Apokalyps 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Ik bleef toezien. Toen het Lam het eerste van de zeven zegels opende, hoorde ik één van de vier Dieren roepen als met de stem van de donder: “Kom uit!”
1І я бачив, що отворив Агнець одну з печатїй і чув, як одно з животних сказало, наче громовим голосом: Прийди і подиви ся.
2Ik zag toe. En zie: een wit paard. En die er op zat, had een boog, en hem werd een kroon gegeven; als overwinnaar trok hij uit, om nog meer te overwinnen.
2І я поглянув, і ось, кінь білий, а, що сидїв на ньому, мав лук; і дано йому вінець, і вийшов яко побідник, щоб побіждати.
3Toen het Lam het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede Dier roepen: “Kom uit!”
3І коли отворив другу печать, чув я друге животне, що сказало: Прийди, і подиви ся.
4En een ander paard kwam te voorschijn, vuurrood. Aan zijn berijder werd het gegeven, de vrede van de aarde weg te nemen, zodat men elkaar zou vermoorden; een groot zwaard werd hem ter hand gesteld.
4І вийшов инший кінь рижий; а, що сидїв на йому, тому дано взяти впокій із землї, і щоб один одного вбивали; і дано йому великий меч.
5Toen het Lam het derde zegel opende, hoorde ik het derde Dier roepen: “Kom uit!” Ik zag toe. En zie: een zwart paard; en die er op zat, had een weegschaal in zijn hand.
5І коли отворив третю печать, чув я третє животне, що сказало: Прийди і подиви ся. І я поглянув, аж ось кінь карий, а, що сидїв на ньому, мав вагу в руцї своїй.
6En ik hoorde een stem te midden der vier Dieren roepen: “Een maat tarwe voor een tienling, en voor een tienling drie maten gerst; maar de olie en de wijn moogt ge niet schaden!”
6І почув я голос зпосеред чотирьох животних, що сказав: Міра пшеницї за денар, і три міри ячменю за денар; і оливи і вина не марнуй.
7Toen het Lam het vierde zegel opende, hoorde ik de stem van het vierde Dier roepen: “Kom uit!” Ik zag toe. En zie: een vaal paard; en die er op zat, heette de Dood, en de Onderwereld kwam achter hem aan.
7І коли отворив четверту печать, чув я голос четвертого животного, що сказало: Прийди і подиви ся.
8En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde, om te doden met zwaard en hongersnood, met pest en wilde beesten.
8І я поглянув, і ось, кінь блїдий, а, що сидїв верх него, імя йому смерть, а пекло слїдом за ним; і дана йому власть вбивати на четвертій частї землї мечем, і голодом, і смертю, і зьвірми земними.
9En toen het Lam het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die waren geslacht om Gods woord en om de getuigenis, die ze hadden beleden.
9І коли отворив пяту печать, бачив я під жертівнею душі убитих за слово Боже, і за сьвідченнє, котре мали; і покликнули голосом великим, говорячи:
10En ze riepen met machtige stem: Hoelang nog, o heilige, waarachtige Heer, Velt Gij geen oordeel, En wreekt Gij ons bloed niet op hen, Die de aarde bewonen?
10Доки, Владико сьвятий і правдивий, не будеш судити і мстити за кров нашу над тими, що домують на землї?
11Toen werd aan ieder van hen een wit gewaad geschonken. Maar er werd hun aangezegd, dat ze nog een korte tijd moesten rusten, totdat hun mededienaars en broeders, die gedood zouden worden juist zoals zij, geheel voltallig zouden zijn.
11І дано кожному одїж білу, і сказано їм, щоб впокоїлись ще малий час, доки не доповнять (числа) слуги-товариші їх, і брати їх, що мають бути вбиті, як і вони.
12Ik bleef toezien, toen het Lam het zesde zegel opende: Een hevige aardbeving brak los; de zon werd zwart als een haren zak, de maan geheel als bloed;
12І поглянув я, коли отворив шесту печать; і ось, трясеннє велике стало ся, і сонце стало чорне, як верета волосїнна, а місяць став, як кров,
13de sterren des hemels vielen neer op de aarde, zoals een vijgeboom zijn onrijpe vijgen laat vallen, als hij door een sterke wind wordt geschud;
13а зорі небесні попадали на землю, як смоківниця, од великого вітру трясена, скидає свої недостиглі смокви.
14de hemel kromp samen als een boek, dat zich oprolt; alle bergen en eilanden vloden weg van hun plaats.
14А небо зникло, як лист звинутий, і всяка гора і виспа двигнулись із місць своїх;
15En de koningen der aarde, rijksgroten en legerhoofden, rijken en machtigen, alle slaven en vrijen, ze verborgen zich in de spelonken en rotsen der bergen.
15і царі землї, і вельможі, і багаті, і тисячники, і сильні, і всякий невільник, і всякий вільний скрились у печерах і скелях гірських,
16En tot bergen en rotsen riepen ze uit: Valt op ons neer! Verbergt ons voor het aanschijn van Hem, die op de troon is gezeten, en voor de toorn van het Lam.
16і кажуть скелям і горам: Впадїте на нас, і закрийте нас від лиця Сидячого на престолї, і від гнїва Агнця,
17Want gekomen is de groote Dag van hun toorn! En wie kan dan blijven bestaan!
17бо прийшов великий день гнїва Його, і хто може встояти?
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.