Apokalyps 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen hoorde ik een machtige stem uit de tempel, die tot de zeven engelen sprak: “Gaat heen, en giet de zeven schalen van Gods gramschap leeg op de aarde.”
1І почув я з храму великий голос, що глаголав семи ангелам: Ідїть і вилийте чаші гнїва Божого на землю.
2De eerste ging heen, en goot zijn schaal leeg op de aarde. Kwade en boosaardige zweren braken uit op de mensen, die het merkteken droegen van het Beest en zijn beeld aanbaden.
2І пійшов первий, і вилив чашу свою на землю; і обкинуло людей злим і лютим боляком, тих що мали пятно зьвіра, і покланялись образові його.
3De tweede goot zijn schaal op de zee leeg: Ze werd bloed, als dat van een dode; en alle levende wezens der zee kwamen om.
3А другий ангел вилив чашу свою на море; і стала кров наче у мерця, і всяка душа жива вмерла в морі.
4De derde goot zijn schaal leeg op de rivieren en de waterbronnen: Ze werden bloed.
4І третїй ангел вилив чашу свою на ріки і жерела водні; і стала кров.
5En den engel der wateren hoorde ik zeggen: Rechtvaardig zijt Gij, de Heilige, die zijt en die waart, Omdat Gij zulke oordelen velt.
5І чув я ангела вод, що глаголав: Праведний Ти, Господи, котрий єси, і був, і сьвятий, що таке судив єси;
6Want ze hebben het bloed Van heiligen en profeten vergoten; Bloed hebt Gij hun te drinken gegeven. Ze hebben het verdiend!
6кров бо сьвятих і пророків пролили вони, тим і кров дав єси їм пити; вони бо достойні.
7En het altaar hoorde ik roepen: Ja waarlijk, Heer en almachtige God, Waarachtig en rechtvaardig zijn uw oordelen!
7І чув я иншого, що з жертівнї глаголав: Так, Господи, Боже Вседержителю, правдиві і праведні суди Твої.
8De vierde engel goot zijn schaal leeg op de zon: Het werd haar gegeven, de mensen te blakeren met vuur;
8А четвертий ангел вилив чашу свою на сонце; і дано йому пекти людей огнем.
9en de mensen werden geblakerd door geweldige hitte. Maar ze lasterden de Naam van God, die de macht heeft over die plagen; ze bekeerden zich niet, om Hem eer te geven.
9І пекла людей велика спека, і вони хулили імя Бога, що має власть над тими поразами, та не надумались дати Йому славу.
10De vijfde goot zijn schaal leeg op de troon van het Beest: Zijn rijk werd verduisterd; en ze verbeten hun tongen van pijn.
10А пятий ангел вилив чашу свою на престол зьвіра, і стало царство його темне. І кусали язики свої від болю;
11Maar ze lasterden den God des hemels om hun pijnen en zweren; ze bekeerden zich niet van hun werken.
11і хулили Бога небесного задля болещів своїх, і задля боляків своїх, а не покаялись від дїл своїх.
12De zesde engel goot zijn schaal leeg op de grote stroom, de Eufraat: Zijn water droogde op, zodat de weg was gebaand voor de koningen van de opgang der zon.
12А шестий ангел вилив чашу свою на велику ріку Євфрат; і висохла вода його, щоб готова була дорога царям, що зі сходу сонця.
13Toen zag ik uit de mond van den Draak, uit de mond van het Beest, en uit de mond van den valsen profeet drie onreine geesten uitgaan als kikvorsen;
13І бачив я із рота змія, і з рота зьвіра, і з рота лжепророка три нечисті духи, подобні до жаб.
14want het zijn duivelsgeesten, die wondertekenen doen, en die zich begeven tot de koningen van heel de wereld, om hen te verzamelen tot de strijd op de grote dag van den almachtigen God.
14Се бо духи бісовські, що роблять ознаки, що виходять на царів землї і цїлої вселенної, зібрати їх на війну в день той великий Бога Вседержителя.
15“Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij die waakt en zijn kleren aanhoudt, opdat hij niet naakt ga, en men zijn schaamte niet zie.”
15Ось іду, як злодїй; блаженний, хто чуває, і хоронить одежу свою, щоб не ходити йому голим, і щоб не бачили сорому його.
16En ze verzamelden hen op de plaats, in het hebreeuws “Harmagedón” geheten.
16І зібрав їх в одно місце, що зоветь ся по єврейськи Армагедон.
17De zevende goot zijn schaal leeg op de lucht: Er kwam een machtige stem uit de tempel en van de troon, en ze sprak: “Het is geschied!”
17А семий ангел вилив чашу свою на повітрє; і вийшов великий голос з храму небесного, від престола, глаголючи: Стало ся.
18Bliksemstralen, geraas en donderslagen barstten los, en een geweldige aardbeving brak uit; een aardbeving zó verschrikkelijk als er nooit is geweest, sinds er een mens op aarde woont.
18І постали голоси, і громи, і блискавки, і трясеннє постало велике, якого не було, від коли люде на землї постали; таке трясеннє! таке велике!
19En de grote stad scheurde in drie delen uiteen; de steden der heidenen stortten in. Het grote Bábylon werd voor Gods aanschijn bedacht, om het de beker te geven van de wijn van zijn verbolgen toorn.
19І розпав ся великий город на три частї, і городи поган попадали; і про Вавилон великий згадано перед Богом, дати йому чашу вина лютости гнїва Його.
20Alle eilanden vloden heen, en bergen waren niet meer.
20І всякий остров зник, і не знайдено гори.
21Geweldige hagel, zwaar als talenten, viel uit de hemel neer op de mensen. Maar de mensen lasterden God om de plaag van de hagel; want ontzettend groot was die plaag.
21І град великий, як сотнар, упав з неба на людей; і хулили люде Бога задля градової порази, бо пораза граду вельми була велика.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.