Deuteronomium
Chapter 10
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In die tijd sprak Jahweh tot mij: Houw u twee stenen tafelen, zoals de vorige, en kom tot Mij op de berg, na u een ark van hout te hebben vervaardigd.
1Того самого часу промовив до мене Господь: Витеши собі дві камяні таблицї, такі як перші, і вийди на гору до мене, та зроби собі скриню із дерева.
2Dan zal Ik op die tafelen de geboden schrijven, die op de vorige stonden, welke gij hebt verbrijzeld; leg die dan in de ark.
2І я напишу на таблицях слова, що були на перших таблицях, що розбив єси, і положи їх у скриню.
3Ik maakte een ark van sjittimhout, hieuw twee stenen tafelen, gelijk aan de vorige, en besteeg de berg met de beide tafelen in mijn hand.
3І зробив я скриню із дерева акацієвого, та й витесав дві камяні таблицї, такі як перші, і вийшов на гору з двома таблицями в руках.
4En Jahweh schreef op de tafelen de tien geboden, die Hij er vroeger op had geschreven, en die Hij op de berg uit het vuur aan u had gegeven, toen Hij u bijeen had geroepen. Toen Jahweh ze mij had overgereikt,
4І написав він на таблицях слова такі як перші, десять слів, що промовив Господь на горі до вас із поломя в день соборний; і дав їх менї Господь.
5keerde ik om, daalde van de berg af, en legde de tafelen in de ark, die ik gemaakt had; daar bleven zij liggen, zoals Jahweh het mij had bevolen.
5І повернувсь я та й спустивсь із гори. І поклав таблицї в скриню, що зробив; і лежать вони там, як заповідав менї Господь.
6De Israëlieten trokken van Beërot-Bene-Jaäkan verder naar Mosera. Daar stierf Aäron en werd hij begraven; zijn zoon Elazar werd priester in zijn plaats.
6І рушили сини Ізрайлеві від Беерот-Бне-Яакану до Мозери. Там умер Арон і там поховано його, і намість його став сьвященником Єлеазар, син його.
7Vandaar trokken zij verder naar Goedgóda, en van Goedgóda naar Jotbáta, een land met waterbeken.
7Звідтіля пійшли вони до Гудгода, а від Гудгода у Йотбату країну, де багацько водяних бурчаків.
8In die tijd zonderde Jahweh de stam van Levi af, om de verbondsark van Jahweh te dragen, om voor het aanschijn van Jahweh te staan, zijn dienst te verrichten en in zijn Naam te zegenen, zoals tot op heden gebeurt.
8Того самого часу оддїлив Господь поколїннє Левієве, щоб носили скриню Господнього завіту, щоб стояли перед Господом, йому служили і благословляли імям його, по сей день.
9Daarom heeft Levi geen deel en geen erfenis met zijn broeders; want Jahweh is zijn erfdeel, zoals Jahweh, uw God, het hem heeft beloofd.
9Через те в Левія нема нї паю, нї наслїддя між його браттєю; сам Господь його наслїддє, як сказав йому Господь, Бог твій.
10Toen ik dan evenals vroeger veertig dagen en veertig nachten op de berg was gebleven, verhoorde mij Jahweh ook deze keer; Jahweh heeft u niet willen verdelgen.
10А я пробував на горі, як у перші днї, сорок день і сорок ночей, і послухав мене Господь і сим разом; Господь не схотїв тебе знївечити.
11Maar Jahweh sprak tot mij: Sta op, trek op aan de spits van het volk; dan kunnen ze het land in bezit gaan nemen, dat Ik hun vaderen onder ede beloofd heb, hun te geven.
11І промовив до мене Господь: Устань, та йди, веди перед сього народу, щоб увійшли та заняли землю, що я клявся батькам їх дати їм.
12Nu dan Israël, wat vraagt Jahweh, uw God, anders van u, dan dat gij Jahweh, uw God vreest, dat gij al zijn wegen bewandelt en Hem bemint, dat gij Jahweh, uw God, met heel uw hart en heel uw ziel dient,
12Тепер же, Ізраїлю, чого вимагає в тебе Господь, Бог твій, як не того, щоб ти боявся Господа, Бога твого, ходив усїма дорогами його, і любив його і служив Господеві, Богу твому, всїм серцем твоїм і всією душею твоєю,
13en de geboden en bepalingen van Jahweh onderhoudt, die ik u heden geef, opdat het u goed moge gaan?
13Додержуючи заповідї Господнї й установи його, що їх сьогоднї заповідаю вам, вам самим на добро?
14Waarachtig, aan Jahweh, uw God, behoren de hemel met de hemel der hemelen, en de aarde met al wat daarop is;
14Поглянь, небо й небеса небес, земля і все, що на нїй, все від Господа, Бога твого, і все його.
15maar toch heeft Jahweh slechts in uw vaderen zijn welbehagen gesteld, en hen zo liefgehad, dat Hij u, hun nageslacht, uit alle volken heeft uitverkoren, zoals heden geschied is.
15Та до батьків твоїх прихилився Господь, і полюбив їх, і вибрав вас, їх насїннє з усїх народів, як се й бачимо.
16Besnijdt daarom de voorhuid uws harten, en weest niet langer hardnekkig!
16Обрізуйте ж крайне тїло ваших сердець та й нехай не буде більше задубенїла шия ваша!
17Want Jahweh, uw God, is de God der goden en de Heer der heren: de grote, sterke en ontzagwekkende God, die geen aanzien des persoons kent, en geen geschenken aanvaardt.
17Бо Господь, Бог ваш, се Бог над богами і пан над панами великий, потужний і страшний Бог, що не вважає на лице чоловіка і не бере дарунків;
18Hij verschaft recht aan wees en weduwe, Hij bemint den vreemdeling, zodat Hij hem voedsel en kleding verschaft.
18Він дає сиротинї і вдовицї, і милує приходня даючи йому хлїб і одїж.
19Bemint dus den vreemdeling; want zelf waart gij vreemdeling in het land van Egypte.
19Любіть же й ви приходня; бо самі ви були приходнями в Египецькій землї.
20Vrees Jahweh, uw God; dien Hem, hecht u aan Hem, en zweer alleen bij zijn Naam.
20Господа, Бога твого, мусиш боятись, йому служити меш і його держати мешся і його імям клясти мешся.
21Hij is uw glorie, Hij is uw God, die voor u die machtige en ontzagwekkende dingen gewrocht heeft, welke gij met eigen ogen aanschouwd hebt.
21Він слава твоя, і Бог твій, що сотворив про тебе сї великі і страшні речі, що бачили їх очи твої.
22Met zeventig personen zakten uw vaderen af naar Egypte, en nu heeft Jahweh, uw God, u talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.
22Двайцятеро душ спустились батьки твої в Египет; а тепер Господь, Бог твій, намножив тебе, як зорі небесні.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.