民数記 26
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1疫病の後、主はモーセと祭司アロンの子エルアザルに告げられた。
1Na de ramp sprak God tot Moses en tot Elazar, den zoon van den priester Aäron:
2「イスラエルの子らの全会衆のうち、二十歳以上で、イスラエルの軍務に就くことのできる者を、父祖の家ごとに数えなさい。」
2Neemt het getal op van heel de gemeenschap der Israëlieten van twintig jaar af, alle strijdbare mannen in Israël naar hun families.
3モーセと祭司エルアザルは、エリコの向かい、ヨルダン川のほとりのモアブの平野で、民に告げた。
3Moses en de priester Elazar monsterden ze dus in de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho,
4「主がモーセに命じられたとおり、二十歳以上の者を数えなさい。」 エジプトの地から出たイスラエルの子らは次のとおりである。
4van twintig jaar af, zoals Jahweh het Moses bevolen had. Dit waren de Israëlieten die uit Egypte waren getrokken:
5イスラエルの長子であるルベン。ルベンの子らは、ハノクからハノク人の氏族、パルからパル人の氏族、
5Ruben, Israëls eerstgeborene. De geslachten der Rubenieten waren: Het geslacht der Chanokieten van Chanok; het geslacht der Palloeïeten van Palloe;
6ヘツロンからヘツロン人の氏族、カルミからカルミ人の氏族が出た。
6het geslacht der Chesronieten van Chesron; het geslacht der Karmieten van Karmi.
7これらがルベン人の氏族であり、数えられた者は四万三千七百三十人であった。
7Dit waren de geslachten der Rubenieten; hun gemonsterden telden drie en veertig duizend zevenhonderd dertig man.
8パルの子はエリアブであった。
8De zoon van Palloe was Eliab.
9エリアブの子らはネムエル、ダタン、アビラムであった。このダタンとアビラムは会衆から選ばれた者であったが、コラの仲間とともにモーセとアロンに逆らい、主に逆らった。
9De zonen van Eliab waren: Nemoeël, Datan, en Abiram. Deze Datan en Abiram waren de voormannen geweest, die met de aanhang van Kore tegen Moses en Aäron in verzet waren gekomen bij de opstand tegen Jahweh.
10地が口を開いて、コラとともに彼らをのみ込んだ。また火が二百五十人を焼き尽くし、その仲間は死んで、警告のしるしとなった。
10De aarde had haar muil geopend en hen met Kore verslonden, toen de bende omkwam, en het vuur de twee honderd vijftig mannen verteerde, zodat zij een waarschuwend teken werden.
11しかし、コラの子らは死ななかった。
11De zonen van Kore waren echter niet omgekomen.
12シメオンの子らの氏族は次のとおりである。ネムエルからネムエル人の氏族、ヤミンからヤミン人の氏族、ヤキンからヤキン人の氏族、
12De geslachten der Simeonieten waren: Het geslacht der Nemoeëlieten van Nemoeël; het geslacht der Jaminieten van Jamin; het geslacht der Jakinieten van Jakin;
13ゼラからゼラ人の氏族、シャウルからシャウル人の氏族が出た。
13het geslacht der Zarchieten van Zérach; het geslacht der Sjaoelieten van Sjaoel.
14これらがシメオン人の氏族であり、二万二千二百人であった。
14Dit waren de geslachten der Simeonieten; hun gemonsterden telden twee en twintig duizend tweehonderd man.
15ガドの子らの氏族は次のとおりである。ツェフォンからツェフォン人の氏族、ハギからハギ人の氏族、シュニからシュニ人の氏族、
15De geslachten der Gadieten waren: het geslacht der Sefonieten van Sefon; het geslacht der Chaggieten van Chaggi; het geslacht der Sjoenieten van Sjoeni;
16オズニからオズニ人の氏族、エリからエリ人の氏族、
16het geslacht der Oznieten van Ozni; het geslacht der Erieten van Eri;
17アロドからアロド人の氏族、アレリからアレリ人の氏族が出た。
17het geslacht der Arodieten van Arod, het geslacht der Arelieten van Areli.
18これらがガドの子らの氏族であり、数えられた者は四万五百人であった。
18Dit waren de geslachten van de Gadieten; hun gemonsterden telden veertig duizend vijfhonderd man.
19ユダの子らはエルとオナンであった。エルとオナンはカナンの地で死んだ。
19De zonen van Juda waren: Er en Onan. Er en Onan waren in het land Kanaän gestorven.
20ユダの子らの氏族は次のとおりである。シェラからシェラ人の氏族、ペレツからペレツ人の氏族、ゼラからゼラ人の氏族が出た。
20De geslachten van de Judeërs waren: het geslacht der Sjelanieten van Sjela; het geslacht der Farsieten van Fares; het geslacht der Zarieten van Zara.
21ペレツの子らは、ヘツロンからヘツロン人の氏族、ハムルからハムル人の氏族が出た。
21De zonen van Fares waren: het geslacht der Esronieten van Esron; het geslacht der Chamoelieten van Chamoel.
22これらがユダの氏族であり、数えられた者は七万六千五百人であった。
22Dit waren de geslachten van Juda; hun gemonsterden telden zes en zeventig duizend vijfhonderd man.
23イッサカルの子らの氏族は次のとおりである。トラからトラ人の氏族、プワからプワ人の氏族、
23De geslachten der Issakarieten waren: Het geslacht der Tolaïeten van Tola; het geslacht der Poewwieten van Poewwa;
24ヤシュブからヤシュブ人の氏族、シムロンからシムロン人の氏族が出た。
24het geslacht der Jasjoebieten van Jasjoeb; het geslacht der Sjimronieten van Sjimron.
25これらがイッサカルの氏族であり、数えられた者は六万四千三百人であった。
25Dit waren de geslachten van Issakar; hun gemonsterden telden vier en zestig duizend driehonderd man.
26ゼブルンの子らの氏族は次のとおりである。セレドからセレド人の氏族、エロンからエロン人の氏族、ヤフレエルからヤフレエル人の氏族が出た。
26De geslachten der Zabulonieten waren: Het geslacht der Sardieten van Séred; het geslacht der Elonieten van Elon; het geslacht der Jachleëlieten van Jachleël.
27これらがゼブルン人の氏族であり、数えられた者は六万五百人であった。
27Dit waren de geslachten der Zabulonieten; hun gemonsterden telden zestig duizend vijfhonderd man.
28ヨセフの子らの氏族は、マナセとエフライムであった。
28De zonen van Josef waren Manasse en Efraïm.
29マナセの子らは、マキルからマキル人の氏族が出た。マキルはギルアデの父となった。ギルアデからギルアデ人の氏族が出た。
29De geslachten der Manassieten waren: het geslacht der Makirieten van Makir. Makir bracht Gilad voort; het geslacht der Giladieten van Gilad.
30ギルアデの子らは次のとおりである。イエゼルからイエゼル人の氏族、ヘレクからヘレク人の氏族、
30Dit waren de zonen van Gilad: het geslacht der Iëzerieten van Iézer; het geslacht der Chelkieten van Chélek;
31アスリエルからアスリエル人の氏族、シェケムからシェケム人の氏族、
31het geslacht der Asriëlieten van Asriël; het geslacht der Sjikmieten van Sjékem;
32シェミダからシェミダ人の氏族、ヘフェルからヘフェル人の氏族が出た。
32het geslacht der Sjemidaïeten van Sjemida; het geslacht der Chefrieten van Chéfer.
33ヘフェルの子ゼロフェハデには息子がなく、娘だけであった。ゼロフェハデの娘たちの名は、マフラ、ノア、ホグラ、ミルカ、ティルツァであった。
33Selofchad, de zoon van Chéfer, had geen zonen, maar alleen dochters; de dochters van Selofchad heetten Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa.
34これらがマナセの氏族であり、数えられた者は五万二千七百人であった。
34Dit waren de geslachten van Manasse; hun gemonsterden telden twee en vijftig duizend zevenhonderd man.
35エフライムの子らの氏族は次のとおりである。シュテラからシュテラ人の氏族、ベケルからベケル人の氏族、タハンからタハン人の氏族が出た。
35De geslachten der Efraïmieten waren: het geslacht der Sjoetalchieten van Sjoetélach; het geslacht der Bakrieten van Béker; het geslacht der Tachanieten van Táchan.
36シュテラの子らは次のとおりである。エランからエラン人の氏族が出た。
36En dit waren de zonen van Sjoetélach: het geslacht der Eranieten van Eran.
37これらがエフライムの子らの氏族であり、数えられた者は三万二千五百人であった。これらがヨセフの子らの氏族である。
37Dit waren de geslachten der Efraïmieten; hun gemonsterden telden twee en dertig duizend vijfhonderd man. Dit waren de zonen van Josef volgens hun geslachten.
38ベニヤミンの子らの氏族は次のとおりである。ベラからベラ人の氏族、アシュベルからアシュベル人の氏族、アヒラムからアヒラム人の氏族、
38De geslachten der Benjamieten waren: het geslacht der Balieten van Béla; het geslacht der Asjbelieten van Asjbel; het geslacht der Achiramieten van Achiram;
39シュファムからシュファム人の氏族、フファムからフファム人の氏族が出た。
39het geslacht der Sjoefamieten van Sjoefam; het geslacht der Choefamieten van Choefam.
40ベラの子らはアルドとナアマンであり、アルドからアルド人の氏族、ナアマンからナアマン人の氏族が出た。
40De zonen van Bela waren Ard en Naäman: het geslacht der Ardieten van Ard; het geslacht der Naämieten van Naäman.
41これらがベニヤミンの子らの氏族であり、数えられた者は四万五千六百人であった。
41Dit waren de geslachten der Benjamieten; hun gemonsterden telden vijf en veertig duizend zeshonderd man.
42ダンの子らの氏族は次のとおりである。シュハムからシュハム人の氏族が出た。これらがダンの氏族である。
42Dit waren de geslachten der Danieten: het geslacht der Sjoechamieten van Sjoecham. Dit waren de geslachten van Dan volgens hun geslachten.
43シュハム人のすべての氏族で、数えられた者は六万四千四百人であった。
43Dit waren alle geslachten der Sjoechamieten; hun gemonsterden telden vier en zestig duizend vierhonderd man.
44アシェルの子らの氏族は次のとおりである。イムナからイムナ人の氏族、イシュビからイシュビ人の氏族、ベリアからベリア人の氏族が出た。
44De geslachten der Aserieten waren: het geslacht der Jimnaïeten van Jimna; het geslacht der Jisjwieten van Jisjwi; het geslacht der Beriïeten van Beria.
45ベリアの子らは、ヘベルからヘベル人の氏族、マルキエルからマルキエル人の氏族が出た。
45Van de zonen van Beria: het geslacht der Chebrieten van Chéber; het geslacht der Malkiëlieten van Malkiël.
46アシェルの娘の名はセラといった。
46De dochter van Aser heette Sérach.
47これらがアシェルの子らの氏族であり、数えられた者は五万三千四百人であった。
47Dit waren de geslachten der Aserieten; hun gemonsterden telden drie en vijftig duizend vierhonderd man.
48ナフタリの子らの氏族は次のとおりである。ヤフツェエルからヤフツェエル人の氏族、グニからグニ人の氏族、
48De geslachten der Neftalieten waren: het geslacht der Jachseëlieten van Jachseël; het geslacht der Goenieten van Goeni;
49イエツェルからイエツェル人の氏族、シレムからシレム人の氏族が出た。
49het geslacht der Jisrieten van Jéser; het geslacht der Sjillemieten van Sjillem.
50これらがナフタリの氏族であり、数えられた者は四万五千四百人であった。
50Dit waren de geslachten van Neftali volgens hun geslachten; hun gemonsterden telden vijf en veertig duizend vierhonderd man.
51イスラエルの子らのうち数えられた者は、六十万一千七百三十人であった。
51De gemonsterde Israëlieten telden dus zes honderd een duizend zevenhonderd dertig man.
52主はモーセに告げられた。
52Jahweh sprak tot Moses:
53「これらの者に、人数に応じて地を相続地として割り当てなさい。
53Onder dezen moet naar het aantal personen het land in eigendom worden verdeeld.
54人数の多い部族には相続地を多く、少ない部族には少なく与える。それぞれ、数えられた人数に応じて相続地を与える。
54Aan een grote stam moet ge een groot, aan een kleine een klein erfdeel toewijzen; aan iedereen moet naar het aantal van zijn gemonsterden een erfdeel worden geschonken.
55ただし、地はくじによって割り当てる。彼らは父祖の部族の名に従って受け継ぐ。
55Maar het land moet door het lot worden verdeeld, hoewel de voorvaderlijke stammen hun erfdeel zullen ontvangen naar het aantal personen;
56人数の多い部族と少ない部族の間で、くじによって相続地を割り当てる。」
56dus door het lot moet het erfdeel tussen groot en klein worden verdeeld.
57氏族ごとに数えられたレビ人は次のとおりである。ゲルションからゲルション人の氏族、ケハテからケハテ人の氏族、メラリからメラリ人の氏族が出た。
57Dit waren de Levieten, die naar hun geslachten werden ingeschreven: het geslacht der Gersjonieten van Gersjon; het geslacht der Kehatieten van Kehat; het geslacht der Merarieten van Merari.
58レビの氏族は次のとおりである。リブニ人の氏族、ヘブロン人の氏族、マフリ人の氏族、ムシ人の氏族、コラ人の氏族である。ケハテはアムラムの父となった。
58Dit waren de geslachten van Levi: het geslacht der Libnieten, het geslacht der Chebronieten, het geslacht der Machlieten, het geslacht der Moesjieten, het geslacht der Korieten. Kehat verwekte Amram.
59アムラムの妻の名は、エジプトでレビに生まれたレビの娘ヨケベデであった。彼女はアムラムにアロンとモーセ、およびその姉妹ミリアムを産んだ。
59De vrouw van Amram heette Jokébed; ze was een dochter van Levi, die hem in Egypte werd geboren. Zij schonk aan Amram Aäron, Moses en hun zuster Mirjam.
60アロンにはナダブとアビフ、エルアザルとイタマルが生まれた。
60Aan Aäron werden Nadab en Abihoe, Elazar en Itamar geboren.
61ナダブとアビフは、主の前に異なる火をささげたときに死んだ。
61Nadab en Abihoe stierven, toen zij onwettig vuur voor Jahweh offerden.
62生後一か月以上の男子で、数えられた者は二万三千人であった。彼らはイスラエルの子らとともには数えられなかった。イスラエルの中に相続地を与えられなかったからである。
62Alle ingeschreven mannelijke personen van één maand af waren drie en twintig duizend. Zij waren niet met de andere Israëlieten gemonsterd, omdat hun geen erfdeel onder de Israëlieten was toebedeeld.
63これらは、エリコの向かい、ヨルダン川のほとりのモアブの平野で、モーセと祭司エルアザルが数えたイスラエルの子らである。
63Dit waren degenen, die door Moses en den priester Elazar werden geteld, toen zij de Israëlieten monsterden in de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho.
64その中には、シナイの荒野でモーセと祭司アロンが数えた者は一人もいなかった。
64Onder dezen bevond zich niemand van hen, die door Moses en den priester Aäron waren geteld, toen zij de Israëlieten in de woestijn van de Sinaï hadden gemonsterd.
65主が彼らについて、「彼らは必ず荒野で死ぬ」と言われたからである。エフネの子カレブとヌンの子ヨシュアのほかには、一人も残らなかった。
65Want Jahweh had hun gezegd: Ze zullen in de woestijn sterven, en er zal niemand van hen overblijven, behalve Kaleb, de zoon van Jefoenne, en Josuë, de zoon van Noen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.