Job 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1De mens, geboren uit een vrouw, Leeft korte tijd en vol ellende;
1قلیل الایام و پر از زحمات است.
2Hij ontluikt en verwelkt als een bloem, Vliedt heen als een schaduw, en houdt geen stand:
2مثل گل میروید و بریده میشود. و مثل سایه میگریزد و نمی ماند.
3En op zo een vestigt Gij uw oog, En daagt Gij voor uw gericht!
3و آیا بر چنین شخص چشمان خود را میگشایی و مرا با خود به محاکمه میآوری؟
4Kan een reine uit een onreine komen? Niet een!
4کیست که چیز طاهر را ازچیز نجس بیرون آورد؟ هیچکس نیست.
5Maarwanneer dus zijn dagen zijn vastgesteld, Het getal zijner maanden door U is bepaald, Gij hem zijn grens hebt gesteld, die hij niet overschrijdt:
5چونکه روزهایش مقدر است و شماره ماههایش نزد توست و حدی از برایش گذاشتهای که از آن تجاوز نتواند نمود.
6Wend dan uw blik van Hem af, en laat hem met rust, Tot hij zijn dagtaak als een huurling volbracht heeft!
6از او رو بگردان تاآرام گیرد. و مثل مزدور روزهای خود را به انجام رساند.
7Ja, voor een boom is er hoop, als hij wordt omgehakt: Hij loopt weer uit, en zijn loten houden niet op.
7«زیرا برای درخت امیدی است که اگر بریده شود باز خواهد رویید، و رمونهایش نابودنخواهد شد.
8Al is ook zijn wortel in de bodem verouderd, Afgestorven zijn tronk in het stof:
8اگرچه ریشهاش در زمین کهنه شود، و تنه آن در خاک بمیرد.
9Hij bot weer uit, zodra hij het water maar ruikt, Schiet takken als een jonge plant.
9لیکن از بوی آب، رمونه میکند و مثل نهال نو، شاخهها میآورد.
10Maar sterft een mens, ontzield blijft hij liggen Geeft hij de geest, hij is er niet meer.
10اما مرد میمیرد و فاسد میشود و آدمی چون جان را سپارد کجا است؟
11Zoals water wegvloeit uit de zee, De rivier leegloopt en uitdroogt:
11چنانکه آبها از دریازایل میشود، و نهرها ضایع و خشک میگردد.
12Zo legt de mens zich neer, en staat niet meer op En wordt niet wakker uit zijn slaap. 14:12b Zolang de hemel bestaat, ontwaken zij niet!
12همچنین انسان میخوابد و برنمی خیزد، تانیست شدن آسمانها بیدار نخواهند شد و ازخواب خود برانگیخته نخواهند گردید.
13Ach, als Gij mij in het dodenrijk mocht verschuilen, Mij verbergen, tot uw toorn is bedaard, Mij een tijdstip bepalen, en dan aan mij denken,
13کاش که مرا در هاویه پنهان کنی؛ و تا غضبت فرو نشیند، مرا مستور سازی؛ و برایم زمانی تعیین نمایی تا مرا به یاد آوری.
14Den mens na zijn dood deedt herleven: Dan zou ik al de dagen van mijn harde dienst blijven wachten, Tot mijn aflossing komt!
14اگر مرد بمیرد باردیگر زنده شود؛ در تمامی روزهای مجاهده خودانتظار خواهم کشید، تا وقت تبدیل من برسد.
15Hoe zou ik dan antwoorden, als Gij riept Als Gij het werk uwer handen verlangend kwaamt zoeken!
15تو ندا خواهی کرد و من جواب خواهم داد، و به صنعت دست خود مشتاق خواهی شد.
16Terwijl Gij thans mijn schreden telt, Zoudt Gij niet langer op mijn zonden meer loeren,
16اما الان قدمهای مرا میشماری و آیا برگناه من پاسبانی نمی کنی؟
17Maar in een buidel mijn overtreding verzegelen, En mijn fouten bedekken!
17معصیت من در کیسه مختوم است. و خطای مرا مسدود ساختهای.
18Maar zoals een berg ineenstort, Een rots van haar plaats wordt gerukt,
18به درستی کوهی که میافتد فانی میشود وصخره از مکانش منتقل میگردد.
19Het water de stenen uitholt, Een stortregen de aardbodem wegspoelt: Zo slaat Gij de hoop der mensen de bodem in,
19آب سنگهارا میساید، و سیلهایش خاک زمین را میبرد. همچنین امید انسان را تلف میکنی،
20Gij slaat hem neer, hij gaat heen voor altijd; Gij verbleekt zijn gelaat, en zendt hem weg.
20بر او تا به ابد غلبه میکنی، پس میرود. روی او را تغییرمی دهی و او را رها میکنی.
21Zijn zonen mogen worden geëerd: hij ziet het niet; Tot schande komen: hij bemerkt het niet.
21پسرانش به عزت میرسند و او نمی داند. یا به ذلت میافتند و ایشان را به نظر نمی آورد.
22Slechts over zijn eigen lichaam voelt hij smart, Blijft over zijn eigen ziel in droefheid gedompeld!
22برای خودش فقط جسد اواز درد بیتاب میشود. و برای خودش جان اوماتم میگیرد.»
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.