Psalmen 115
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Niet ons, o Jahweh, niet ons, Maar uw Naam geef eer om uw goedheid en trouw!
1耶和华啊,荣耀不要归与我们, 不要归与我们; 要因你的慈爱和诚实归在你的名下!
2Waarom zouden de heidenen zeggen: “Waar is toch hun God?”
2为何容外邦人说: 他们的 神在哪里呢?
3De God van òns is in de hemel, En Hij doet wat Hij wil;
3然而,我们的 神在天上, 都随自己的意旨行事。
4Doch hùn goden zijn maar zilver en goud, Door mensenhanden gemaakt.
4他们的偶像是金的,银的, 是人手所造的,
5Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken; Ogen, maar kunnen niet zien;
5有口却不能言, 有眼却不能看,
6Oren, maar kunnen niet horen; Een neus, maar kunnen niet ruiken.
6有耳却不能听, 有鼻却不能闻,
7Hun handen kunnen niet tasten, Hun voeten niet gaan; Ze geven geen geluid met hun keel, En hebben geen adem in hun mond.
7有手却不能摸, 有脚却不能走, 有喉咙也不能出声。
8Aan hen worden gelijk, die ze maken, En allen, die er op hopen!
8造他的要和他一样; 凡靠他的也要如此。
9Maar Israël blijft op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild;
9以色列 啊,你要倚靠耶和华! 他是你的帮助和你的盾牌。
10Het huis van Aäron blijft op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild;
10亚伦 家啊,你们要倚靠耶和华! 他是你们的帮助和你们的盾牌。
11Die Jahweh vrezen, blijven op Jahweh vertrouwen: Hij is hun hulp en hun schild!
11你们敬畏耶和华的,要倚靠耶和华! 他是你们的帮助和你们的盾牌。
12En Jahweh zal ons gedenken, Ons zijn zegen verlenen: Het huis van Israël zegenen, Het huis van Aäron zegenen,
12耶和华向来眷念我们; 他还要赐福 给我们 : 要赐福给 以色列 的家, 赐福给 亚伦 的家。
13Die Jahweh vrezen zegenen, Kleinen en groten;
13凡敬畏耶和华的,无论大小, 主必赐福给他。
14En Jahweh zal u blijven zegenen, U en uw kinderen!
14愿耶和华叫你们 和你们的子孙日见加增。
15Weest dan gezegend door Jahweh, Die hemel en aarde heeft gemaakt:
15你们蒙了造天地之耶和华的福!
16De hemel blijft de hemel van Jahweh, Maar de aarde gaf Hij aan de kinderen der mensen.
16天,是耶和华的天; 地,他却给了世人。
17De doden zullen Jahweh niet prijzen, Niemand, die in het oord van Stilte is gedaald:
17死人不能赞美耶和华; 下到寂静中的也都不能。
18Maar wij, wij zullen Jahweh loven, Van nu af tot in eeuwigheid!
18但我们要称颂耶和华, 从今时直到永远。 你们要赞美耶和华!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.