Apokalyps
Chapter 9
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1De vijfde engel blies: Toen zag ik een ster, die uit de hemel op aarde was neergevallen; en haar werd de sleutel gegeven van de put van de Afgrond.
1І пятий ангел затрубив, і я бачив звізду, що впала з неба на землю, і дано їй ключ від бездонного колодязя,
2Ze opende de put van de Afgrond; rook steeg op uit de put als de rook van een geweldige oven; de zon en de lucht werden verduisterd door de rook uit de put.
2і відчинив він бездонний колодязь; і знїс ся дим з колодязя, наче дим великої печі, і затьмилось сонце, і повітрє від диму з колодязя.
3En uit de rook stegen sprinkhanen op en streken neer op de aarde. En er werd hun een macht gegeven, zoals aardse schorpioenen die hebben.
3А з диму вийшла сарана на землю, і дана їй власть, яко ж мають власть скорпиони земні.
4Maar er werd hun gezegd, dat ze het gras der aarde niet mochten beschadigen, geen groen en geen boom, doch enkel de mensen, die op het voorhoofd niet dragen het zegel van God.
4І сказано їм, щоб не шкодили траві земній, анї жодній зеленинї, анї жодній деревинї, тільки одним людям, що не мають печатї Божої на чолах своїх.
5Niet werd hun vergund, ze te doden, maar wèl ze te kwellen vijf maanden lang; hun kwelling is pijnlijk als van een schorpioen, als hij een mens steekt.
5І дано їм, щоб не вбивали їх, а щоб мучили пять місяцїв; а мука від них, як мука від скорпиона, коли вкусить чоловіка.
6In die dagen zullen de mensen de dood zoeken, maar hem niet vinden; smachten zullen ze om te sterven, maar de dood vliedt henen van hen.
6І шукати муть в днї ті люде смерти, і не знайдуть її; і бажати муть вмерти, і втїкати ме смерть від них.
7De sprinkhanen nu zagen er uit als paarden, toegerust tot de strijd. Op hun koppen droegen ze kronen als van goud; hun gezichten waren als die van een mens;
7А порода сарани наче то конї, приготовлені до війни, а на головах її наче вінцї подобаючі на золото, а лиця їх як лиця людські.
8hun haren gelijk aan vrouwenharen; hun tanden gelijk aan leeuwentanden.
8І мали волоссє, як волоссє жіноче; а зуби їх, наче левині,
9Ze droegen borstharnassen als ijzeren pantsers, en het geluid hunner vleugels was als het daveren van wagens met veel paarden, oprukkend ten strijd.
9і мали бронї (панцирі), наче бронї залїзні; а шум крил їх, наче шум возів, коли багато коней біжить на війну.
10Als schorpioenen droegen ze staarten met angels, en in die staarten de macht, om de mensen te schaden, vijf maanden lang.
10А хвости у них подобні, як у скорпионів, і жала були в хвостах їх; а власть їх — шкодити людям пять місяцїв.
11Tot koning over zich hebben ze den Engel van de Afgrond: zijn naam is “Abaddon” in ‘t hebreeuws, “Apollion” is zijn naam in ‘t grieks.
11І мають над собою царя, ангела безоднї; імя йому по єврейськи Авадон, а по грецьки має імя Аполион (Губитель).
12Het eerste “Wee!” is voorbij: zie nog twee “Weeën” komen hierna.
12Горе одно перейшло; ось, настигають ще два після сього.
13De zesde engel blies: En ik hoorde een stem uit de vier hoornen van het gouden altaar, dat staat voor het aanschijn van God.
13І шестий ангел затрубив, і я почув один голос з чотирьох рогів золотої жертівнї, що перед Богом,
14Ze riep tot den zesden engel met de bazuin: Laat los de vier engelen, die bij de grote rivier de Eufraat zijn gebonden!
14що глаголав шестому ангелу, котрий мав трубу: Розвяжи чотирьох ангелів, що звязані над великою рікою Євфратом.
15En losgelaten werden de vier engelen, die zich gereed hadden gemaakt voor het uur en de dag, de maand en het jaar, om het derde deel der mensen te doden.
15І розвязано чотирьох ангелів, що були приготовані на годину, і день, і місяць, і рік, щоб убили третю часть людей.
16Ik hoorde hun getal: Het getal der bereden strijdkrachten was twintigduizend maal tienduizend.
16А число войська кінного двістї тисяч тисячей; і чув я число їх.
17Zó zag ik in het visioen de paarden en hun berijders: ze droegen harnassen, vuurrood, paars, zwavelgrauw; de koppen der paarden waren als koppen van leeuwen; vuur, rook en zwavel kwam uit hun bek.
17І так бачив я конї у видїнню, а ті, що сидїли на них, мали бронї огняні і гияцинтові і сїрчані, а голови коней, як голови левів, а з ротів їх виходить огонь, і дим, і сїрка.
18Door deze drie plagen werd het derde deel der mensen gedood, namelijk door het vuur, de rook en de zwavel uit hun bek.
18А від тих трьох убита третя часть людей, від огня, і від диму, і від сїрки, виходячої з ротів їх.
19Want de macht der paarden ligt in hun bek, maar tegelijk in hun staarten; immers hun staarten zijn slangen gelijk, en van koppen voorzien: ook hiermee brengen ze letsel toe.
19Сила бо їх в ротї (і в хвостах їх); хвости бо їх подобні зміям, маючи голови, котрими шкодять.
20En de rest van de mensen, die door deze plagen niet werden gedood, bekeerden zich toch niet van de werken hunner handen, van de aanbidding der duivels, en der beelden van goud, zilver en koper, steen en hout, die niet kunnen zien, niet horen, niet gaan;
20А остальнї люде, що не повбивані тими поразами, анї покаялись у дїлах рук своїх, щоб не покланятись бісам, і ідолам золотим, і срібним, і мідяним, і камінним, і деревяним, котрі анї бачити не можуть, анї чути, анї ходити.
21ze bekeerden zich niet van hun moorden, hun toverij, hun ontucht en diefstal.
21І не каялись в убийствах своїх, анї в чарах своїх, анї в блудодїяннях своїх, анї в крадїжах своїх.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.