Apokalyps 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Schrijf aan den engel der kerk te Sardes. Dit zegt Hij, die de zeven geesten Gods en de zeven sterren heeft: Ik ken uw werken; ge hebt de naam, dat ge leeft, maar ge zijt dood.
1І ангелові церкви в Сардах напиши: Се глаголе Той, що має сїм духів Божих, і сїм звізд. Знаю твої дїла, що маєш імя, що живеш, а мертвий єси.
2Word wakker, en geef steun aan de rest, die op ‘t punt van sterven staat. Want Ik heb uw werken niet volmaakt bevonden voor het aanschijn van mijn God.
2Будь чуйний, і утверджуй инше, що має вмерти, бо не знайшов я, щоб дїла твої були скінчені перед Богом.
3Herinner u dus, hoe ge ontvangen hebt en geluisterd; onderhoud het, en kom tot inkeer. Zo ge dus niet wakker wordt, zal Ik komen als een dief, en ge zult niet weten, op wat uur Ik u zal overvallen.
3Тим то згадай, як приняв і чув єси, і хорони, і покай ся, коли ж не чувати меш, прийду на тебе, як злодїй, і не знати меш, якого часу прийду на тебе.
4Toch hebt ge in Sardes er enkelen, die hun klederen niet hebben besmet; met Mij zullen ze wandelen in het wit gekleed, omdat ze daartoe waardig zijn.
4Та маєш не багато імен в Сардах, що не опоганили одеж своїх; вони ходити муть зо мною у білих, бо достойні.
5Wie overwint, zal dus in witte klederen worden gehuld; zijn naam zal Ik niet uitwissen uit het boek des levens, maar zijn naam belijden voor mijn Vader en voor zijn engelen.
5Хто побідить, то зʼодягнеть ся в білу одїж, і не витру імя його з книги життя, і визнаю імя його перед Отцем моїм, і перед ангелами Його.
6Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken.
6Хто має ухо, нехай слухає, що Дух глаголе церквам.
7Schrijf aan den engel der kerk te Filadélfia. Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Hij die de sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand zal sluiten; Die sluit, en niemand zal openen:
7І ангелові церкви, що в Филадельфиї, напиши: Се глаголе Сьвятий, Правдивий, що має ключ Давидів, котрий відчиняє, і нїхто не зачинить, і зачиняє, і нїхто не відчинить:
8Ik ken uw werken! Zie, Ik heb bij u een deur opengezet, die niemand kan sluiten. Want wel hebt ge slechts geringe kracht, maar mijn woord hebt ge bewaard, en mijn Naam niet verloochend.
8Знаю твої дїла; ось дав я перед тобою незачинені двері, і нїхто не може зачинити їх; ти малу маєш силу, а схоронив моє слово, і не відрік ся імени мого.
9Zie, Ik breng lieden van de synagoge van Satan, die zeggen, dat ze Joden zijn: —toch zijn ze het niet, maar ze liegen; —zie, Ik zal ze tot u doen komen, ze doen neervallen aan uw voeten, en ze doen weten, dat Ik u liefhad.
9Ось, я дам, що деякі із зборища сатаниного, котрі зовуть себе Жидами, та ними не є, а брешуть; ось я зроблю, щоб вони прийшли, і поклонились перед ногами твоїми, і пізнали, що я полюбив тебе.
10Omdat gij mijn bevel tot volharding bewaard hebt, zal Ik ook u in het uur der beproeving bewaren, dat over de hele wereld zal slaan, en hen zal beproeven, die de aarde bewonen.
10Яко ж хоронив єси слово терпиливости моєї, то й я тебе схороню від години спокуси, що має прийти на цїлу вселенну, спокусити домуючих на землї.
11Ik kom spoedig! Houd vast wat ge hebt, opdat niemand u berooft van de kroon.
11Ось, ійду скоро; держи, що маєш, щоб нїхто не взяв вінця твого.
12Wie overwint, zal Ik maken tot een zuil in het huis van mijn God, en nooit zal hij er uitgaan; en Ik zal daarop schrijven de Naam van mijn God, —en de Naam van de Stad van mijn God, van het Nieuw-Jerusalem, dat neerdaalt van mijn God uit de hemel, —en bovendien mijn nieuwe Naam.
12Хто побідить, зроблю його стовпом в храмі Бога мого, і вже не вийде геть; і напишу на ньому імя Бога мого, і ймя города Бога мого, нового Єрусалиму, сходящого з неба від Бога мого, і ймя моє нове.
13Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken.
13Хто має ухо, нехай слухає, що Дух глаголе церквам.
14Schrijf aan den en el der kerk te Laodicea. Dit zegt “Amen”, de trouwe en waarachtige Getuige, de Aanvang van de schepping Gods:
14І ангелові церкви Лаодикийської напиши: Се глаголе Амінь, сьвідок вірний і правдивий, почин створіння Божого:
15Ik ken uw werken, en weet, dat ge koud zijt noch warm. Och, waart ge maar koud of warm!
15Знаю твої дїла, що ти нї зимний нї гарячий; о, коли б ти був зимний або гарячий!
16Omdat ge lauw zijt, warm noch koud, daarom zal Ik u uitspuwen uit mijn mond.
16Тим то, яко ж лїтний єси, і нї зимний нї гарячий, викину тебе з уст моїх.
17Ge zegt: Ik ben rijk, ik heb overvloed en heb behoefte aan niets; daarom beseft ge ook niet, dat ge ellendig zijt en erbarmelijk, arm, blind en naakt.
17Бо кажеш: Я багатий, і збагатїв, і нїчого не потрібую; а не знаєш, що ти бідолашний, і мізерний, і вбогий, і слїпий і голий.
18Ik raad u aan, om goud van Mij te kopen door vuur gelouterd, opdat ge rijk moogt worden; en witte klederen, om ze aan te trekken, opdat de schande uwer naaktheid niet aan de dag zal komen; en zalf, om uw ogen te zalven, opdat ge moogt zien.
18Раджу тобі купити в мене золото, огнем перечищене, щоб збагатив ся; і білу одїж, щоб зʼодягнув ся, і не було видно сорому наготи твоєї; і мастю від очей намасти очі твої, щоб бачив.
19Ik bestraf en tuchtig al, die Ik liefheb. Doe dus uw best en bekeer u.
19Я, кого люблю, докоряю і караю; будь же ревний і покай ся.
20Zie, Ik sta aan de deur en klop; wanneer iemand luistert naar mijn stem en de deur zal ontsluiten, dan zal Ik bij hem binnenkomen, de maaltijd met hem houden, en hij met Mij.
20Ось, стою під дверми і стукаю; коли хто почує мій голос, і відчинить двері, то ввійду до нього, і вечеряти му з ним, а він зо мною.
21Wie overwint, zal Ik naast Mij op mijn troon doen zitten, zoals Ik zelf heb overwonnen, en met mijn Vader op zijn troon ben gezeten.
21Хто побідить, дам йому сїсти зо мною на престолї моїм, яко ж і я побідив, і сїв з Отцем моїм на престолї Його.
22Wie oren heeft, hore wat de Geest zegt tot de kerken.
22Хто має ухо, нехай слухає, що Дух глаголе церквам.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.