民数記
Chapter 9
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1イスラエルの子らがエジプトの地を出て第二年、第一の月に、主はシナイの荒野でモーセに告げられた。
1Jahweh sprak in de woestijn van de Sinaï tot Moses in de eerste maand van het tweede jaar na hun uittocht uit Egypte:
2「イスラエルの子らに、その定められた時に過越の祭りを守らせなさい。
2De Israëlieten moeten het Pascha vieren op de daarvoor vastgestelde tijd.
3この月の十四日の夕暮れ、定められた時に、すべての掟と定めに従ってそれを守りなさい。」
3Op de veertiende dag van deze maand, bij het vallen van de avond, moeten zij het op de juiste tijd vieren, en daarbij al de voorschriften en wetten erover in acht nemen.
4モーセはイスラエルの子らに、過越の祭りを守るように語った。
4Moses beval dus de Israëlieten, het Pascha te vieren.
5彼らは第一の月の十四日の夕暮れに、シナイの荒野で過越の祭りを守った。主がモーセに命じられたすべてのことを、そのとおりに行った。
5En de Israëlieten vierden het in de woestijn van de Sinaï op de veertiende dag der eerste maand, bij het vallen van den avond, en zij namen alles in acht, wat Jahweh Moses bevolen had.
6さて、人間の死体によって汚れ、その日に過越の祭りを守ることができない人たちがいた。彼らはその日、モーセとアロンの前に進み出た。
6Maar er waren toen enige mannen, die zich aan een lijk hadden verontreinigd, en dus op die dag het Pascha niet konden vieren. Die mannen verschenen die dag voor Moses en Aäron,
7彼らは言った。「私たちは死体によって汚れています。なぜ、定められた時にイスラエルの子らとともに主へのささげ物をささげられないのでしょうか。」
7en zeiden tot hen: Wij hebben ons aan een lijk verontreinigd. Maar waarom is het ons nu niet vergund, het offer van Jahweh te brengen op de vastgestelde tijd te midden van de Israëlieten?
8モーセは彼らに言った。「待っていなさい。主があなたがたについて何を命じられるかを聞いてみよう。」
8Moses gaf hun ten antwoord: Blijft hier wachten; dan ga ik horen, wat Jahweh over u beveelt.
9主はモーセに告げられた。
9En Jahweh sprak tot Moses:
10「イスラエルの子らにこう告げなさい。『あなたがた、またはあなたがたの子孫のうち、だれかが死体によって汚れている場合、あるいは遠い旅に出ている場合でも、その人は主の過越を守る。
10Zeg aan de Israëlieten: Wanneer iemand van u of uw nageslacht zich aan een lijk heeft verontreinigd, of ver weg is op reis, dan moet hij toch het Pascha houden ter ere van Jahweh.
11彼らは第二の月の十四日の夕暮れにそれを守り、種なしパンと苦菜とともにそれを食べる。
11Ze moeten het dan vieren in de tweede maand, op de veertiende dag, bij het vallen van de avond. Ook zij moeten het met ongedesemde broden en bittere kruiden eten,
12朝までそれを少しでも残しておいてはならず、その骨を一本でも折ってはならない。過越の祭りのすべての掟に従って、それを守る。
12mogen er niets van tot de volgende morgen bewaren, geen been er van breken, en moeten alle voorschriften van het Pascha er bij in acht nemen.
13しかし、清く、旅にも出ていないのに過越を守らない者は、民の中から断たれる。その人は定められた時に主へのささげ物をささげなかったので、自分の罪を負う。
13Maar wie verzuimt, het Pascha te vieren, ofschoon hij rein is en niet op reis, zal van zijn volk worden afgesneden, omdat hij het offer van Jahweh niet op de vastgestelde tijd heeft gebracht. Zo iemand zal zijn zonde boeten!
14寄留者があなたがたの間に住み、主の過越を守ろうとするなら、過越の掟と定めに従って行う。寄留者にも、その地に生まれた者にも、同じ一つの掟がある。』」
14Wanneer een vreemdeling bij u woont, en het Pascha ter ere van Jahweh wil vieren, moet ook hij de voorschriften en wetten van het Pascha in acht nemen. Hetzelfde voorschrift geldt voor u allen, voor den vreemdeling zowel als voor het kind van het land.
15幕屋が建てられた日、雲が幕屋、すなわち証しの天幕を覆った。夕暮れから朝まで、幕屋の上には火のようなものが現れた。
15Op de dag, dat men de tabernakel had opgericht, bedekte de wolk de tabernakel van de verbondstent, en des avonds rustte er als het ware een vuurgloed op de tabernakel tot aan de morgen.
16常にそのようであった。昼は雲が幕屋を覆い、夜は火のようなものが現れた。
16Zo bleef het voortdurend: de wolk bedekte hem overdag, en een vuurgloed des nachts.
17雲が幕屋の上から上がると、イスラエルの子らは旅立ち、雲がとどまる場所に宿営した。
17Zodra nu de wolk zich boven de tent verhief, trokken de Israëlieten verder, en op de plaats, waar de wolk zich neerliet, sloegen zij hun legerplaats op.
18イスラエルの子らは主の命令によって旅立ち、主の命令によって宿営した。雲が幕屋の上にとどまっている間、彼らは宿営し続けた。
18Op bevel van Jahweh trokken de Israëlieten verder, op bevel van Jahweh sloegen zij hun legerplaats op, en zolang de wolk op de tabernakel bleef rusten, bleven zij in hun legerplaats.
19雲が幕屋の上に長くとどまるとき、イスラエルの子らは主の命令を守り、旅立たなかった。
19Wanneer de wolk langere tijd op de tabernakel bleef rusten, richtten de Israëlieten zich naar Jahweh’s beschikking, en trokken niet verder.
20雲が数日しか幕屋の上にないこともあった。そのときも主の命令に従って彼らは宿営し、主の命令に従って旅立った。
20Soms bleef de wolk maar enige dagen boven de tabernakel; ook dan legerden zij zich op Jahweh’s bevel en trokken verder op Jahweh’s bevel.
21雲が夕暮れから朝までしかないこともあった。朝になって雲が昇ると、彼らは旅立った。昼であれ夜であれ、雲が昇ると彼らは旅立った。
21Soms bleef de wolk slechts van de avond tot de morgen; maar als de wolk zich des morgens verhief, braken zij op. En of het dag was of nacht, als de wolk zich verhief, braken zij op.
22二日であれ、一か月であれ、一年であれ、雲が幕屋の上にとどまっている間は、イスラエルの子らは宿営し続け、旅立たなかった。しかし、それが昇ると彼らは旅立った。
22En of de wolk twee dagen, of een maand of nog langer, op de tabernakel bleef rusten, zolang zij daarop bleef rusten, bleven de Israëlieten gelegerd en braken niet op; eerst als zij opsteeg, trokken zij verder.
23主の命令によって宿営し、主の命令によって旅立った。主がモーセを通して命じられたとおり、その命令を守った。
23Dus op bevel van Jahweh sloegen zij hun legerplaats op, en op bevel van Jahweh trokken zij verder. Steeds richtten zij zich naar de beschikking van Jahweh, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.