Ester 9
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Op de dertiende van Adar, de twaalfde maand, de dag, waarop de verordening van den koning ten uitvoer moest worden gebracht, en waarop de vijanden der Joden gehoopt hadden, zich van hen meester te maken, geschiedde dus juist het tegenovergestelde: de Joden overweldigden hun vijanden!
1Дванайцятого місяця, се б то місяця Адара, на тринайцятий день його, настав час, щоб здїйснився приказ царя і його наказ, в той день, коли вороги Юдеїв сподївались взяти власть над ними, а випало навідворот, що самі Юдеї взяли верх над ворогами своїми, —
2De Joden verzamelden zich in hun steden in alle provincies van koning Achasjwerosj, en sloegen de hand aan allen, die hun ongeluk hadden gezocht. Niemand kon hun weerstaan; want alle volkeren waren voor hen met schrik bevangen.
2Зібрались Юдеї в своїх містах по всїх краях царя Артаксеркса, щоб накласти руку на тих, що задумали проти них лихо; й нїхто не міг проти них стати, бо страх перед ними напав на всї народи.
3Alle vorsten der provincies, de stadhouders, de landvoogden en de koninklijke beambten ondersteunden de Joden, daar zij bang waren voor Mordokai.
3І всї князї по країнах, і сатрапи й начальники над областями, й виконателї справ царських піддержували Юдеїв, бо напав був на них страх перед Мардохейом.
4Want Mordokai had grote invloed aan het koninklijk hof, en daar hij steeds machtiger werd, verbreidde zijn roem zich in alle provincies.
4Бо великий був Мардохей в домі в царя, і слава про нього розходилась по всїх краях, бо сей чоловік, Мардохей, підоймався щораз то висше.
5Zo joegen de Joden al hun vijanden over de kling, en brachten hun dood en verderf; ze deden met hun vijanden juist wat ze wilden.
5І вбивали Юдеї всїх ворогів своїх, витинаючи мечем, вигублюючи й викорінюючи, й чинили з ворогами своїми, що хотїли.
6In de vesting Sjoesjan doodden en verdelgden de Joden vijfhonderd man,
6В Сузах, престольному містї, вбили Юдеї й вигубили пятьсот душ, (окрім)
7onder wie ook Parsjandata, Dalfon, Aspata,
7Паршандата, й Далфона, й Асфата,
8Porata, Adalja, Aridata,
8І Пората, й Адаля, і Аридата,
9Parmasjta, Arisai, Aridai en Waizata,
9І Пармашта, й Арисаї, і Аридаї, і Ваєзата —
10de tien zonen van den Jodenvervolger Haman, den zoon van Hammedata; maar ze staken hun handen niet uit naar hun bezit.
10Десятьох синів Амана, сина Амадатового, ворога Юдеїв, та до грабування не простягали рук своїх.
11Toen men die dag het getal der vermoorden in de vesting Sjoesjan aan den koning had medegedeeld,
11Того ж таки дня сказано цареві про число вбитих у Сузах, престольному містї.
12zeide hij tot koningin Ester: In de vesting Sjoesjan hebben de Joden vijfhonderd man gedood en verdelgd, met de tien zonen van Haman. Wat zullen ze dan wel in de overige koninklijke provincies hebben gedaan! Hebt ge nu soms nog een verlangen? Het zal vervuld worden. Wenst ge nog iets? Het zal gebeuren.
12І сказав царь царицї Естері: В Сузах, престольному містї, вбили Юдеї й вигубили пятьсот душ; що ж вони зробили по инших країнах царевих? Яке ж твоє бажаннє? й воно буде вдоволене. І яка ще твоя просьба? вона буде здїйснена.
13Nu sprak Ester: Wanneer het den koning goeddunkt, worde aan de Joden van Sjoesjan toegestaan, morgen te herhalen wat ze vandaag hebben gedaan, en hange men bovendien de zonen van Haman aan palen ten toon.
13І сказала Естер: Коли цареві до вподоби, то нехай би було дозволено Юдеям, що в Сузах, робити те ж саме й завтра, що сьогоднї, та й нехай би й десятьох синів Аманових повісили на дереві.
14En de koning gaf order, dat dit zou gebeuren; de verordening voor Sjoesjan werd uitgevaardigd, en de tien zonen van Haman werden ten toon gehangen.
14І повелїв царь так зробити; й дано наказ в Сузах, і десятьох синів Аманових повішено.
15De Joden van Sjoesjan verzamelden zich dus ook op de veertiende dag van de maand Adar, en doodden toen te Sjoesjan nog driehonderd man; maar naar hun bezit staken zij de handen niet uit.
15І зібрались Юдеї, що в Сузах, так само й чотирнайцятого дня місяця Адара й вбили в Сузах триста чоловіка, до грабіжі ж не простягали рук своїх.
16De andere Joden, die in de koninklijke provincies woonden, en zich verenigd hadden, om voor hun leven te strijden, hadden zich dus van hun vijanden ontdaan, en vijf en zeventigduizend man van hun vervolgers gedood, zonder de hand aan hun bezit te slaan.
16Та й инші Юдеї, що знаходились в царських країнах, позбірались, щоб стати до оборони свого життя й забезпечити себе від ворогів своїх, і повбивали споміж ворогів своїх сїмдесять пять тисяч; до їх же добра не простягли руки своєї.
17Dit was gebeurd op de dertiende dag van de maand Adar; op de veertiende dag rustten ze uit, en maakten die tot een dag van vreugde en maaltijden.
17Се було тринайцятого дня місяця Адара; а на чотирнайцятий день сього ж місяця вони втихомирились і зробили його днем бенкетування та веселощів.
18Maar de Joden van Sjoesjan hadden zich op de dertiende en de veertiende van de maand verenigd; zij rustten daarom op de vijftiende uit, en maakten van die dag een dag van vreugde en maaltijden.
18А Юдеї, що в Сузах, збірались тринайцятого дня його й чотирнайцятого дня його, та аж на пятнайцятий день його втихомирились і зробили його днем бенкетування та веселощів.
19Daarom vieren de Joden op het land, die in de open steden wonen, de veertiende van de maand Adar als een dag van vrolijkheid en maaltijden, als een feestdag, waarop men elkaar geschenken stuurt.
19З тієї причини Юдеї сілські, що живуть по селах та присїлках, проводять чотирнайцятий день місяця Адара в веселощах та в бенкетуваннї, як день празниковий, посилаючи подарунки один одному.
20Daarna schreef Mordokai dit alles op, en zond brieven naar alle Joden in alle provincies van koning Achasjwerosj, ver en dichtbij,
20І списав Мардохей сї подїї й порозсилав письма до всїх Юдеїв, що в областях царя Артаксеркса, до близьких і до далеких,
21om hen te verplichten, jaarlijks de veertiende en de vijftiende van de maand Adar feest te vieren.
21Про те, щоб вони завели в себе щорочнє сьвяткуваннє чотирнайцятого дня місяця Адара й пятнайцятого дня його,
22Want op die dagen hadden ze zich van hun vijanden ontdaan, en in die maand was hun droefheid in vreugde veranderd hun rouw in een feest. Daarom moesten ze op die dagen feest vieren en maaltijden houden, elkaar geschenken sturen en de armen met gaven bedenken.
22Яко таких днїв, в яких Юдеї стали безпечними від ворогів своїх, і як такого місяця, в якому їх смуток обернувся в радість, а сумуваннє — на день сьвяточний, — щоб зробили їх днями угощування та веселощів, посилаючи один до одного подарунки та милостиню вбогим.
23De Joden moesten dus als een instelling aanvaarden, wat ze zelf reeds begonnen waren te doen, en wat Mordokai hun nu schriftelijk beval.
23І прийняли Юдеї те, що вже сами почали чинити, й про що Мардохей написав до них,
24Want de Agagiet Haman, de zoon van Hammedata, de vervolger van alle Joden, had besloten, de Joden te verdelgen, en daarom het Poer, of lot geworpen, om hen op te jagen en uit te roeien.
24Як Аман, син Амадатів, Вугеєць, ворог усїх Юдеїв, задумав був занапастити Юдеїв і кидав пур, то є жереб, щоб їх занапастити й вигубити,
25Maar toen Ester bij den koning kwam, heeft deze mondeling en schriftelijk bevolen, dat het boze plan dat Haman tegen de Joden beraamd had, op zijn eigen hoofd zou neerkomen, en dat hij met zijn zonen aan palen zou worden opgehangen.
25І як Естер доступила до царя, і як царь видав другим листом приказ, щоб лукавий намір Амана, який він задумав на Юдеїв, обернувся на його ж голову, та щоб його й синів його повісили на дереві.
26Daarom moest men deze dagen Poerim noemen, naar het woord Poer. Zowel om de inhoud van de brief, als om wat zij zelf hadden gezien en ondervonden,
26Через се й назвали сї днї Пурім, від імення: пур. З сієї причини, згідно з усїма словами сього письма і з тим, що самі бачили і до чого в їх доходило,
27aanvaardden de Joden voor zichzelf, voor hun nakomelingen en voor allen, die zich bij hen zouden aansluiten. voor altijd de verplichting, jaarlijks twee dagen feest te vieren op de tijd, die door het schrijven was vastgesteld,
27Постановили Юдеї і взяли на себе й на своїх дїтей, і на всїх попристававших до них, невідмінно, щоб сьвяткувати що року два днї, як приписано, й в свій час;
28en deze dagen van geslacht tot geslacht door alle families in alle provincies en steden te laten herdenken en vieren. Zo zouden deze Poerimdagen bij de Joden niet verdwijnen, en de viering ervan ook bij het nageslacht in ere blijven.
28Та щоб сї днї були памятними і сьвятковано їх від роду до роду в кожному поколїннї, в кожному краю і в кожному містї; і щоб сї днї Пурім не були визаконені в Юдеїв, і спомин про них не зник у дїтей їх.
29Bovendien schreven koningin Ester, de dochter van Abicháil, en de Jood Mordokai nog een tweede brief, waarin zij er krachtig op aandrongen, dat men zich aan het schrijven over de Poerim zou houden.
29Та й цариця Естер, дочка Абихаїлова, й Мардохей, Юдей, написали так само з усією намогою, щоб виконувано се друге письмо про Пурім,
30Hij zond beide brieven naar alle Joden van de honderd zeven en twintig provincies van het rijk van Achasjwerosj met betuigingen van vriendschap en trouw,
30І послали письма до всїх Юдеїв в сто двайцятьох і сїмох областях Артаксерксового царства з словами мира й правди,
31om hen op te wekken, dat ze zich zouden houden aan de vastgestelde tijd der Poerimdagen, zoals deze door koningin Ester en den Jood Mordokai was vastgelegd, en aan de voorschriften, die zij zelf over het vasten en de daarbij behorende weeklachten voor zich en hun nakomelingen hadden vastgesteld.
31Щоб вони твердо держали сї днї Пурім в призначений час, який постановив про них Мардохей Юдей і цариця Естер, і як вони самі призначили їх про себе й про дїтей своїх, яко днї посту та покликання (до Бога).
32Zo werden de Poerimvoorschriften door een uitspraak van Ester geregeld en in een boek opgeschreven.
32Так приказ Естерин ствердив се оповіданнє про Пурім, і його записано в книгу.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.