Deuteronomium
Chapter 20
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Wanneer gij tegen uw vijanden ten strijde trekt, en gij ziet paarden, wagens en talrijker krijgsvolk dan gij, dan moet gij toch niet bang voor hen zijn; want Jahweh, uw God, die u uit Egypte heeft geleid, staat u bij.
1Як виходиш на війну проти ворогів і бачиш конї й колесницї, і люд лїчбою більший за тебе, не бійся їх; бо з тобою Господь, Бог твій, що вивів тебе з Египецької землї.
2En wanneer gij de strijd gaat beginnen, dan zal de priester naar voren treden, en het volk toespreken,
2Як же маєте вже ставати до бою, так нехай виступить сьвященник і промовить до люду,
3en hun zeggen: Hoor, Israël; gij begint heden de strijd met uw vijanden! Weest niet laf en angstig, niet bang voor hen en bevreesd;
3Кажучи до них: Слухай Ізраїлю! Ви йдете тепер до бою з вашими ворогами; нехай не млїє ваше серце, не лякайтесь і не полохайтесь і не жахайтесь перед ними.
4want Jahweh, uw God, trekt met u op, om uw vijanden voor u te bestrijden en u te helpen.
4Бо Господь, Бог ваш, іде з вами за вас битись із ворогами вашими, щоб спасти вас.
5Dan zullen de leiders het volk toespreken en zeggen: Wie een nieuw huis heeft gebouwd, en het nog niet heeft betrokken, mag naar huis terugkeren; hij zou in de strijd kunnen vallen, en een ander zijn huis betrekken.
5А старшина говорити ме до людей: Хто збудував нову домівку та й не посьвятів її, нехай іде та й вернеться в домівку свою; щоб не вмер на війнї а хто иншій не посьвятив її.
6En wie een wijngaard heeft geplant, en er nog niet van heeft geplukt, mag naar huis terugkeren; hij zou in de strijd kunnen vallen, en een ander van zijn wijngaard plukken.
6І хто насадив виноградник, та ще не користався ним, нехай іде і вернеться в домівку свою, щоб не вмер на війнї, а хто инший користувався.
7En wie zich met een vrouw heeft verloofd, maar haar nog niet heeft gehuwd, mag naar huis terugkeren; hij zou in de strijd kunnen vallen, en een ander haar huwen.
7І хто засватав женьщину, та й ще не взяв її, нехай іде й вернеться в домівку свою; щоб не вмер на війнї, а хто инший взяв її.
8Dan moeten de leiders nog tot het volk zeggen: Wie bang is en laf, moet naar huis terugkeren, om zijn broeder niet als zichzelf de moed te benemen.
8І промовить ще старшина до людей так: Хто лякається і млїє серцем, нехай іде й вернеться в домівку свою, щоб не хляло серце в його браття так як у його.
9En wanneer de leiders hun toespraak tot het volk hebben beëindigd, moeten zij legeroversten over het volk aanstellen.
9І як скіньчить старшина промовляти до людей, так поставлять отамання над людьми.
10Wanneer ge tegen een stad oprukt om ze te belegeren, moet ge haar eerst de vrede aanbieden.
10Як наближуєшся до міста, щоб воювати його, то предложи йому мир.
11Zo zij op uw vredesvoorstel ingaat, en haar poorten voor u opent, zal heel de bevolking, die zich daarbinnen bevindt, herendiensten voor u moeten verrichten, en u moeten dienen.
11І як приймуть вони мир та й відчинять тобі, то ввесь люд його, що там буде, стане твоїм підданим і служити ме тобі.
12Maar zo ze geen vrede met u wil, doch de strijd met u aanbindt, moet ge haar belegeren.
12А коли не схоче місто миритись з тобою, та воювати ме з тобою, так обляжеш його.
13En wanneer Jahweh, uw God, ze in uw hand heeft geleverd, moet gij alle mannen over de kling jagen;
13Як же віддасть його Господь, Бог твій, в руки тобі, так повбиваєш увесь музький пол його гострим мечом.
14doch vrouwen en kinderen, het vee en alles wat in de stad is, moogt ge allemaal buit maken; en de buit, op uw vijanden veroverd en door Jahweh, uw God, u gegeven, voor uzelf gebruiken.
14Тільки жіноцтво їх та дїти і скотину і все, що в містї буде, всю здобич забереш для себе; і їсти меш здобичу ворожу, що віддав тобі в руки Господь, Бог твій.
15Zo moet ge doen met alle steden, die ver van u zijn verwijderd, en niet tot de steden van deze naties behoren.
15Так будеш робити з усїма містами, що дуже далеко від тебе, що не належать до міст сїх тутешнїх народів.
16Maar van de steden dezer volken, die Jahweh u tot erfdeel gaat geven, moogt ge geen sterveling in leven laten.
16В містах же сїх народів, що дає їх Господь, Бог твій, тобі в наслїддє, не зіставиш нїчого живим, що дише;
17De Chittieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten moet ge met de banvloek slaan, zoals Jahweh, uw God, u bevolen heeft,
17А мусиш прогнати їх: Гетіїв і Аморіїв, Канааніїв і Ферезіїв, Гевіїв і Євузіїв, як заповідав тобі Господь, Бог твій;
18opdat zij u niet verleiden al de gruwelen te bedrijven, die zij voor hun goden verrichten, en gij zoudt zondigen tegen Jahweh, uw God.
18Щоб вони не навчили вас чинити усї гидоти їх, які вони чинили божищам своїм, і ви не почали грішити перед Господом, Богом вашим.
19Wanneer gij gedurende langere tijd een stad moet insluiten, om haar te belegeren en te veroveren, moogt ge haar bomen niet vernielen en de bijl er in slaan; ge moogt er van eten, maar ze niet vellen. De bomen op het veld zijn toch geen mensen, die door u worden belegerd?
19Як стояти меш облогом коло міста, довший час воюючи з ним, щоб заняти його, то не будеш нищити дерева його сокирами, бо можеш харчуватись плодом його, і не будеш рубати їх, бо хиба польове дерево яка людина, щоб ти облягав його?
20Alleen de bomen, waarvan gij zeker weet, dat het geen vruchtbomen zijn, kunt ge vernielen en vellen, om er belegeringswerktuigen van te bouwen tegen de stad, die strijd met u voert, totdat ze valt.
20Тільки деревину, про яку знаєш, що вона не для поживи, таку можна тобі нищити і рубати; і можеш робити з неї облягові бойницї проти міста, що з тобою воює, поки не піддасться.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.