Apokalyps 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Daarna zag ik vier engelen staan aan de vier hoeken der aarde; de vier winden der aarde hielden ze in bedwang, opdat geen wind zou waaien noch over de aarde, noch over de zee, noch over een boom.
1此后,我看见四位天使站在地的四角,执掌地上四方的风,叫风不吹在地上、海上,和树上。
2Nog zag ik een anderen engel, opstijgend van de opgang der zon, dragend het zegel van den levenden God. Met machtige stem riep hij de vier engelen toe, wien het gegeven was, aarde en zee te beschadigen;
2我又看见另有一位天使,从日出之地上来,拿着永生 神的印。他就向那得着权柄能伤害地和海的四位天使大声喊着说:
3en hij sprak: Beschadigt noch aarde, noch zee, noch de bomen, vóórdat we de dienaars van onzen God op hun voorhoofden hebben gezegeld!
3「地与海并树木,你们不可伤害,等我们印了我们 神众仆人的额。」
4En ik hoorde het getal der gezegelden: Honderd vier en veertig duizend gezegelden uit alle stammen van Israëls zonen:
4我听见 以色列 人各支派中受印的数目有十四万四千。
5Uit de stam van Juda, twaalf duizend gezegelden. Uit de stam van Ruben, twaalf duizend. Uit de stam van Gad, twaalf duizend.
5犹大 支派中受印的有一万二千; 吕便 支派中有一万二千; 迦得 支派中有一万二千;
6Uit de stam van Aser, twaalf duizend. Uit de stam van Néftali, twaalf duizend. Uit de stam van Manasse, twaalf duizend.
6亚设 支派中有一万二千; 拿弗他利 支派中有一万二千; 玛拿西 支派中有一万二千;
7Uit de stam van Simeon, twaalf duizend. Uit de stam van Levi, twaalf duizend. Uit de stam van Issakar twaalf duizend.
7西缅 支派中有一万二千; 利未 支派中有一万二千; 以萨迦 支派中有一万二千;
8Uit de stam van Zábulon, twaalf duizend. Uit de stam van Josef, twaalf duizend. Uit de stam van Bénjamin, twaalf duizend gezegelden.
8西布伦 支派中有一万二千; 约瑟 支派中有一万二千; 便雅悯 支派中受印的有一万二千。
9Zie, daarna zag ik een overgrote menigte, die niemand kon tellen, uit alle volken en stammen, naties en talen. Ze stonden voor de troon en het Lam, in witte klederen gehuld, met palmtakken in hun handen.
9此后,我观看,见有许多的人,没有人能数过来,是从各国、各族、各民、各方来的,站在宝座和羔羊面前,身穿白衣,手拿棕树枝,
10En ze jubelden met machtige stem, en riepen: Heil onzen God, Die op de troon is gezeten, Heil aan het Lam!
10大声喊着说:「愿救恩归与坐在宝座上我们的 神,也归与羔羊!」
11En al de engelen waren geschaard rond de troon, rondom de Oudsten en de vier Dieren; ze vielen op hun aangezicht neer voor de troon, aanbaden God,
11众天使都站在宝座和众长老并四活物的周围,在宝座前,面伏于地,敬拜 神,
12en zeiden: Amen! Lof, glorie, wijsheid en dank, De eer, en de macht en de sterkte Aan onzen God in de eeuwen der eeuwen! Amen!
12说: 阿们!颂赞、荣耀、智慧、 感谢、尊贵、权柄、大力 都归与我们的 神, 直到永永远远。阿们!
13Toen nam één van de Oudsten het woord, en hij sprak tot mij: Die daar, in witte klederen gehuld: wie zijn ze, en vanwaar zijn ze gekomen?
13长老中有一位问我说:「这些穿白衣的是谁?是从哪里来的?」
14Ik antwoordde hem: Gij weet het, mijn heer! En hij sprak tot mij: Zij zijn het, die gekomen zijn uit de grote verdrukking, Hun klederen blank hebben gewassen in het Bloed van het Lam.
14我对他说:「我主,你知道。」他向我说:「这些人是从大患难中出来的,曾用羔羊的血把衣裳洗白净了。
15Daarom bevinden ze zich voor Gods troon, Dienen Hem dag en nacht in zijn tempel! Die op de troon is gezeten, Zal zijn tent over hen spannen!
15所以,他们在 神宝座前,昼夜在他殿中事奉他。坐宝座的要用帐幕覆庇他们。
16Ze zullen geen honger meer hebben, noch dorst; De zon, noch de hitte zullen hen treffen.
16他们不再饥,不再渴;日头和炎热也必不伤害他们。
17Want het Lam, midden voor de troon, zal hen weiden, Zal hen voeren naar de waterbronnen des levens! Dan zal God wegwissen Alle tranen uit hun ogen!
17因为宝座中的羔羊必牧养他们,领他们到生命水的泉源; 神也必擦去他们一切的眼泪。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.