї пійти разом війною на Ерусалим і збурити його.
9Doch wij baden tot onzen God, en lieten, daar we ze vreesden, dag en nacht tegen hen een wacht betrekken.
9А ми молились Богові нашому, й ставили проти їх сторожу день і ніч задля оборони.
10Maar ook Juda zeide: De kracht der dragers schiet te kort, en puinen zijn er genoeg; we zijn niet in staat, de muur te herbouwen.
10Та Юдеї сказали: Послабшала сила у двигарів, а піску (й вапна) багато; ми не промагаємо будувати муру.
11Onze vijanden dachten: Ze moeten niets weten en merken, voordat we in hun midden verschijnen, ze doden en het werk stopzetten.
11А вороги наші говорили: Й не знати муть і не вглядять, як ми впадемо серед їх і повбиваємо їх та й спинимо роботу.
12Maar de Joden, die in hun nabijheid woonden, kwamen ons wel tien keer zeggen: Ze rukken uit alle plaatsen, waar ze wonen, tegen ons op!
12Коли ж приходили Юдеї, що жили побіч їх, і казали нам разів з десять із усїх боків, що вони нападуть на нас,
13Daarop wierp ik op de lager gelegen plaatsen achter de muren verschansingen op, en plaatste daar het volk in familiegroepen met hun zwaarden, lansen en bogen.
13Тодї поставив я на низинах коло міста, та за муром на сухих місцях людей по родинах із мечами, з списами їх і з сагайдаками їх.
14En toen ik zag, hoe bang ze waren, sprong ik op, en sprak tot de edelen, de voormannen en de rest van het volk: Vreest ze niet, maar denkt aan den groten en ontzaglijken Heer, en strijdt voor uw broeders, uw zonen en dochters, voor uw vrouwen en voor uw gezinnen!
14І обдивився я й став, і промовив до старшин та значнїйших і до прочого народу: Не лякайтесь їх; памятайте на Господа великого й страшного й бийтесь за братів своїх, за синів своїх і за дочок своїх, за жінок своїх і за хати свої.
15Toen onze vijanden hoorden, dat we op de hoogte waren gebracht, en dat God hun plan had verijdeld, konden wij allen naar de muren terugkeren, en ieder weer aan zijn werk gaan.
15Як же зачули наші вороги, що ми знаємо про їх намір, тодї обернув Бог в нїщо раду їх, і ми всї повертались до муру, кожний до своєї роботи.
16Toch bleef van die dag af slechts de éne helft van mijn gevolg aan het werk, terwijl de andere helft met lansen, schilden, bogen en pantsers waren gewapend, en de leiders achter de bevolking van Juda bleven staan,
16Од того дня половина молодих людей в мене робила роботу, а половина їх держала списи, щити, сагайдаки та панцирі, а старшини стояли позад усього дому Юдиного.
17dat aan de muur voortbouwde. De dragers, die de lasten sleepten, verrichtten het werk met de éne hand, terwijl de andere de werpspies hield;
17Ті, що будували мур і носили тягарі, що на їх накладали, робили однією рукою роботу, а в другій держали спис.
18de metselaars hadden onder het bouwen allen het zwaard aan de lenden gegord. Den bazuinblazer hield ik bij mij.
18Кожний, хто будував, мав свій меч привязаний коло свого стану, й так вони будували. Коло мене стояв трубач.
19En ik sprak tot de edelen, de hoofdmannen en tot de rest van het volk: Het werk is omvangrijk en uitgestrekt, zodat wij over de muren zijn verspreid en ver van elkaar staan.
19І сказав я до значнїйших і старшин, та до иншого народу: Робота велика й розлягла, і ми розсїяні по мурі далеко один від одного;
20Waar ge dus het signaal hoort van de bazuin, daar moet ge u met ons verenigen, en onze God zal voor ons strijden.
20То ж, звідкіль почуєте ви гук труби, в те місце збірайтесь ід нам; Бог наш воювати ме за нас.
21Zo werkten we voort, de helft van hen met lansen gewapend, van het gloren van de dageraad af, totdat de sterren verschenen.
21Оттак робили ми роботу; й половина держали списи від сходу ранньої зорі доки не зʼявлялись зірки.
22Ook dan nog sprak ik tot het volk: Iedereen moet met zijn knechten binnen Jerusalem overnachten. Zo waren zij ons des nachts tot een wacht, overdag tot een werkploeg.
22Окрім сього, в той самий час сказав я народові, щоб усї ночували в Ерусалимі з своїми наймитами, — й будуть вони в нас одні вночі на вартї, а другі вдень на роботї.
23Ikzelf en mijn broers, mijn gevolg en mijn lijfwacht waren nooit uit de kleren, en hielden allen de werpspies in de rechterhand.
23І нї я, нї брати мої, нї слуги мої, нї сторожі коло мене не скидали з себе своєї одежі; в кожного був під рукою меч і вода.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.