Ester 9
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Op de dertiende van Adar, de twaalfde maand, de dag, waarop de verordening van den koning ten uitvoer moest worden gebracht, en waarop de vijanden der Joden gehoopt hadden, zich van hen meester te maken, geschiedde dus juist het tegenovergestelde: de Joden overweldigden hun vijanden!
1第十二の月、すなわちアダルの月の十三日、王の命令と法令が実行される日が来た。ユダヤ人の敵は彼らを打ち負かそうと望んでいたが、事態は逆転し、ユダヤ人が自分たちを憎む者を打ち負かした。
2De Joden verzamelden zich in hun steden in alle provincies van koning Achasjwerosj, en sloegen de hand aan allen, die hun ongeluk hadden gezocht. Niemand kon hun weerstaan; want alle volkeren waren voor hen met schrik bevangen.
2ユダヤ人はアハシュエロス王の全州にある自分たちの町々に集まり、害を加えようとする者たちに手を下した。誰も彼らの前に立つことができなかった。ユダヤ人への恐れがすべての民をとらえたからである。
3Alle vorsten der provincies, de stadhouders, de landvoogden en de koninklijke beambten ondersteunden de Joden, daar zij bang waren voor Mordokai.
3諸州の高官、総督、長官、王の事務をつかさどる者たちは皆、ユダヤ人を助けた。モルデカイへの恐れが彼らをとらえたからである。
4Want Mordokai had grote invloed aan het koninklijk hof, en daar hij steeds machtiger werd, verbreidde zijn roem zich in alle provincies.
4モルデカイは王宮で重んじられ、その名声は全州に広まった。このモルデカイという人は、ますます勢力を増していった。
5Zo joegen de Joden al hun vijanden over de kling, en brachten hun dood en verderf; ze deden met hun vijanden juist wat ze wilden.
5ユダヤ人は剣で敵をことごとく打ち、殺し、滅ぼし、自分たちを憎む者を思うままにした。
6In de vesting Sjoesjan doodden en verdelgden de Joden vijfhonderd man,
6スサの宮殿で、ユダヤ人は五百人を殺して滅ぼした。
7onder wie ook Parsjandata, Dalfon, Aspata,
7パルシャンダタ、ダルフォン、アスパタ、
8Porata, Adalja, Aridata,
8ポラタ、アダルヤ、アリダタ、
9Parmasjta, Arisai, Aridai en Waizata,
9パルマシュタ、アリサイ、アリダイ、ワエザタ、
10de tien zonen van den Jodenvervolger Haman, den zoon van Hammedata; maar ze staken hun handen niet uit naar hun bezit.
10すなわち、ユダヤ人の敵ハメダタの子ハマンの十人の息子を殺した。しかし略奪品には手を伸ばさなかった。
11Toen men die dag het getal der vermoorden in de vesting Sjoesjan aan den koning had medegedeeld,
11その日、スサの宮殿で殺された者の数が王に報告された。
12zeide hij tot koningin Ester: In de vesting Sjoesjan hebben de Joden vijfhonderd man gedood en verdelgd, met de tien zonen van Haman. Wat zullen ze dan wel in de overige koninklijke provincies hebben gedaan! Hebt ge nu soms nog een verlangen? Het zal vervuld worden. Wenst ge nog iets? Het zal gebeuren.
12王は王妃エステルに言った。「ユダヤ人はスサの宮殿で五百人を殺して滅ぼし、ハマンの十人の息子も殺した。王のほかの州では、どれほどのことをしただろう。さて、あなたの願いは何か。かなえてやろう。さらに何を求めるのか。そのとおりにしよう。」
13Nu sprak Ester: Wanneer het den koning goeddunkt, worde aan de Joden van Sjoesjan toegestaan, morgen te herhalen wat ze vandaag hebben gedaan, en hange men bovendien de zonen van Haman aan palen ten toon.
13エステルは答えた。「王がよしとされるなら、スサのユダヤ人に、明日も今日の法令どおりに行うことをお許しください。また、ハマンの十人の息子を木柱に掛けさせてください。」
14En de koning gaf order, dat dit zou gebeuren; de verordening voor Sjoesjan werd uitgevaardigd, en de tien zonen van Haman werden ten toon gehangen.
14王はそのようにせよと命じた。法令がスサで発布され、ハマンの十人の息子は木に掛けられた。
15De Joden van Sjoesjan verzamelden zich dus ook op de veertiende dag van de maand Adar, en doodden toen te Sjoesjan nog driehonderd man; maar naar hun bezit staken zij de handen niet uit.
15スサのユダヤ人はアダルの月の十四日にも集まり、スサで三百人を殺した。しかし略奪品には手を伸ばさなかった。
16De andere Joden, die in de koninklijke provincies woonden, en zich verenigd hadden, om voor hun leven te strijden, hadden zich dus van hun vijanden ontdaan, en vijf en zeventigduizend man van hun vervolgers gedood, zonder de hand aan hun bezit te slaan.
16王の諸州にいたほかのユダヤ人も集まり、命を守り、敵を退けて安息を得た。彼らを憎む者七万五千人を殺したが、略奪品には手を伸ばさなかった。
17Dit was gebeurd op de dertiende dag van de maand Adar; op de veertiende dag rustten ze uit, en maakten die tot een dag van vreugde en maaltijden.
17これはアダルの月の十三日のことである。十四日には休み、その日を祝宴と喜びの日とした。
18Maar de Joden van Sjoesjan hadden zich op de dertiende en de veertiende van de maand verenigd; zij rustten daarom op de vijftiende uit, en maakten van die dag een dag van vreugde en maaltijden.
18しかしスサのユダヤ人は十三日と十四日に集まり、十五日に休んで、その日を祝宴と喜びの日とした。
19Daarom vieren de Joden op het land, die in de open steden wonen, de veertiende van de maand Adar als een dag van vrolijkheid en maaltijden, als een feestdag, waarop men elkaar geschenken stuurt.
19それゆえ、城壁のない町々に住む地方のユダヤ人は、アダルの月の十四日を喜びと祝宴の祝いの日とし、互いに食べ物を贈り合う日としている。
20Daarna schreef Mordokai dit alles op, en zond brieven naar alle Joden in alle provincies van koning Achasjwerosj, ver en dichtbij,
20モルデカイはこれらの出来事を書き記し、近くにも遠くにも、アハシュエロス王の全州にいるすべてのユダヤ人へ書状を送った。
21om hen te verplichten, jaarlijks de veertiende en de vijftiende van de maand Adar feest te vieren.
21そして毎年、アダルの月の十四日と十五日を守るよう定めた。
22Want op die dagen hadden ze zich van hun vijanden ontdaan, en in die maand was hun droefheid in vreugde veranderd hun rouw in een feest. Daarom moesten ze op die dagen feest vieren en maaltijden houden, elkaar geschenken sturen en de armen met gaven bedenken.
22それはユダヤ人が敵を退けて安息を得た日々であり、悲しみが喜びに、嘆きが祝いの日に変わった月であった。彼らはその日々を祝宴と喜びの日とし、互いに食べ物を贈り合い、貧しい者に贈り物をする日とした。
23De Joden moesten dus als een instelling aanvaarden, wat ze zelf reeds begonnen waren te doen, en wat Mordokai hun nu schriftelijk beval.
23ユダヤ人は、自分たちが始めたこの習慣と、モルデカイが書き送ったことを受け入れた。
24Want de Agagiet Haman, de zoon van Hammedata, de vervolger van alle Joden, had besloten, de Joden te verdelgen, en daarom het Poer, of lot geworpen, om hen op te jagen en uit te roeien.
24すべてのユダヤ人の敵であるアガグ人ハメダタの子ハマンが、ユダヤ人を滅ぼそうと企て、彼らを打ち砕き、絶やすためにプル、すなわちくじを投げたからである。
25Maar toen Ester bij den koning kwam, heeft deze mondeling en schriftelijk bevolen, dat het boze plan dat Haman tegen de Joden beraamd had, op zijn eigen hoofd zou neerkomen, en dat hij met zijn zonen aan palen zou worden opgehangen.
25しかしこのことが王に知られると、王は書状によって、ハマンがユダヤ人に対して企てた悪い計略を彼自身の頭上に返し、彼と息子たちを木に掛けるよう命じた。
26Daarom moest men deze dagen Poerim noemen, naar het woord Poer. Zowel om de inhoud van de brief, als om wat zij zelf hadden gezien en ondervonden,
26このため、プルという言葉にちなんで、これらの日はプリムと呼ばれた。この書状に記されたすべてのこと、彼らがこの件について見たこと、そして彼らの身に起こったことに基づき、
27aanvaardden de Joden voor zichzelf, voor hun nakomelingen en voor allen, die zich bij hen zouden aansluiten. voor altijd de verplichting, jaarlijks twee dagen feest te vieren op de tijd, die door het schrijven was vastgesteld,
27ユダヤ人は自分たちと子孫、また彼らに加わるすべての者のために、毎年この二日を、記されたとおり、定められた時に必ず守ることを定め、義務として引き受けた。
28en deze dagen van geslacht tot geslacht door alle families in alle provincies en steden te laten herdenken en vieren. Zo zouden deze Poerimdagen bij de Joden niet verdwijnen, en de viering ervan ook bij het nageslacht in ere blijven.
28これらの日は、すべての世代、すべての家族、すべての州、すべての町で覚えられ、守られなければならない。プリムの日がユダヤ人の間から廃れることなく、その記憶が子孫から消え去ることのないためである。
29Bovendien schreven koningin Ester, de dochter van Abicháil, en de Jood Mordokai nog een tweede brief, waarin zij er krachtig op aandrongen, dat men zich aan het schrijven over de Poerim zou houden.
29アビハイルの娘である王妃エステルとユダヤ人モルデカイは、プリムについてのこの第二の書状を確定するため、全権をもって書き送った。
30Hij zond beide brieven naar alle Joden van de honderd zeven en twintig provincies van het rijk van Achasjwerosj met betuigingen van vriendschap en trouw,
30モルデカイは、アハシュエロスの王国百二十七州のすべてのユダヤ人に、平和と真実の言葉を記した書状を送った。
31om hen op te wekken, dat ze zich zouden houden aan de vastgestelde tijd der Poerimdagen, zoals deze door koningin Ester en den Jood Mordokai was vastgelegd, en aan de voorschriften, die zij zelf over het vasten en de daarbij behorende weeklachten voor zich en hun nakomelingen hadden vastgesteld.
31そして、ユダヤ人モルデカイと王妃エステルが定めたとおり、またユダヤ人が自分たちと子孫のため、断食と嘆きについて定めたとおり、プリムの日々をその定められた時に守ることを確定した。
32Zo werden de Poerimvoorschriften door een uitspraak van Ester geregeld en in een boek opgeschreven.
32エステルの命令によってプリムに関するこれらの事柄は確定され、書物に記された。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.