Hooglied
Chapter 4

Hooglied

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Wat zijt ge verrukkelijk, mijn liefste: Uw ogen liggen als duiven achter uw sluier, Uw lokken zijn als een kudde geiten, Die neergolft van Gilads gebergte.
1Гарна ти, моя мила, о, яка ж ти гарна! очі, неначе в голубки, під кучерями в тебе; волоссє в тебе — нїби стадо кіз, що сходять із гори Галаадської;
2Uw tanden als een kudde, die pas is geschoren, En zo uit het bad; Die allen tweelingen hebben, Waarvan er geen enkel ontbreekt.
2Зуби в тебе — мов отара острижених овець, що з купелї виходять, а в кожної близнята, і нема між ними неплідної.
3Als een band van purper uw lippen, Aanminnig uw mond; Als granatenhelften blozen uw wangen Door uw sluier heen.
3Губи в тебе — пурпурова стрічка, а уста принадні; нїби половинки гранатового яблока — щоки твої під кучерями в тебе;
4Uw hals als de toren van David, Gebouwd met kantélen: Duizend schilden hangen er aan, Louter rondassen van helden.
4Шия твоя — се вежа Давидова, построєна про зброю: тисячі щитів висять на нїй — щити самих сильних;
5Uw beide borsten twee welpen, Tweelingen van de gazel, die in de leliën weiden,
5Дві соски твої — мов близнятка в молодої серни, що між лилїями пасуться.
6Totdat de dag is afgekoeld En de schaduwen vlieden. Ik wil naar de berg van mirre gaan En naar de heuvel van wierook;
6Покіль день холодом дише, тїнь не простяглася, вийду я на гору мирри, на узгірря кадила.
7Want alles is schoon aan u, liefste, Geen vlek op u! …
7Вся ти гарна, моя мила, нема в тобі скази!
8Van de Libanon, mijn bruid, Met mij zijt ge van de Libanon gekomen, Hebt ge Amana’s top verlaten, De top van Senir en de Hermon: De holen der leeuwen, De bergen der panters.
8Зійди ж, подруго, за мною з Ливану; йди зо мною з Ливану! сьпіши з верхівя Амани, з верхівя Сенира й Єрмону, від леговищ левів, із гір, де рисї!
9Gij hebt mij betoverd, mijn zuster, bruid, Betoverd met één blik van uw ogen, Met één lijn van uw hals!.
9Зранила ти серце моє, сестрице-подруго! взяла єси серце моє поглядом єдиним, одним намистом на шиї твоїй!
10Hoe schoon is uw liefde, mijn zuster, bruid, Hoe strelend uw minne meer dan de wijn, Hoe heerlijk uw geuren, lieflijker nog dan de balsem.
10Що за любі ласки в тебе, сестронько-подруго, ласки твої над вино солодші, а пахощі мастей твоїх над усї пахощі!
11Van honingzoet druipen Uw lippen, o bruid; Honing en melk Zijn onder uw tong; De geur uwer kleren Is als Libanon-geur.
11В тебе з уст, подруго, капле мед, як з крижки; мед і молоко в тебе з язика стїкає, а пахощі одеж твоїх — пахощі Ливану!
12Een gegrendelde hof is mijn zuster, bruid, Een gesloten wel, Een verzegelde bron:
12Обгороджений сад — сестра моя люба, замкнений город, під печаттю криниця;
13Uw lusthof is een paradijs van granaten, Met allerlei kostelijke vruchten, Met hennabloemen en nardusplanten,
13Росадники твої — се сад гранатових яблок, роскішного плоду, кипер вкупі з нардом;
14Saffraan, kaneel en muskaat, Met wierookgewassen, mirre en aloë, En een keur van heerlijke balsem!
14З шафраном там нард, цинамон там із нардом; мирра там і алой з усїма пахощами;
15Een bron in de tuinen Een wel van levend water, Dat van de Libanon stroomt.
15Джерело саду — колодїзь води живої й потоки з Ливану.
16Waak op, noordenwind, Zuidenwind, kom! Waai door mijn hof, Laat zijn balsemgeur stromen: Opdat mijn beminde in zijn lusthof kome, Er zijn kostelijke vruchten mag smaken.
16Піднімись, північний вітре, прилети, полуденнику, повій на сад мій, нехай поллються пахощі його! —

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.