Apokalyps 21
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Toen zag ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen, en ook de zee bestond niet meer.
1我又看见一个新天新地;因为先前的天地已经过去了,海也不再有了。
2En de heilige Stad, het Nieuw-Jerusalem, zag ik neerdalen van God uit de hemel, toegerust als een bruid, die voor haar man is getooid.
2我又看见圣城新 耶路撒冷 由 神那里从天而降,预备好了,就如新妇妆饰整齐,等候丈夫。
3En ik hoorde van de Troon een machtige stem en ze sprak: Zie, de Woonstede Gods bij de mensen: Hij zal zijn Tent bij hen spannen. Zij zullen zijn volk zijn, Hij: God met hen!
3我听见有大声音从宝座出来说:「看哪, 神的帐幕在人间。他要与人同住,他们要作他的子民。 神要亲自与他们同在,作他们的 神。
4Elke traan wist Hij weg uit hun ogen; En nooit zal de dood er meer zijn, Geen rouw, geen geween en geen smart; Want het vroegere is voorbij!
4神要擦去他们一切的眼泪;不再有死亡,也不再有悲哀、哭号、疼痛,因为以前的事都过去了。」
5En Die op de Troon is gezeten, sprak: Zie, Ik maak alles nieuw! En Hij vervolgde: Schrijf op! Want deze woorden zijn trouw en waarachtig.
5坐宝座的说:「看哪,我将一切都更新了!」又说:「你要写上;因这些话是可信的,是真实的。」
6En Hij sprak tot mij: Het is geschied! Ik ben de Alfa en de Omega; Het Begin en het Einde! Den dorstige zal ik te drinken geven Uit de bron des eeuwigen Levens, om niet.
6他又对我说:「都成了!我是阿拉法,我是俄梅戛;我是初,我是终。我要将生命泉的水白白赐给那口渴的人喝。
7Die overwint, zal dit alles beërven; Ik zal hem tot God zijn, hij Mij tot zoon.
7得胜的,必承受这些为业:我要作他的 神,他要作我的儿子。
8Maar alle lafaards, trouwelozen, Boosdoeners en moordenaars, Ontuchtigen, tovenaars, Afgodendienaars en leugenaars: Ze krijgen hun deel in de poel, Die brandt van vuur en zwavel! En dit is de tweede dood.
8惟有胆怯的、不信的、可憎的、杀人的、淫乱的、行邪术的、拜偶像的,和一切说谎话的,他们的分就在烧着硫磺的火湖里;这是第二次的死。」
9Toen kwam er één van de zeven engelen, die de zeven schalen droegen, vol van de zeven zwaarste plagen; en hij sprak tot mij: Kom, ik zal u tonen de Bruid, de Vrouw van het Lam.
9拿着七个金碗、盛满末后七灾的七位天使中,有一位来对我说:「你到这里来,我要将新妇,就是羔羊的妻,指给你看。」
10In geestverrukking voerde hij mij weg op een grote en hoge berg. En hij toonde mij de heilige Stad, Jerusalem, neerdalend van God uit de hemel.
10我被 圣 灵感动,天使就带我到一座高大的山,将那由 神那里、从天而降的圣城 耶路撒冷 指示我。
11Ze prijkte met Gods heerlijkheid; haar lichtglans leek op edelsteen, op jaspis helder als kristal.
11城中有 神的荣耀;城的光辉如同极贵的宝石,好像碧玉,明如水晶。
12Ze had een grote, hoge muur, met twaalf poorten, en twaalf engelen op de poorten; ook waren er namen in gehouwen: die van de twaalf stammen der zonen Israëls.
12有高大的墙,有十二个门,门上有十二位天使,门上又写着 以色列 十二个支派的名字。
13Ten oosten drie poorten; ten noorden drie poorten; ten zuiden drie poorten; ten westen drie poorten.
13东边有三门,北边有三门,南边有三门,西边有三门。
14De muur der Stad had twaalf grondvesten, en daarop twaalf namen, der twaalf Apostelen van het Lam.
14城墙有十二根基,根基上有羔羊十二使徒的名字。
15En die met mij sprak, had een gouden roede als maatstaf, om de Stad, haar poorten, haar muur te meten.
15对我说话的,拿着金苇子当尺,要量那城和城门城墙。
16De Stad nu was vierkant, haar lengte en breedte gelijk. Hij mat de Stad met de roede: twaalf duizend stadiën; lengte, breedte en hoogte gelijk.
16城是四方的,长宽一样。天使用苇子量那城,共有四千里,长、宽、高都是一样;
17Hij mat ook de muur: honderd vier en veertig el naar mensenmaat, aan engelenmaat gelijk.
17又量了城墙,按着人的尺寸,就是天使的尺寸,共有一百四十四肘。
18De bouwstoffen van haar muur waren van jaspis. —De Stad zelf was van zuiver goud, gelijkend op helder kristal.
18墙是碧玉造的;城是精金的,如同明净的玻璃。
19De grondvesten van de muur der Stad waren met allerlei kostbare stenen gesierd. De eerste grondvest was jaspis, de tweede saffier, de derde chalcedon, de vierde smaragd,
19城墙的根基是用各样宝石修饰的:第一根基是碧玉;第二是蓝宝石;第三是绿玛瑙;第四是绿宝石;
20de vijfde sardonyx, de zesde kornalijn, de zevende chrysoliet, de achtste beryllus, de negende topaas, de tiende chrysopraas, de elfde hyacint, de twaalfde ametyst,
20第五是红玛瑙;第六是红宝石;第七是黄璧玺;第八是水苍玉;第九是红璧玺;第十是翡翠;第十一是紫玛瑙;第十二是紫晶。
21De twaalf poorten waren twaalf paarlen; iedere poort op zich één paarl. —Het plein der Stad was louter goud, doorschijnend als kristal.
21十二个门是十二颗珍珠,每门是一颗珍珠。城内的街道是精金,好像明透的玻璃。
22Maar een tempel zag ik er niet; want de Heer, de almachtige God, is haar tempel; zo ook het Lam.
22我未见城内有殿,因主 神—全能者和羔羊为城的殿。
23Ook heeft de Stad de zon niet van node, noch de maan, om haar te beschijnen; want de Glorie van God doet haar lichten, en het Lam is haar fakkel.
23那城内又不用日月光照;因有 神的荣耀光照,又有羔羊为城的灯。
24De volkeren zullen wandelen in haar licht, de koningen der aarde haar hun heerlijkheid brengen.
24列国要在城的光里行走;地上的君王必将自己的荣耀归与那城。
25Geen enkele dag zullen haar poorten worden gesloten; want nacht zal er niet zijn.
25城门白昼总不关闭,在那里原没有黑夜。
26Zo zal men haar brengen de heerlijkheid en de glorie der volken.
26人必将列国的荣耀、尊贵归与那城。
27Nooit zal er ingaan iets wat onrein is, noch die gruwelen pleegt of leugens spreekt; maar zij alleen, die staan geschreven in het boek des Levens van het Lam.
27凡不洁净的,并那行可憎与虚谎之事的,总不得进那城;只有名字写在羔羊生命册上的 才得进去 。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.