Hooglied 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Des nachts op mijn sponde Zocht ik naar mijn zielsbeminde; Ik zocht naar hem, Maar vond hem niet!
1У ночі на ліжку в себе я того шукала, кого серце моє любить, й не знайшла, шукавши.
2Ik wil opstaan, rondgaan door de stad, Mijn zielsbeminde zoeken op straten en pleinen; Ik zocht naar hem, Maar vond hem niet!
2Схоплюся ж я та метнуся, в городї шукати по улицях та майданах, кого серце любить; шукала, та не знайшла його.
3Zo troffen mij de wachters der stad bij hun rondgang: “Hebt gij mijn zielsbeminde gezien?”
3Стріла вартових, що місто по ночі обходять: Чи не бачили того ви, кого серце любить?
4Maar nauwelijks was ik hun voorbij, Of ik vond mijn zielsbeminde terug. Ik greep hem vast, En liet hem niet los, Tot ik hem gebracht had in het huis van mijn moeder, In de kamer van haar, die mij baarde.
4Ледві з ними розминулась, аж і знайшла того, що серцем полюбила; вхопилась його й не пустила, аж привела його в господу матері моєї й у сьвітлицї до тієї, що мене вродила.
5Ik bezweer u, Jerusalems dochters, Bij de gazellen en de hinden in het veld: Wekt en lokt de liefde niet, Voordat het haar lust! …
5Заклинаю ж вас, дочки Ерусалимські, на сугаків і серен, не будїть і не трівожте милої, аж поки сама вона схоче!
6Maar wat stijgt daar op uit de steppe, Aan een rookzuil gelijk, Geurend van mirre en wierook, Van allerlei kruiden der kramers?
6Хто сеся, що від степу йде, наче б окурювана стовпами диму з мирри й кадила, з порошків в крамницях?
7Zie, het is de draagkoets van Salomon, Door zestig van Israëls helden omringd:
7Глянь! се ж ліжко Соломона: шість десятків силачів кругом його з хоробрих в Ізраїлї;
8Allen omgord met het zwaard, En ten strijde geoefend; Iedereen met het zwaard op zijn heup, Om de vrees voor de nacht.
8Всї з мечами, зʼучені до бою; у кожного меч при боку, про безпеку в ночі.
9Koning Salomon heeft zich een draagkoets gemaakt Van Libanon-hout:
9Переносне лїгво построїв собі царь Соломон з дерева з Ливану;
10De stijlen liet hij van zilver maken, Haar leuning van goud, De zitting van purper, Met ebbenhout van binnen bekleed.
10Срібні стовпцї, золоті поруччя, посїдок з пурпурної тканини, вся середина прибрана з любовю дочок Ерусалимських.
11Jerusalems dochters, loopt uit, Gaat kijken, dochters van Sion: Het is koning Salomon met de kroon, Waarmee zijn moeder hem kroonde Op de dag van zijn huwelijk, Op de dag van de vreugde zijns harten!
11Пійдїть, дочки Сионські, подивітесь на царя Соломона в вінцї, яким увінчала його мати в день подружжя його, в день радостї серцю його.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.