Ester
Chapter 3
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Daničić–Karadžić B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Enige tijd later verhief koning Achasjwerosj dezen Haman, den Agagiet, den zoon van Hammedata, tot de hoogste waardigheid en plaatste zijn zetel hoger dan die der andere vorsten, die bij hem waren.
1После тога, подиже цар Асвир Амана, сина Амедатиног, Агагеја, и узвиси га, и намести му престо више свих кнезова што беху код њега.
2En alle dienaren van den koning, die zich in het koninklijke poortgebouw bevonden, bogen voor Haman en wierpen zich voor hem neer; want dit had de koning ter ere van Haman gelast. Maar Mordokai boog niet, en wierp zich niet ter aarde neer.
2И све слуге цареве што беху на вратима царевим клањаху се и падаху пред Аманом, јер тако беше цар заповедио за њ. Али Мардохеј не клањаше се нити падаше.
3Daarom zeiden de dienaren van den koning, die zich in het koninklijke poortgebouw bevonden tot Mordokai: Waarom overtreedt gij het bevel van den koning?
3И слуге цареве што беху на вратима царевим говораху Мардохеју: Зашто преступаш заповест цареву?
4Maar toen hij niet naar hen wilde luisteren, ofschoon ze hem dagen lang hetzelfde zeiden, gingen zij het aan Haman vertellen, om te zien, of Mordokai dit vol kon houden; want hij had hun geantwoord, dat hij een Jood was.
4И пошто му од дана на дан говораше, а он не послуша, јавише Аману да виде хоће ли остати речи Мардохејеве, јер им беше казао да је Јудејац.
5Toen Haman dus zag, dat Mordokai niet boog en zich niet voor hem neerwierp, werd hij hevig vertoornd.
5А кад виде Аман да се Мардохеј не клања нити пада пред њим, напуни се гнева Аман.
6Maar het was hem te min, de hand alleen aan Mordokai te slaan; want men had hem verteld, tot welk volk Mordokai behoorde. Daarom zocht Haman naar een middel, om al de Joden, het volk van Mordokai, in heel het rijk van Achasjwerosj te vernietigen.
6Али мишљаше да није вредно да дигне руку на Мардохеја самог, јер му казаше ког народа беше Мардохеј, него гледаше да истреби све Јудејце што беху по свему царству Асвировом, народ Мардохејев.
7In de eerste maand, dat is de maand Nisan, in het twaalfde regeringsjaar van koning Achasjwerosj, werd in het bijzijn van Haman het Poer of lot geworpen, en daardoor bepaald, in welke maand en op welke dag het geslacht van Mordokai in een enkele dag zou worden uitgeroeid. En het lot viel op de dertiende dag van de maand Adar, de twaalfde maand.
7Првог месеца, а то је месец Нисан, године дванаесте царовања Асвировог, бацаше Фур, то јест жреб, пред Аманом, од дана до дана и од месеца до месеца, до дванаестог месеца, а то је месец Адар.
8Nu sprak Haman tot koning Achasjwerosj: Er is een heel eigenaardig volk, dat in al de provincies van uw rijk onder de volkeren is verstrooid, maar toch afgezonderd van hen leeft. Het heeft andere wetten dan alle andere volkeren, en gehoorzaamt niet aan de wetten des konings. Het is dus niet goed, dat de koning het ongemoeid laat.
8И Аман рече цару Асвиру: Има народ расејан и расут по народима по свим земљама царства твог, ког су закони другачији од закона свих народа, и не извршује закона царевих, па није пробитачно цару да их остави.
9Wanneer de koning het goed vindt, worde een schriftelijk bevel uitgevaardigd, om het uit te roeien, en ik zal aan de beambten tien duizend talenten zilver afwegen ten bate van de koninklijke schatkist.
9Ако је цару угодно, да се пише да се истребе; и ја ћу измерити десет хиљада таланата сребра у руке приставима да донесу у цареву ризницу.
10Hierop nam de koning zijn zegelring van zijn hand, gaf die aan den Agagiet Haman, den zoon van Hammedata, den doodsvijand der Joden,
10Тада цар сними прстен с руке своје и даде га Аману сину Амедатином Агагеју непријатељу јудејском.
11en sprak tot hem: Dat geld is voor u, en met dat volk kunt ge doen wat ge wilt.
11И рече Аману: То сребро нека теби, а од народа чини шта ти је драго.
12Zo werden dan op de dertiende dag van de eerste maand de koninklijke geheimschrijvers ontboden, en schreven al wat Haman beval aan de koninklijke stadhouders, de landvoogden der provincies en de vorsten der verschillende volkeren, aan iedere provincie in haar eigen schrift en aan ieder volk in zijn eigen taal. Het werd in naam des konings geschreven, en met de zegelring van den koning verzegeld.
12Зато дозваше писаре цареве првог месеца тринаестог дана, и написа се све како заповеди Аман, намесницима царевим и војводама у свакој земљи и кнезовима сваког народа, свакој земљи писмом њеним и сваком народу језиком његовим, у име цара Асвира написа се и прстеном царевим запечати се.
13De brieven werden met ijlboden naar alle koninklijke provincies verzonden; zij hielden het bevel in, dat men alle Joden moest doden, verdelgen en uitroeien, van jong tot oud, met vrouwen en kinderen, en wel op één en dezelfde dag, namelijk de dertiende van Adar, de twaalfde maand, en dat men hun bezittingen kon plunderen.
13И разаслаше се књиге по гласницима у све земље цареве да потру, побију и истребе све Јудејце, старо и младо, децу и жене у један дан, тринаестог дана дванаестог месеца, које је месец Адар, и да разграбе имање њихово.
14Dit bevelschrift, dat in alle provincies als wet zou worden uitgevaardigd, moest bij alle volkeren worden voorgelezen, opdat men zich op de bepaalde dag gereed kon houden.
14У књигама се говораше да се огласи заповест по свим земљама и да се објави свим народима да буду готови за онај дан.
15De ijlboden vertrokken dus op koninklijk bevel. En terwijl de wet ook in de vesting Sjoesjan werd uitgevaardigd, en de stad Sjoesjan in beroering kwam, zaten de koning en Haman rustig te drinken.
15Гласници отидоше брзо по заповести царевој, и заповест би оглашена у Сусану, царском граду. А цар и Аман сеђаху и пијаху, а град се Сусан смете.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.