Ester
Chapter 3
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Enige tijd later verhief koning Achasjwerosj dezen Haman, den Agagiet, den zoon van Hammedata, tot de hoogste waardigheid en plaatste zijn zetel hoger dan die der andere vorsten, die bij hem waren.
1Після сих подїй звеличив царь Артаксеркс Амана, сина Амадатового, Вугейця, й піднїс його і поставив сїдлище його висше за всїх князїв, що в його;
2En alle dienaren van den koning, die zich in het koninklijke poortgebouw bevonden, bogen voor Haman en wierpen zich voor hem neer; want dit had de koning ter ere van Haman gelast. Maar Mordokai boog niet, en wierp zich niet ter aarde neer.
2І всї служивші при цареві, що при царській брамі, кланялись і припадали перед Аманом, бо так звелїв був царь. Мардохей же не кланявся й не падав ниць.
3Daarom zeiden de dienaren van den koning, die zich in het koninklijke poortgebouw bevonden tot Mordokai: Waarom overtreedt gij het bevel van den koning?
3І говорили слуги цареві, що при царській брамі, Мардохейові: Чому ти нарушуєш приказ царський?
4Maar toen hij niet naar hen wilde luisteren, ofschoon ze hem dagen lang hetzelfde zeiden, gingen zij het aan Haman vertellen, om te zien, of Mordokai dit vol kon houden; want hij had hun geantwoord, dat hij een Jood was.
4І як вони говорили йому що дня, а він не слухав їх, то вони сповістили Аманові, щоб пересьвідчитись, чи додержить Мардохей слова, бо він сказав їм, що він Юдей.
5Toen Haman dus zag, dat Mordokai niet boog en zich niet voor hem neerwierp, werd hij hevig vertoornd.
5І як побачив Аман, що Мардохей не кланяється й не падає ниць перед ним, то розгнївався Аман вельми.
6Maar het was hem te min, de hand alleen aan Mordokai te slaan; want men had hem verteld, tot welk volk Mordokai behoorde. Daarom zocht Haman naar een middel, om al de Joden, het volk van Mordokai, in heel het rijk van Achasjwerosj te vernietigen.
6Та йому здавалось нїчим, накласти руку на одного Мардохея, але як йому сказали, з якого народу Мардохей, то Аман задумав вигубити всїх Юдеїв в усьому царстві Артаксеркса, яко народ Мардохеїв.
7In de eerste maand, dat is de maand Nisan, in het twaalfde regeringsjaar van koning Achasjwerosj, werd in het bijzijn van Haman het Poer of lot geworpen, en daardoor bepaald, in welke maand en op welke dag het geslacht van Mordokai in een enkele dag zou worden uitgeroeid. En het lot viel op de dertiende dag van de maand Adar, de twaalfde maand.
7(І зібрав раду) першого місяця, — се є місяць Нисан, — на двайцятому року царя Артаксеркса, і кидали пур, се б то жереб, перед лицем Амана на день і на місяць, — на дванайцятий місяць, тобто на місяць Адар.
8Nu sprak Haman tot koning Achasjwerosj: Er is een heel eigenaardig volk, dat in al de provincies van uw rijk onder de volkeren is verstrooid, maar toch afgezonderd van hen leeft. Het heeft andere wetten dan alle andere volkeren, en gehoorzaamt niet aan de wetten des konings. Het is dus niet goed, dat de koning het ongemoeid laat.
8І сказав Аман до царя Артаксеркса: Е один народ розкиданий і розсїяний поміж народами по всїх краях твого царства; а в їх закони инші, нїж у всїх народів, та й законів царевих вони не виконують; цареві ж не слїд так полишати їх.
9Wanneer de koning het goed vindt, worde een schriftelijk bevel uitgevaardigd, om het uit te roeien, en ik zal aan de beambten tien duizend talenten zilver afwegen ten bate van de koninklijke schatkist.
9Коли цареві до вподоби, то нехай припише, щоб їх вигубити, а я одважу десять тисяч талантів срібла в руки скарбників, щоб вложили в царську скарбницю.
10Hierop nam de koning zijn zegelring van zijn hand, gaf die aan den Agagiet Haman, den zoon van Hammedata, den doodsvijand der Joden,
10Тодї здійняв царь свій перстень з руки своєї і віддав його Аманові, синові Амадата, Вугейцеві, щоб ствердити засуд проти Юдеїв.
11en sprak tot hem: Dat geld is voor u, en met dat volk kunt ge doen wat ge wilt.
11І сказав царь Аманові: Віддаю тобі твоє срібло й народ; чини з ним, як тобі завгодно.
12Zo werden dan op de dertiende dag van de eerste maand de koninklijke geheimschrijvers ontboden, en schreven al wat Haman beval aan de koninklijke stadhouders, de landvoogden der provincies en de vorsten der verschillende volkeren, aan iedere provincie in haar eigen schrift en aan ieder volk in zijn eigen taal. Het werd in naam des konings geschreven, en met de zegelring van den koning verzegeld.
12І покликано писарів царських на першому місяцї, тринайцятого дня його, й написано, як приказав Аман, до царських сатрапів і до начальників у кожнїй країнї, і до князїв у кожного народу, — в кожну країну її ж письмом і до кожного народу мовою його: все було написано від імення царя Артаксеркса і стверджено перстнем.
13De brieven werden met ijlboden naar alle koninklijke provincies verzonden; zij hielden het bevel in, dat men alle Joden moest doden, verdelgen en uitroeien, van jong tot oud, met vrouwen en kinderen, en wel op één en dezelfde dag, namelijk de dertiende van Adar, de twaalfde maand, en dat men hun bezittingen kon plunderen.
13А послані були письма через гонцїв по всїх краях царевих, щоб повбивати, вигубити й викоренити всїх Юдеїв, малого й старого, дїтей і жінок за один день, тринайцятого дня дванайцьотого місяця, се б то місяця Адара, а їх майно розграбити.
14Dit bevelschrift, dat in alle provincies als wet zou worden uitgevaardigd, moest bij alle volkeren worden voorgelezen, opdat men zich op de bepaalde dag gereed kon houden.
14Відпис із приказу віддати в кожну країну, як закон, оповіщений для всїх народів, щоб були напоготові до сього дня.
15De ijlboden vertrokken dus op koninklijk bevel. En terwijl de wet ook in de vesting Sjoesjan werd uitgevaardigd, en de stad Sjoesjan in beroering kwam, zaten de koning en Haman rustig te drinken.
15Гонцї одійшли зараз з царським приказом. Оповіщено ж приказ і в Сузах, престольному містї; і седїли царь та Аман і пили, а місто Сузи було зворушене.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.