Sprüche
Chapter 8
Lutherbibel 1912
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Sprüche 8

Lutherbibel 1912Translation
Lutherbibel 1912
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ruft nicht die Weisheit, und die Klugheit läßt sich hören?
1Waarachtig, de wijsheid roept, De schranderheid verheft haar stem!
2Öffentlich am Wege und an der Straße steht sie.
2Zij staat langs de weg op de toppen der hoogten, Op het kruispunt der wegen,
3An den Toren bei der Stadt, da man zur Tür eingeht, schreit sie:
3Opzij van de poorten, aan de ingang der stad, Waar men de poorten betreedt, predikt zij luid:
4O ihr Männer, ich schreie zu euch und rufe den Leuten.
4Ik roep tot u, mannen, Ik spreek tot de kinderen der mensen:
5Merkt, ihr Unverständigen, auf Klugheit und, ihr Toren, nehmt es zu Herzen!
5Leert toch, onnozelen, wat schranderheid is, Verstaat toch, dwazen, wat wijsheid betekent!
6Höret, denn ich will reden, was fürstlich ist, und lehren, was recht ist.
6Luistert, want wat ik zeg is zeker, Wat over mijn lippen komt is juist;
7Denn mein Mund soll die Wahrheit reden, und meine Lippen sollen hassen, was gottlos ist.
7Mijn mond spreekt de waarheid, Van leugentaal hebben mijn lippen een afschuw.
8Alle Reden meines Mundes sind gerecht; es ist nichts Verkehrtes noch falsches darin.
8Al mijn woorden zijn oprecht, Niet één ervan is misleidend of vals;
9Sie sind alle gerade denen, die sie verstehen, und richtig denen, die es annehmen wollen.
9Voor wie ze verstaat, zijn ze allen treffend, Voor wie ze wil begrijpen, allen juist.
10Nehmet an meine Zucht lieber denn Silber, und die Lehre achtet höher denn köstliches Gold.
10Neemt liever mijn tucht aan dan zilver, Geeft aan kennis de voorkeur boven het fijnste goud;
11Denn Weisheit ist besser als Perlen; und alles, was man wünschen mag, kann ihr nicht gleichen.
11Want de wijsheid is meer waard dan juwelen, Geen kostbaarheid komt haar nabij!
12Ich, Weisheit, wohne bei der Klugheit und weiß guten Rat zu geben.
12Ik, wijsheid, ben met overleg vertrouwd, En beschik over weloverwogen kennis;
13Die Furcht des HERRN haßt das Arge, die Hoffart, den Hochmut und bösen Weg; und ich bin feind dem verkehrten Mund.
13Maar hoogmoed en trots, een slechte levenswandel, En een wispelturige tong zijn een afschuw voor mij.
14Mein ist beides, Rat und Tat; ich habe Verstand und Macht.
14Ik beschik over raad en beleid, Ik bezit doorzicht en kracht;
15Durch mich regieren die Könige und setzen die Ratsherren das Recht.
15Door mij zijn de koningen koning, En bepalen de leiders wat recht is;
16Durch mich herrschen die Fürsten und alle Regenten auf Erden.
16Door mij zijn de vorsten vorst, En zijn alle rechtvaardige rechters in aanzien.
17Ich liebe, die mich lieben; und die mich frühe suchen, finden mich.
17Die mij beminnen heb ik lief, En die mij zoeken, zullen mij vinden.
18Reichtum und Ehre ist bei mir, währendes Gut und Gerechtigkeit.
18Ik beschik over rijkdom en aanzien, Over duurzame welvaart en voorspoed;
19Meine Frucht ist besser denn Gold und feines Gold und mein Ertrag besser denn auserlesenes Silber.
19Mijn vrucht is meer waard dan het edelste goud, Meer dan het fijnste zilver mijn oogst.
20Ich wandle auf dem rechten Wege, auf der Straße des Rechts,
20Ik wandel op de weg der gerechtigheid, Midden op de paden van het recht:
21daß ich wohl versorge, die mich lieben, und ihre Schätze vollmache.
21Om die mij beminnen, met bezit te verrijken, En hun schatkamers te vullen.
22Der HERR hat mich gehabt im Anfang seiner Wege; ehe er etwas schuf, war ich da.
22Jahweh schiep mij als zijn eerste gewrocht, Als het eerste werk, dat Hij ooit heeft gemaakt;
23Ich bin eingesetzt von Ewigkeit, von Anfang, vor der Erde.
23Van oudsher ben ik gevormd, Van den beginne, vóór de eerste tijden der aarde.
24Da die Tiefen noch nicht waren, da war ich schon geboren, da die Brunnen noch nicht mit Wasser quollen.
24Toen er nog geen oceanen waren. was ik geboren, Toen er nog geen bronnen, rijk aan water, bestonden;
25Ehe denn die Berge eingesenkt waren, vor den Hügeln war ich geboren,
25Eer de bergen waren neergelaten, Eer de heuvels ontstonden, werd ik geboren,
26da er die Erde noch nicht gemacht hatte und was darauf ist, noch die Berge des Erdbodens.
26Eer Hij de aarde had gemaakt en de velden, En alle grondstoffen der wereld.
27Da er die Himmel bereitete, war ich daselbst, da er die Tiefe mit seinem Ziel faßte.
27Toen Hij de hemel welfde, was ik aanwezig, Toen Hij een kring trok rond het vlak van de oceaan;
28Da er die Wolken droben festete, da er festigte die Brunnen der Tiefe,
28Toen Hij daarboven de wolken bevestigde, En de bronnen van de oceaan begonnen te stromen;
29da er dem Meer das Ziel setzte und den Wassern, daß sie nicht überschreiten seinen Befehl, da er den Grund der Erde legte:
29Toen Hij de zee haar grenzen stelde, Dat de wateren haar oevers niet zouden overschrijden; Toen Hij de fundamenten der aarde legde:
30da war ich der Werkmeister bei ihm und hatte meine Lust täglich und spielte vor ihm allezeit
30Was ik bij Hem als een troetelkind, Was ik elke dag zijn vermaak, Dartelde ik heel de tijd onder zijn ogen,
31und spielte auf seinem Erdboden, und meine Lust ist bei den Menschenkindern.
31Spelend op zijn wereldrond, En mij vermakend met de kinderen der mensen.
32So gehorchet mir nun, meine Kinder. Wohl denen, die meine Wege halten!
32Welnu dan kinderen luistert naar mij; Gelukkig zij, die mijn wegen bewaren;
33Höret die Zucht und werdet weise und lasset sie nicht fahren.
33Hoort naar de lessen, weest wijs, en verwerpt ze niet. En de wacht houden aan de posten van mijn poorten.
34Wohl dem Menschen, der mir gehorcht, daß er wache an meiner Tür täglich, daß er warte an den Pfosten meiner Tür.
34Gelukkig de mens, die naar mij luistert, Die elke dag aan mijn deuren waken,
35Wer mich findet, der findet das Leben und wird Wohlgefallen vom HERRN erlangen.
35Wie mij vindt, heeft het leven gevonden, En welbehagen verkregen van Jahweh;
36Wer aber an mir sündigt, der verletzt seine Seele. Alle, die mich hassen, lieben den Tod.
36Maar wie mij mist, benadeelt zichzelf, En al wie mij haten, beminnen de dood!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.