Apokalyps 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Schrijf aan den engel der kerk te Éfese. Dit zegt Hij, die de zeven sterren houdt in zijn rechterhand, die rondgaat te midden der zeven gouden luchters:
1「你要写信给 以弗所 教会的使者,说:『那右手拿着七星、在七个金灯台中间行走的,说:
2Ik ken uw werken, uw zwoegen en uw geduld; en Ik weet, dat ge de bozen niet kunt verdragen. Ge hebt hen, die zich apostelen noemen, —maar ze zijn het niet—op de proef gesteld, en ze leugenaars bevonden.
2我知道你的行为、劳碌、忍耐,也知道你不能容忍恶人。你也曾试验那自称为使徒却不是使徒的,看出他们是假的来。
3Ook bezit ge geduld, en veel hebt ge uitgestaan terwille van mijn Naam, zonder moede te worden.
3你也能忍耐,曾为我的名劳苦,并不乏倦。
4Maar Ik heb tégen u, dat ge uw eerste liefde verloren hebt.
4然而有一件事我要责备你,就是你把起初的爱心离弃了。
5Denk er eens aan, van welke hoogte ge zijt neergestort; bekeer u, en doe de werken van weleer. Zo niet, dan kom Ik op u af; Ik zal uw luchter van zijn plaats verwijderen, zo ge u niet bekeert.
5所以,应当回想你是从哪里坠落的,并要悔改,行起初所行的事。你若不悔改,我就临到你那里,把你的灯台从原处挪去。
6Dit echter hebt ge vóór, dat ge de werken der Nikolaieten haat, die ook Ik haat.
6然而你还有一件可取的事,就是你恨恶 尼哥拉 一党人的行为,这也是我所恨恶的。
7Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal Ik doen eten van de boom des levens, die staat in het Paradijs van God.
7圣 灵向众教会所说的话,凡有耳的,就应当听!得胜的,我必将 神乐园中生命树的果子赐给他吃。』」
8Schrijf aan den engel der kerk te Smyrna. Dit zegt de Eerste en de Laatste, Hij die dood was en levend werd:
8「你要写信给 士每拿 教会的使者,说:『那首先的、末后的、死过又活的,说:
9Ik ken uw verdrukking en uw armoede, —toch zijt ge rijk; ook de lastering door hen, die zich Joden noemen, —toch zijn ze het niet, maar een synagoge van Satan.
9我知道你的患难,你的贫穷(你却是富足的),也知道那自称是 犹太 人所说的毁谤话,其实他们不是 犹太 人,乃是撒但一会的人。
10Vrees niet voor wat ge lijden moet. Zie, de duivel zal sommigen van u in de kerker werpen, om u te bekoren; ook zult ge verdrukking lijden tien dagen lang. Wees getrouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon des leven schenken.
10你将要受的苦你不用怕。魔鬼要把你们中间几个人下在监里,叫你们被试炼,你们必受患难十日。你务要至死忠心,我就赐给你那生命的冠冕。
11Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal van de tweede dood geen letsel krijgen.
11圣 灵向众教会所说的话,凡有耳的,就应当听!得胜的,必不受第二次死的害。』」
12Schrijf aan den engel der kerk te Pérgamus. Dit zegt Hij, die voert het scherpe tweesnijdende zwaard:
12「你要写信给 别迦摩 教会的使者,说:『那有两刃利剑的,说:
13Ik weet, waar ge woont; daar, waar de troon van Satan staat. Toch houdt ge vast aan mijn Naam; het geloof in Mij hebt ge niet verloochend, zelfs in de dagen van Antipas niet, mijn trouwen getuige, die gedood werd bij u, waar Satan woont.
13我知道你的居所,就是有撒但座位之处;当我忠心的见证人 安提帕 在你们中间、撒但所住的地方被杀之时,你还坚守我的名,没有弃绝我的道。
14Maar Ik heb enkele dingen tégen u. Want ge hebt er daar, die de leer van Bálaäm volgen, van hem, die Balak een struikelblok leerde leggen voor Israëls zonen, om afgodenoffers te eten en ontucht te plegen;
14然而,有几件事我要责备你:因为在你那里有人服从了 巴兰 的教训;这 巴兰 曾教导 巴勒 将绊脚石放在 以色列 人面前,叫他们吃祭偶像之物,行奸淫的事。
15zó hebt gij er ook, die de leer der Nikolaieten volgen, die hetzelfde beoogt.
15你那里也有人照样服从了 尼哥拉 一党人的教训。
16Bekeer u dus! Zo niet, dan kom Ik schielijk op u af; en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond.
16所以,你当悔改;若不悔改,我就快临到你那里,用我口中的剑攻击他们。
17Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal Ik van het verborgen manna geven; en Ik zal hem schenken een witte steen, en op die steen zal een nieuwe naam staan geschreven, die niemand kent, dan die hem krijgt.
17圣 灵向众教会所说的话,凡有耳的,就应当听!得胜的,我必将那隐藏的吗哪赐给他,并赐他一块白石,石上写着新名;除了那领受的以外,没有人能认识。』」
18Schrijf aan den engel der kerk te Tuatira. Dit zegt de Zoon van God, die ogen heeft als een vuurvlam, wiens voeten zijn als glanzend koper.
18「你要写信给 推雅推喇 教会的使者,说:『那眼目如火焰、脚像光明铜的 神之子说:
19Ik ken uw werken, uw liefde, geloof, dienstvaardigheid en standvastigheid; ook uw latere werken, talrijker nog dan de eerste.
19我知道你的行为、爱心、信心、勤劳、忍耐,又知道你末后所行的 善 事,比起初所行的更多。
20Maar Ik heb tégen u, dat ge de vrouw Izebel laat begaan, die zich profetes noemt, en door haar leer mijn dienaars verleidt, om ontucht te plegen en afgodenoffers te eten.
20然而,有一件事我要责备你,就是你容让那自称是先知的妇人 耶洗别 教导我的仆人,引诱他们行奸淫,吃祭偶像之物。
21Ik heb haar tijd gegeven, om tot inkeer te komen; maar ze wil zich niet bekeren van haar ontucht.
21我曾给她悔改的机会,她却不肯悔改她的淫行。
22Zie, haar werp Ik op het bed; die overspel met haar plegen, breng Ik in grote verdrukking, wanneer ze zich niet van haar werken bekeren;
22看哪,我要叫她病卧在床。那些与她行淫的人,若不悔改所行的,我也要叫他们同受大患难。
23haar kinderen zal Ik doen omkomen door de dood. Dan zullen alle kerken weten, dat Ik het ben, die nieren en harten doorgrond, en dat Ik ieder van u naar uw werken vergeld.
23我又要杀死她的党类,叫众教会知道,我是那察看人肺腑心肠的,并要照你们的行为报应你们各人。
24Aan de anderen van Tuatira, aan hen, die deze leer niet aanvaarden en de diepte van Satan niet kennen, zoals men dat noemt; aan u zeg Ik: Ik leg u geen andere last op;
24至于你们 推雅推喇 其余的人,就是一切不从那教训、不晓得他们素常所说撒但深奥之理的人,我告诉你们,我不将别的担子放在你们身上。
25houdt slechts vast wat ge hebt, totdat Ik kom.
25但你们已经有的,总要持守,直等到我来。
26Wie overwint, en ten einde toe mijn werken volbrengt, hem zal Ik macht over de heidenen geven;
26那得胜又遵守我命令到底的,我要赐给他权柄制伏列国;
27met ijzeren staf zal hij ze weiden, gelijk de aarden vaten worden verbrijzeld,
27他必用铁杖辖管他们,将他们如同窑户的瓦器打得粉碎,像我从我父领受的权柄一样。
28zoals Ik die macht ook van mijn Vader ontving. Ook zal Ik hem schenken de morgenster.
28我又要把晨星赐给他。
29Wie oren heeft, hore wat de Geest zegt tot de kerken.
29圣 灵向众教会所说的话,凡有耳的,就应当听!』」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.