잠언
Chapter 8
Korean Bible, 1910 (한국어 …
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1지혜가 부르지 아니하느냐 명철이 소리를 높이지 아니하느냐
1Waarachtig, de wijsheid roept, De schranderheid verheft haar stem!
2그가 길가의 높은 곳과 사거리에 서며
2Zij staat langs de weg op de toppen der hoogten, Op het kruispunt der wegen,
3성문 곁과 문 어귀와 여러 출입하는 문에서 불러 가로되
3Opzij van de poorten, aan de ingang der stad, Waar men de poorten betreedt, predikt zij luid:
4사람들아 내가 너희를 부르며 내가 인자들에게 소리를 높이노라
4Ik roep tot u, mannen, Ik spreek tot de kinderen der mensen:
5어리석은 자들아 너희는 명철할지니라 미련한 자들아 너희는 마음이 밝을지니라 너희는 들을지어다
5Leert toch, onnozelen, wat schranderheid is, Verstaat toch, dwazen, wat wijsheid betekent!
6내가 가장 선한 것을 말하리라 내 입술을 열어 정직을 내리라
6Luistert, want wat ik zeg is zeker, Wat over mijn lippen komt is juist;
7내 입은 진리를 말하며 내 입술은 악을 미워하느니라
7Mijn mond spreekt de waarheid, Van leugentaal hebben mijn lippen een afschuw.
8내 입의 말은 다 의로운즉 그 가운데 굽은 것과 패역한 것이 없나니
8Al mijn woorden zijn oprecht, Niet één ervan is misleidend of vals;
9이는 다 총명 있는 자의 밝히 아는 바요 지식 얻은 자의 정직히 여기는 바니라
9Voor wie ze verstaat, zijn ze allen treffend, Voor wie ze wil begrijpen, allen juist.
10너희가 은을 받지 말고 나의 훈계를 받으며 정금보다 지식을 얻으라
10Neemt liever mijn tucht aan dan zilver, Geeft aan kennis de voorkeur boven het fijnste goud;
11대저 지혜는 진주보다 나으므로 무릇 원하는 것을 이에 비교할 수 없음이니라
11Want de wijsheid is meer waard dan juwelen, Geen kostbaarheid komt haar nabij!
12나 지혜는 명철로 주소를 삼으며 지식과 근신을 찾아 얻나니
12Ik, wijsheid, ben met overleg vertrouwd, En beschik over weloverwogen kennis;
13여호와를 경외하는 것은 악을 미워하는 것이라 나는 교만과 거만과 악한 행실과 패역한 입을 미워하느니라
13Maar hoogmoed en trots, een slechte levenswandel, En een wispelturige tong zijn een afschuw voor mij.
14내게는 도략과 참 지식이 있으며 나는 명철이라 내게 능력이 있으므로
14Ik beschik over raad en beleid, Ik bezit doorzicht en kracht;
15나로 말미암아 왕들이 치리하며 방백들이 공의를 세우며
15Door mij zijn de koningen koning, En bepalen de leiders wat recht is;
16나로 말미암아 재상과 존귀한 자 곧 세상의 모든 재판관들이 다스리느니라
16Door mij zijn de vorsten vorst, En zijn alle rechtvaardige rechters in aanzien.
17나를 사랑하는 자들이 나의 사랑을 입으며 나를 간절히 찾는 자가 나를 만날 것이니라
17Die mij beminnen heb ik lief, En die mij zoeken, zullen mij vinden.
18부귀가 내게 있고 장구한 재물과 의도 그러하니라
18Ik beschik over rijkdom en aanzien, Over duurzame welvaart en voorspoed;
19내 열매는 금이나 정금보다 나으며 내 소득은 천은보다 나으니라
19Mijn vrucht is meer waard dan het edelste goud, Meer dan het fijnste zilver mijn oogst.
20나는 의로운 길로 행하며 공평한 길 가운데로 다니나니
20Ik wandel op de weg der gerechtigheid, Midden op de paden van het recht:
21이는 나를 사랑하는 자로 재물을 얻어서 그 곳간에 채우게 하려함이니라
21Om die mij beminnen, met bezit te verrijken, En hun schatkamers te vullen.
22[사37:26]
22Jahweh schiep mij als zijn eerste gewrocht, Als het eerste werk, dat Hij ooit heeft gemaakt;
23여호와께서 그 조화의 시작 곧 태초에 일하시기 전에 나를 가지셨으며
23Van oudsher ben ik gevormd, Van den beginne, vóór de eerste tijden der aarde.
24만세 전부터 상고부터, 땅이 생기기 전부터, 내가 세움을 입었나니
24Toen er nog geen oceanen waren. was ik geboren, Toen er nog geen bronnen, rijk aan water, bestonden;
25아직 바다가 생기지 아니하였고 큰 샘들이 있기 전에 내가 이미났으며
25Eer de bergen waren neergelaten, Eer de heuvels ontstonden, werd ik geboren,
26산이 세우심을 입기 전에 언덕이 생기기 전에 내가 이미 났으니
26Eer Hij de aarde had gemaakt en de velden, En alle grondstoffen der wereld.
27하나님이 아직 땅도 들도 세상 진토의 근원도 짓지 아니하셨을 때에라
27Toen Hij de hemel welfde, was ik aanwezig, Toen Hij een kring trok rond het vlak van de oceaan;
28그가 하늘을 지으시며 궁창으로 해면에 두르실 때에 내가 거기 있었고
28Toen Hij daarboven de wolken bevestigde, En de bronnen van de oceaan begonnen te stromen;
29그가 위로 구름 하늘을 견고하게 하시며 바다의 샘들을 힘 있게하시며
29Toen Hij de zee haar grenzen stelde, Dat de wateren haar oevers niet zouden overschrijden; Toen Hij de fundamenten der aarde legde:
30바다의 한계를 정하여 물로 명령을 거스리지 못하게 하시며 또 땅의 기초를 정하실 때에
30Was ik bij Hem als een troetelkind, Was ik elke dag zijn vermaak, Dartelde ik heel de tijd onder zijn ogen,
31내가 그 곁에 있어서 창조자가 되어 날마다 그 기뻐하신 바가 되었으며 항상 그 앞에서 즐거워하였으며
31Spelend op zijn wereldrond, En mij vermakend met de kinderen der mensen.
32사람이 거처할 땅에서 즐거워하며 인자들을 기뻐하였었느니라
32Welnu dan kinderen luistert naar mij; Gelukkig zij, die mijn wegen bewaren;
33아들들아 이제 내게 들으라 내 도를 지키는 자가 복이 있느니라
33Hoort naar de lessen, weest wijs, en verwerpt ze niet. En de wacht houden aan de posten van mijn poorten.
34훈계를 들어서 지혜를 얻으라 그것을 버리지 말라
34Gelukkig de mens, die naar mij luistert, Die elke dag aan mijn deuren waken,
35누구든지 내게 들으며 날마다 내 문 곁에서 기다리며 문설주 옆에서 기다리는 자는 복이 있나니
35Wie mij vindt, heeft het leven gevonden, En welbehagen verkregen van Jahweh;
36대저 나를 얻는 자는 생명을 얻고 여호와께 은총을 얻을 것임이니라 [ (Proverbs 8:37) 그러나 나를 잃는 자는 자기의 영혼을 해하는 자라 무릇 나를 미워하는 자는 사망을 사랑하느니라 ]
36Maar wie mij mist, benadeelt zichzelf, En al wie mij haten, beminnen de dood!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.