Psalmen 135
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Halleluja! Looft Jahweh’s Naam, Looft Hem, dienaars van Jahweh:
1你们要赞美耶和华! 你们要赞美耶和华的名! 耶和华的仆人站在耶和华殿中; 站在我们 神殿院中的,你们要赞美他!
2Gij, die in het huis van Jahweh staat, In de voorhoven van het huis van onzen God!
no verse 2 in this text
3Looft Jahweh: want Jahweh is goed, Verheerlijkt zijn Naam: want die is zo lieflijk;
3你们要赞美耶和华! 耶和华本为善; 要歌颂他的名, 因为这是美好的。
4Want Jahweh heeft Zich Jakob verkoren, En Israël tot zijn bezit!
4耶和华拣选 雅各 归自己, 拣选 以色列 特作自己的子民。
5Ja, ik weet het: Jahweh is groot, Onze Heer boven alle goden verheven;
5原来我知道耶和华为大, 也知道我们的主超乎万神之上。
6Jahweh doet wat Hij wil In hemel en aarde, in zeeën en diepten.
6耶和华在天上,在地下, 在海中,在一切的深处, 都随自己的意旨而行。
7Hij laat de wolken verrijzen Aan de kimmen der aarde; Smeedt de bliksem tot regen, Haalt de wind uit zijn schuren.
7他使云雾从地极上腾, 造电随雨而闪, 从府库中带出风来。
8Hij was het, die Egypte’s eerstgeborenen sloeg, Van mensen en vee;
8他将 埃及 头生的, 连人带牲畜都击杀了。
9Die tekenen en wonderen deed in uw midden, Egypte, Tegen Farao en al die hem dienden;
9埃及 啊,他施行神迹奇事, 在你当中,在法老和他一切臣仆身上。
10Die talrijke volken versloeg, En machtige koningen doodde:
10他击杀许多的民, 又杀戮大能的王,
11Sichon, den vorst der Amorieten, En Og, den koning van Basjan. Hij was het, die alle vorsten vernielde En alle koninkrijken van Kanaän;
11就是 亚摩利 王 西宏 和 巴珊 王 噩 , 并 迦南 一切的国王,
12En die hun land ten erfdeel gaf, Tot bezit aan Israël, zijn volk.
12将他们的地赏赐他的百姓 以色列 为业。
13Uw Naam duurt eeuwig, o Jahweh, Uw roem, o Jahweh, van geslacht tot geslacht;
13耶和华啊,你的名存到永远! 耶和华啊,你可记念的名存到万代!
14Want Jahweh schaft recht aan zijn volk, En ontfermt Zich over zijn dienaars.
14耶和华要为他的百姓伸冤, 为他的仆人后悔。
15Maar de goden der volken zijn zilver en goud, Door mensenhanden gemaakt:
15外邦的偶像是金的,银的, 是人手所造的;
16Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken; Ogen, maar kunnen niet zien;
16有口却不能言, 有眼却不能看,
17Oren, maar kunnen niet horen; Ze hebben geen adem in hun mond.
17有耳却不能听, 口中也没有气息。
18Aan hen worden gelijk, die ze maken, En allen, die er op hopen!
18造他的要和他一样, 凡靠他的也要如此。
19Huis van Israël, zegent dan Jahweh; Huis van Aäron, zegent dan Jahweh;
19以色列 家啊,你们要称颂耶和华! 亚伦 家啊,你们要称颂耶和华!
20Huis van Levi, zegent dan Jahweh; Die Jahweh vrezen, zegent dan Jahweh;
20利未 家啊,你们要称颂耶和华! 你们敬畏耶和华的,要称颂耶和华!
21Gezegend zij Jahweh uit Sion, Hij, die in Jerusalem woont!
21住在 耶路撒冷 的耶和华 该从 锡安 受称颂。 你们要赞美耶和华!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.