Ester
Chapter 3
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Enige tijd later verhief koning Achasjwerosj dezen Haman, den Agagiet, den zoon van Hammedata, tot de hoogste waardigheid en plaatste zijn zetel hoger dan die der andere vorsten, die bij hem waren.
1これらのことの後、アハシュエロス王はアガグ人ハメダタの子ハマンを昇進させ、重用し、王とともにいるすべての高官より高い地位に就かせた。
2En alle dienaren van den koning, die zich in het koninklijke poortgebouw bevonden, bogen voor Haman en wierpen zich voor hem neer; want dit had de koning ter ere van Haman gelast. Maar Mordokai boog niet, en wierp zich niet ter aarde neer.
2王の門にいた王の家臣たちは皆、ハマンの前にひざまずき、ひれ伏して敬意を表した。王が彼についてそう命じていたからである。しかしモルデカイは、ひざまずくことも、ひれ伏すこともしなかった。
3Daarom zeiden de dienaren van den koning, die zich in het koninklijke poortgebouw bevonden tot Mordokai: Waarom overtreedt gij het bevel van den koning?
3そこで王の門にいた家臣たちはモルデカイに言った。「なぜ王の命令に背くのか。」
4Maar toen hij niet naar hen wilde luisteren, ofschoon ze hem dagen lang hetzelfde zeiden, gingen zij het aan Haman vertellen, om te zien, of Mordokai dit vol kon houden; want hij had hun geantwoord, dat hij een Jood was.
4彼らは毎日語りかけたが、モルデカイは耳を貸さなかった。そこで彼らは、その言い分が通るかどうかを見るため、ハマンに告げた。モルデカイが自分はユダヤ人だと明かしていたからである。
5Toen Haman dus zag, dat Mordokai niet boog en zich niet voor hem neerwierp, werd hij hevig vertoornd.
5ハマンは、モルデカイが自分の前にひざまずかず、ひれ伏しもしないのを見て、激しい怒りに満たされた。
6Maar het was hem te min, de hand alleen aan Mordokai te slaan; want men had hem verteld, tot welk volk Mordokai behoorde. Daarom zocht Haman naar een middel, om al de Joden, het volk van Mordokai, in heel het rijk van Achasjwerosj te vernietigen.
6だがモルデカイ一人に手を下すだけでは足りないと考えた。モルデカイの民族を知らされていたので、ハマンはアハシュエロスの全王国にいるすべてのユダヤ人、すなわちモルデカイの民を滅ぼそうと企てた。
7In de eerste maand, dat is de maand Nisan, in het twaalfde regeringsjaar van koning Achasjwerosj, werd in het bijzijn van Haman het Poer of lot geworpen, en daardoor bepaald, in welke maand en op welke dag het geslacht van Mordokai in een enkele dag zou worden uitgeroeid. En het lot viel op de dertiende dag van de maand Adar, de twaalfde maand.
7アハシュエロス王の治世第十二年、第一の月、すなわちニサンの月に、ハマンの前でプル、すなわちくじが日ごと、月ごとに投げられ、第十二の月、すなわちアダルの月が選ばれた。
8Nu sprak Haman tot koning Achasjwerosj: Er is een heel eigenaardig volk, dat in al de provincies van uw rijk onder de volkeren is verstrooid, maar toch afgezonderd van hen leeft. Het heeft andere wetten dan alle andere volkeren, en gehoorzaamt niet aan de wetten des konings. Het is dus niet goed, dat de koning het ongemoeid laat.
8ハマンはアハシュエロス王に言った。「王国の全州で、諸民族の間に散らされ、離れ離れに暮らしている一つの民族がいます。その法はどの民の法とも異なり、王の法令にも従いません。この民を放置することは、王の利益になりません。
9Wanneer de koning het goed vindt, worde een schriftelijk bevel uitgevaardigd, om het uit te roeien, en ik zal aan de beambten tien duizend talenten zilver afwegen ten bate van de koninklijke schatkist.
9王がよしとされるなら、彼らを滅ぼす勅令をお書きください。私は一万タラントの銀を、王の事務をつかさどる者たちに量り渡し、王の宝物庫に納めさせます。」
10Hierop nam de koning zijn zegelring van zijn hand, gaf die aan den Agagiet Haman, den zoon van Hammedata, den doodsvijand der Joden,
10王は手から印章の指輪を外し、ユダヤ人の敵であるアガグ人ハメダタの子ハマンに渡した。
11en sprak tot hem: Dat geld is voor u, en met dat volk kunt ge doen wat ge wilt.
11王はハマンに言った。「その銀も、その民も、あなたに任せる。あなたのよいと思うようにせよ。」
12Zo werden dan op de dertiende dag van de eerste maand de koninklijke geheimschrijvers ontboden, en schreven al wat Haman beval aan de koninklijke stadhouders, de landvoogden der provincies en de vorsten der verschillende volkeren, aan iedere provincie in haar eigen schrift en aan ieder volk in zijn eigen taal. Het werd in naam des konings geschreven, en met de zegelring van den koning verzegeld.
12第一の月の十三日に王の書記官たちが召集され、ハマンの命じたことがすべて、王の総督、各州の長官、各民族の高官に宛てて、それぞれの州の文字、それぞれの民の言語で書かれた。書状はアハシュエロス王の名で記され、王の印章の指輪で封印された。
13De brieven werden met ijlboden naar alle koninklijke provincies verzonden; zij hielden het bevel in, dat men alle Joden moest doden, verdelgen en uitroeien, van jong tot oud, met vrouwen en kinderen, en wel op één en dezelfde dag, namelijk de dertiende van Adar, de twaalfde maand, en dat men hun bezittingen kon plunderen.
13書状は急使によって王の全州に送られた。それは、第十二の月、すなわちアダルの月の十三日という一日のうちに、若者も老人も、子どもも女も、すべてのユダヤ人を滅ぼし、殺し、絶やし、その財産を略奪せよというものだった。
14Dit bevelschrift, dat in alle provincies als wet zou worden uitgevaardigd, moest bij alle volkeren worden voorgelezen, opdat men zich op de bepaalde dag gereed kon houden.
14この文書の写しは、すべての民がその日に備えるよう、各州で法令として公示された。
15De ijlboden vertrokken dus op koninklijk bevel. En terwijl de wet ook in de vesting Sjoesjan werd uitgevaardigd, en de stad Sjoesjan in beroering kwam, zaten de koning en Haman rustig te drinken.
15急使たちは王命によって急ぎ出発し、法令はスサの宮殿でも発布された。王とハマンは座って酒を飲んでいたが、スサの町は混乱に包まれた。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.