Deuteronomium
Chapter 20
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Wanneer gij tegen uw vijanden ten strijde trekt, en gij ziet paarden, wagens en talrijker krijgsvolk dan gij, dan moet gij toch niet bang voor hen zijn; want Jahweh, uw God, die u uit Egypte heeft geleid, staat u bij.
1あなたが敵との戦いに出て行き、馬や戦車、そしてあなたよりも数の多い民を見ても、彼らを恐れてはならない。あなたをエジプトの地から導き上られたあなたの神、主があなたとともにおられるからである。
2En wanneer gij de strijd gaat beginnen, dan zal de priester naar voren treden, en het volk toespreken,
2あなたがたが戦いに近づくとき、祭司は進み出て民に語りかけ、
3en hun zeggen: Hoor, Israël; gij begint heden de strijd met uw vijanden! Weest niet laf en angstig, niet bang voor hen en bevreesd;
3彼らに言いなさい。「聞きなさい、イスラエルよ。あなたがたは今日、敵との戦いに近づいている。心を弱くしてはならない。彼らのゆえに恐れてはならず、おののいてはならず、怖気づいてはならない。
4want Jahweh, uw God, trekt met u op, om uw vijanden voor u te bestrijden en u te helpen.
4あなたがたの神、主はあなたがたとともに行き、敵に対してあなたがたのために戦い、あなたがたを救ってくださるからである。」
5Dan zullen de leiders het volk toespreken en zeggen: Wie een nieuw huis heeft gebouwd, en het nog niet heeft betrokken, mag naar huis terugkeren; hij zou in de strijd kunnen vallen, en een ander zijn huis betrekken.
5役人たちは民に告げる。「新しい家を建て、まだ奉献していない者はいるか。その者は家に帰れ。戦いで死に、ほかの者がそれを奉献することのないためである。
6En wie een wijngaard heeft geplant, en er nog niet van heeft geplukt, mag naar huis terugkeren; hij zou in de strijd kunnen vallen, en een ander van zijn wijngaard plukken.
6ぶどう園を植え、まだその実を味わっていない者はいるか。その者は家に帰れ。戦いで死に、ほかの者がその実を味わうことのないためである。
7En wie zich met een vrouw heeft verloofd, maar haar nog niet heeft gehuwd, mag naar huis terugkeren; hij zou in de strijd kunnen vallen, en een ander haar huwen.
7女と婚約し、まだ妻として迎えていない者はいるか。その者は家に帰れ。戦いで死に、ほかの者が彼女を妻とすることのないためである。」
8Dan moeten de leiders nog tot het volk zeggen: Wie bang is en laf, moet naar huis terugkeren, om zijn broeder niet als zichzelf de moed te benemen.
8役人たちはさらに民に告げる。「恐れ、心がくじけている者はいるか。その者は家に帰れ。兄弟たちの心まで、その者の心のようにくじけることのないためである。」
9En wanneer de leiders hun toespraak tot het volk hebben beëindigd, moeten zij legeroversten over het volk aanstellen.
9役人たちが民に語り終えたら、軍隊の長たちを民の先頭に任命する。
10Wanneer ge tegen een stad oprukt om ze te belegeren, moet ge haar eerst de vrede aanbieden.
10あなたが戦うために町に近づくときには、まずその町に平和を呼びかけなさい。
11Zo zij op uw vredesvoorstel ingaat, en haar poorten voor u opent, zal heel de bevolking, die zich daarbinnen bevindt, herendiensten voor u moeten verrichten, en u moeten dienen.
11その町が平和の返事をし、門を開くなら、そこにいるすべての民はあなたのために強制労働に服し、あなたに仕える。
12Maar zo ze geen vrede met u wil, doch de strijd met u aanbindt, moet ge haar belegeren.
12もしその町が平和を結ばず、戦いを交えるなら、包囲せよ。
13En wanneer Jahweh, uw God, ze in uw hand heeft geleverd, moet gij alle mannen over de kling jagen;
13あなたの神、主がその町をあなたの手に引き渡されるとき、そこの男子を皆、剣の刃で打ち殺せ。
14doch vrouwen en kinderen, het vee en alles wat in de stad is, moogt ge allemaal buit maken; en de buit, op uw vijanden veroverd en door Jahweh, uw God, u gegeven, voor uzelf gebruiken.
14しかし、女、幼子、家畜、および町にあるすべてのもの、すなわちそのすべてのぶんどり物は、あなた自身の獲物として奪い取ってもよい。あなたは、あなたの神、主があなたに与えられた敵のぶんどり物を用いることができる。
15Zo moet ge doen met alle steden, die ver van u zijn verwijderd, en niet tot de steden van deze naties behoren.
15これらの国々の町々ではない、あなたから非常に遠く離れたすべての町々に対しては、そのようにせよ。
16Maar van de steden dezer volken, die Jahweh u tot erfdeel gaat geven, moogt ge geen sterveling in leven laten.
16しかし、あなたの神、主があなたに所有地として与えられるこれらの民の町々については、息のあるものは一つも生かしておいてはならない。
17De Chittieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten moet ge met de banvloek slaan, zoals Jahweh, uw God, u bevolen heeft,
17あなたの神、主があなたに命じられたように、あなたは彼らを完全に滅ぼせ。すなわちヘト人、アモリ人、カナン人、ペリジ人、ヒビ人、エブス人である。
18opdat zij u niet verleiden al de gruwelen te bedrijven, die zij voor hun goden verrichten, en gij zoudt zondigen tegen Jahweh, uw God.
18それは、彼らが自分たちの神々に対して行ってきたすべての忌まわしいことに従って行うことを、彼らがあなたがたに教えないためであり、あなたがたがあなたがたの神、主に対して罪を犯さないためである。
19Wanneer gij gedurende langere tijd een stad moet insluiten, om haar te belegeren en te veroveren, moogt ge haar bomen niet vernielen en de bijl er in slaan; ge moogt er van eten, maar ze niet vellen. De bomen op het veld zijn toch geen mensen, die door u worden belegerd?
19あなたが町を奪うために戦い、長い間その町を包囲するときは、斧を振るってその木を滅ぼしてはならない。あなたはそこから食べることができるのだから、それを切り倒してはならない。野の木は人であって、あなたに包囲されるというのか。
20Alleen de bomen, waarvan gij zeker weet, dat het geen vruchtbomen zijn, kunt ge vernielen en vellen, om er belegeringswerktuigen van te bouwen tegen de stad, die strijd met u voert, totdat ze valt.
20ただし、食用の木ではないと知っている木は、滅ぼして切り倒してもよい。そして、あなたと戦う町が陥落するまで、その町に対して塁壁を築きなさい。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.