Apokalyps 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Schrijf aan den engel der kerk te Éfese. Dit zegt Hij, die de zeven sterren houdt in zijn rechterhand, die rondgaat te midden der zeven gouden luchters:
1Ангелові Єфеської церкви напиши: Се глаголе Той, що держить сїм звізд у правицї своїй, що ходить посеред семи сьвічників золотих:
2Ik ken uw werken, uw zwoegen en uw geduld; en Ik weet, dat ge de bozen niet kunt verdragen. Ge hebt hen, die zich apostelen noemen, —maar ze zijn het niet—op de proef gesteld, en ze leugenaars bevonden.
2Знаю дїла твої, і труд твій, і терпиливість твою, і що не можеш терпіти лихих, і досьвідчив тих, що зовуть себе апостолами, та ними не є, я знайшов їх ложниками,
3Ook bezit ge geduld, en veel hebt ge uitgestaan terwille van mijn Naam, zonder moede te worden.
3і терпів єси, і маєш терпиливість, і задля імени мого трудив ся єси, і не знеміг ся.
4Maar Ik heb tégen u, dat ge uw eerste liefde verloren hebt.
4Тільки ж маю проти тебе, що ти любов твою перву оставив.
5Denk er eens aan, van welke hoogte ge zijt neergestort; bekeer u, en doe de werken van weleer. Zo niet, dan kom Ik op u af; Ik zal uw luchter van zijn plaats verwijderen, zo ge u niet bekeert.
5Згадай же, з відкіля випав єси, і покай ся і перві дїла роби; а то прийду до тебе скоро, і двигну сьвічник твій з місця його, коли не покаєш ся.
6Dit echter hebt ge vóór, dat ge de werken der Nikolaieten haat, die ook Ik haat.
6Тільки ж се (добре) маєш, що ненавидиш дїла Николаітів, котрі й я ненавиджу.
7Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal Ik doen eten van de boom des levens, die staat in het Paradijs van God.
7Хто має ухо, нехай слухає, що Дух глаголе церквам: Хто побідить, тому дам поживати від дерева життя, що по серединї раю Божого.
8Schrijf aan den engel der kerk te Smyrna. Dit zegt de Eerste en de Laatste, Hij die dood was en levend werd:
8І ангелові церкви Смирнейської напиши: Се глаголе Первий і Останнїй, що був мертвий і ожив:
9Ik ken uw verdrukking en uw armoede, —toch zijt ge rijk; ook de lastering door hen, die zich Joden noemen, —toch zijn ze het niet, maar een synagoge van Satan.
9Знаю дїла твої, і горе і убожество (багатий же єси), і хулу тих, що зовуть себе Жидами, та ними не є, а зборище сатани:
10Vrees niet voor wat ge lijden moet. Zie, de duivel zal sommigen van u in de kerker werpen, om u te bekoren; ook zult ge verdrukking lijden tien dagen lang. Wees getrouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon des leven schenken.
10Нїчого не бій ся, що маєш терпіти. Ось, диявол вкидати ме декотрих із вас у темницю, щоб спокусити вас; і мати мете горе десять день. Будь вірний аж до смерти, і дам тобі вінець життя.
11Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal van de tweede dood geen letsel krijgen.
11Хто має ухо, нехай слухає, що Дух глаголе церквам. Хто побідить, не мати ме кривди від другої смерти.
12Schrijf aan den engel der kerk te Pérgamus. Dit zegt Hij, die voert het scherpe tweesnijdende zwaard:
12І ангелові церкви, що в Пергамі, напиши: Се глаголе Той, що має меч обоюдний, гострий:
13Ik weet, waar ge woont; daar, waar de troon van Satan staat. Toch houdt ge vast aan mijn Naam; het geloof in Mij hebt ge niet verloochend, zelfs in de dagen van Antipas niet, mijn trouwen getuige, die gedood werd bij u, waar Satan woont.
13Знаю дїла твої, і що ти домуєш, де престол сатани, і держиш імя моє, і не відрік ся віри моєї і в ті днї, коли Антипа, сьвідок мій вірний, убитий у вас, де домує сатана.
14Maar Ik heb enkele dingen tégen u. Want ge hebt er daar, die de leer van Bálaäm volgen, van hem, die Balak een struikelblok leerde leggen voor Israëls zonen, om afgodenoffers te eten en ontucht te plegen;
14Тільки ж маю дещо проти тебе, бо маєш там таких, що держать ся науки Валаама, котрий навчив Валака ввести поблазнь перед синами Ізраїлевими, щоб їли ідолські жертви і жили в перелюбі.
15zó hebt gij er ook, die de leer der Nikolaieten volgen, die hetzelfde beoogt.
15Також маєш і таких, що держать ся науки Николаітів, що я ненавиджу.
16Bekeer u dus! Zo niet, dan kom Ik schielijk op u af; en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond.
16Покай ся; ато прийду до тебе скоро, і воювати му з ними мечом уст моїх.
17Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal Ik van het verborgen manna geven; en Ik zal hem schenken een witte steen, en op die steen zal een nieuwe naam staan geschreven, die niemand kent, dan die hem krijgt.
17Хто має ухо, нехай слухає, що Дух глаголе церквам. Хто побідить, тому дам поживати від манни закритої, і дам йому камінь білий, а на каменї нове імя написане, котрого нїхто не знає, тільки, хто приняв.
18Schrijf aan den engel der kerk te Tuatira. Dit zegt de Zoon van God, die ogen heeft als een vuurvlam, wiens voeten zijn als glanzend koper.
18І ангелові церкви в Тиятирі напиши: Се глаголе Син Божий, що має очі свої, як поломінь огняна, і ноги Його подобні мідї:
19Ik ken uw werken, uw liefde, geloof, dienstvaardigheid en standvastigheid; ook uw latere werken, talrijker nog dan de eerste.
19Знаю твої дїла і любов і служеннє, і віру, і терпиливість твою, і дїла твої, і що останнїх більше, як первих.
20Maar Ik heb tégen u, dat ge de vrouw Izebel laat begaan, die zich profetes noemt, en door haar leer mijn dienaars verleidt, om ontucht te plegen en afgodenoffers te eten.
20Тільки маю дещо проти тебе, бо даєш жінцї Єзавелї, що зове себе пророкинею, учити і зводити моїх слуг, жити в перелюбі і їсти ідолські жертви.
21Ik heb haar tijd gegeven, om tot inkeer te komen; maar ze wil zich niet bekeren van haar ontucht.
21Я дав їй часу, щоб покаялась в перелюбі своїм, та не покаялась.
22Zie, haar werp Ik op het bed; die overspel met haar plegen, breng Ik in grote verdrukking, wanneer ze zich niet van haar werken bekeren;
22Се я кидаю її на постїль, і перелюбників з нею у велике горе, коли не покають ся в дїлах своїх.
23haar kinderen zal Ik doen omkomen door de dood. Dan zullen alle kerken weten, dat Ik het ben, die nieren en harten doorgrond, en dat Ik ieder van u naar uw werken vergeld.
23І дїти її убю смертю; і пізнають усї церкви, що я дослїджую внутро і серця; і дам вам кожному по дїлам вашим.
24Aan de anderen van Tuatira, aan hen, die deze leer niet aanvaarden en de diepte van Satan niet kennen, zoals men dat noemt; aan u zeg Ik: Ik leg u geen andere last op;
24Вам же глаголю, і иншим, що в Тиятирі, скільки їх не мають сієї науки, і котрі не пізнали глибинї сатаниної, як кажуть, що не кину на вас иншого тягару;
25houdt slechts vast wat ge hebt, totdat Ik kom.
25тільки, що маєте, держіть, аж поки прийду.
26Wie overwint, en ten einde toe mijn werken volbrengt, hem zal Ik macht over de heidenen geven;
26І хто побідить, і хто хоронить аж до кінця дїла мої, тому дам власть над поганами;
27met ijzeren staf zal hij ze weiden, gelijk de aarden vaten worden verbrijzeld,
27і пасти ме їх жезлом залїзним; як посуди глиняні покрушать ся; як се я приняв від Отця мого;
28zoals Ik die macht ook van mijn Vader ontving. Ook zal Ik hem schenken de morgenster.
28і дам йому ранню зору.
29Wie oren heeft, hore wat de Geest zegt tot de kerken.
29Хто має ухо, нехай слухає, що Дух глаголе церквам.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.