Deuteronomium
Chapter 16
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Onderhoud de maand Abib, en vier het Pascha ter ere van Jahweh, uw God; want in de maand Abib heeft Jahweh uw God, u des nachts uit Egypte geleid.
1アビブの月を守り、あなたの神、主に過越の祭りを守りなさい。アビブの月に、あなたの神、主が夜、あなたをエジプトから導き出されたからである。
2Dan moet ge uit de kudde en runderen ter ere van Jahweh, uw God, het Pascha slachten op de plaats, die Jahweh zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen.
2あなたは、主がご自分の名を住まわせるために選ばれる場所で、羊と牛の群れから、あなたの神、主に過越のいけにえをささげよ。
3Ge moogt niets wat gedesemd is daarbij eten, maar moet daarbij zeven dagen lang ongedesemde broden, het brood der ellende, eten; want overhaast zijt ge uit Egypte getrokken. Zo zult gij u de dag van uw uittocht uit Egypte herinneren al de dagen van uw leven.
3あなたはそれにパン種を入れたパンを添えて食べてはならない。七日間、それに種なしパン、すなわち苦悩のパンを添えて食べよ。あなたがエジプトの地から急いで出て来たからである。それは、あなたがエジプトの地から出て来た日を、あなたの生涯のすべての日の間思い起こすためである。
4Zeven dagen lang mag bij u in heel uw gebied geen gist worden aangetroffen. En van het vlees, dat gij in de avond van de eerste dag offert, mag niets tot de volgende ochtend worden bewaard.
4七日間、あなたのすべての領土内でパン種が見られてはならない。また、あなたが最初の日の夕方にささげたいけにえの肉のいっさいを、朝まで夜通し残しておいてはならない。
5Ook moogt gij het Pascha niet slachten in een van de steden, die Jahweh, uw God, u zal geven;
5あなたは、あなたの神、主があなたに与えられるどの門のうちでも、過越のいけにえをささげることはできない。
6maar op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen, moet gij tegen de avond, bij het ondergaan der zon, het Pascha slachten, op de tijd, dat gij uit Egypte getrokken zijt.
6しかし、あなたの神、主がご自分の名を住まわせるために選ばれるその場所で、夕方、日の沈むころ、あなたがエジプトから出て来たその時期に、過越のいけにえをささげよ。
7Gij moet het toebereiden en eten op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen; eerst de volgende morgen kunt ge naar uw tenten terugkeren.
7あなたは、あなたの神、主が選ばれる場所でそれを焼いて食べなさい。そして朝になったら、向きを変えてあなたの天幕へ帰りなさい。
8Zes dagen lang moet ge ongedesemde broden eten, en op de zevende dag moet er een godsdienstige bijeenkomst ter ere van Jahweh, uw God, worden gehouden, en moogt ge geen arbeid verrichten.
8六日間は種なしパンを食べよ。七日目はあなたの神、主への厳かな集会である。いかなる仕事もしてはならない。
9Zeven volle weken moet ge tellen van het ogenblik af, dat ge de sikkel in het koren slaat.
9あなたは七週間を数えなさい。立ち穂に鎌を入れ始める時から七週間を数え始めなさい。
10Dan moet ge het feest der weken voor Jahweh, uw God, vieren, en naar uw vermogen, en naar gelang Jahweh, uw God, u heeft gezegend, een vrijwillige gave schenken.
10そして、あなたの神、主があなたを祝福されるのに従って、あなたが自ら手でささげる自発的なささげ物の貢ぎ物をもって、あなたの神、主に七週の祭りを守りなさい。
11Dan moet ge met uw zoon en uw dochter, uw knecht en uw dienstmaagd, met den leviet, die binnen uw poorten woont, met den vreemdeling, den wees en de weduwe, die in uw midden wonen, vrolijk zijn voor het aanschijn van Jahweh, uw God, op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen.
11あなたはあなたの神、主の前で喜び楽しみなさい。あなたも、あなたの息子、娘、男奴隷、女奴隷、あなたの町に住むレビ人、そしてあなたのただ中にいる寄留者、孤児、やもめも、あなたの神、主がご自分の名を住まわせるために選ばれるその場所で喜び楽しみなさい。
12Denk er aan, dat ge slaaf zijt geweest in Egypte, en onderhoud al deze bepalingen met de grootste zorg.
12あなたはエジプトで奴隷であったことを思い起こしなさい。あなたはこれらの掟を注意して行え。
13Het loofhuttenfeest moet ge zeven dagen lang vieren, wanneer gij de vruchten van uw dorsvloer en wijnpers binnenhaalt.
13あなたが自分の打ち場とぶどう搾り場から取り入れた後、七日間にわたって仮庵の祭りを守れ。
14Ge moet vrolijk zijn op uw feest met uw zoon en uw dochter, uw knecht en uw dienstmaagd, met den leviet en den vreemde, den wees en de weduwe, die binnen uw poorten wonen.
14あなたの祭りに際して、あなたも、あなたの息子、娘、男奴隷、女奴隷、レビ人、そしてあなたの町に住む寄留者、孤児、やもめも喜び楽しみなさい。
15Zeven dagen lang zult ge feest vieren ter ere van Jahweh, uw God, op de plaats, die Jahweh zal uitverkiezen. Want Jahweh, uw God, zal u zegenen bij heel uw oogst en bij al het werk uwer handen; daarom moet ge vrolijk zijn.
15七日間、あなたの神、主が選ばれる場所で、あなたの神、主に祭りを守りなさい。あなたの神、主があなたのすべての収穫と、あなたの手のすべての業を祝福されるので、あなたはひたすら喜び楽しみなさい。
16Drie maal per jaar moeten alle mannen voor het aanschijn van Jahweh, uw God, verschijnen op de plaats, die Hij zal uitverkiezen: op het feest van de ongedesemde broden, op het feest der weken, en op het loofhuttenfeest. Maar men mag niet met lege handen voor Jahweh verschijnen;
16一年に三度、すべての男子は、あなたの神、主が選ばれる場所で主の前に出る。種なしパンの祭り、七週の祭り、仮庵の祭りの時である。空手で主の前に出てはならない。
17doch iedereen moet geven naar vermogen en naar de zegen, die Jahweh, uw God, u geschonken heeft.
17それぞれ、あなたの神、主から受けた祝福に応じ、自分の力にかなうささげ物を携えよ。
18Ge moet in al uw steden, die Jahweh, uw God, aan uw stammen zal geven, rechters en ambtslieden over u aanstellen, die voor het volk een rechtvaardig oordeel zullen vellen.
18あなたの神、主が与えられるすべての町に、部族ごとに裁き人と役人を立てよ。彼らは義をもって民を裁く。
19Ge moogt het recht niet verkrachten, geen aanzien van personen laten gelden, en geen geschenken aannemen; want geschenken verblinden de ogen der wijzen, en verdraaien de woorden der rechtvaardigen.
19あなたは裁きを曲げてはならない。人をえこひいきしてはならない。賄賂を受け取ってはならない。賄賂は知恵のある者の目をくらませ、正しい者の言葉をゆがめるからである。
20Voor gerechtigheid, en voor gerechtigheid alleen moet ge ijveren, opdat ge moogt leven en het land moogt bezitten, dat Jahweh, uw God, u gaat geven.
20ただ正義だけを追い求めよ。そうすれば、あなたは生き、あなたの神、主が与えられる地を受け継ぐことができる。
21Ge moogt geen gewijde bomen planten, van welke soort dan ook, naast het altaar van Jahweh, uw God, dat gij voor u zult bouwen,
21あなたが自分のために造るあなたの神、主の祭壇のそばに、どんな木であれアシェラを植えてはならない。
22noch een wijsteen oprichten, want Jahweh, uw God, haat ze.
22あなたの神、主が憎まれる聖なる石柱を立ててもならない。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.