Deuteronomium
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Dit zijn de geboden, de bepalingen en voorschriften, die Jahweh, uw God, bevolen heeft u te leren, en die gij moet volbrengen in het land, dat gij thans aan de overkant in bezit gaat nemen:
1さて、あなたの神、主があなたがたに教えるように命じられた命令、掟、および法はこれである。それはあなたがたが所有するために渡って行くその地で、あなたがたがそれを行うためである。
2opdat gij met uw kinderen en kleinkinderen heel uw leven Jahweh, uw God, zoudt vrezen, al zijn bepalingen en geboden, die ik u geef, zoudt onderhouden, en gij lang zoudt mogen leven.
2あなたが、あなたの神、主を恐れ、わたしが命じるすべての主の掟と命令を、あなたも、あなたの息子も、あなたの息子の息子も、あなたの生涯のすべての日の間守るため、またあなたの日々が長く続くためである。
3Israël hoor ze dus aan, en volbreng ze zorgvuldig, opdat het u goed moge gaan, en gij zeer talrijk moogt worden in het land, dat druipt van melk en honing, zoals Jahweh, de God uwer vaderen, het u heeft beloofd.
3それゆえ、イスラエルよ、聞きなさい。そして注意してそれを行いなさい。それはあなたが幸いを得るため、またあなたの父祖の神、主があなたに約束されたとおり、乳と蜜の流れる地であなたが大いに増え広がるためである。
4Hoor, Israël! Jahweh is onze God, en Jahweh alleen!
4聞け、イスラエルよ。主は私たちの神。主はただひとりである。
5Bemin Jahweh, uw God, met heel uw hart, met heel uw ziel, en met heel uw kracht.
5心を尽くし、魂を尽くし、力を尽くして、あなたの神、主を愛せ。
6Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart staan geschreven.
6今日わたしが命じるこれらの言葉を、心に刻め。
7Prent ze uw kinderen in; herhaal ze, wanneer ge in uw huis zijt gezeten, of wandelt op straat, wanneer gij gaat slapen of opstaat;
7これを子供たちに繰り返し教えよ。家に座っているときも、道を歩くときも、寝るときも、起きるときも、これを語れ。
8bind ze als een merk op uw hand en als een teken op uw voorhoofd,
8これをしるしとして手に結び、額飾りとして目の間につけよ。
9en schrijf ze op de deurposten van uw huis en in uw poorten.
9これを家の戸口の柱と門に書き記せ。
10En wanneer Jahweh, uw God, u het land heeft binnengeleid, dat Hij aan uw vaderen, aan Abraham, Isaäk en Jakob onder ede beloofd heeft, u te zullen geven: een land met grote en prachtige steden, die gij niet hebt gebouwd,
10あなたの神、主が、あなたの父祖アブラハム、イサク、ヤコブに誓ってあなたに与えると言われた地、すなわち、あなたが建てたのではない大きくて良い町々、
11met huizen vol allerlei kostbare zaken, waarmee gij ze niet hebt gevuld, met uitgehouwen regenbakken, die gij niet hebt gehouwen, met wijngaarden en olijfbomen, die gij niet hebt geplant: en wanneer gij zult eten tot verzadigens toe,
11あなたが満たしたのではない、すべての良いもので満ちた家々、あなたが掘ったのではない掘り井戸、あなたが植えたのではないぶどう園とオリーブの木がある地にあなたを導き入れ、あなたが食べて満ち足りるとき、
12zorg er dan voor Jahweh niet te vergeten, die u uit het land van Egypte, uit het slavenhuis heeft geleid!
12あなたは気をつけて、あなたをエジプトの地から、奴隷の家から導き出された主を忘れないようにしなさい。
13Jahweh, uw God, moet ge vrezen, Hem moet ge dienen, bij zijn Naam alleen moogt ge zweren.
13あなたの神、主を恐れ、主に仕え、主の御名によって誓え。
14Loopt niet achter vreemde goden, achter de goden der volken, die u omringen,
14あなたがたの周りにいる国々の民の神々である他の神々に従って歩んではならない。
15opdat de toorn van Jahweh, uw God, niet ontbrandt, en Hij u van de aarde verdelgt; want Jahweh, uw God, die onder u toeft, is een naijverige God.
15あなたのただ中におられるあなたの神、主はねたむ神だからである。あなたの神、主の怒りがあなたに向かって燃え上がり、主が地の面からあなたを滅ぼすことがないためである。
16Stelt Jahweh, uw God, niet op de proef, zoals gij Hem te Massa op de proef hebt gesteld.
16あなたがたがマサで試みたように、あなたがたの神、主を試みてはならない。
17Onderhoudt zorgvuldig de geboden van Jahweh, uw God, zijn beschikkingen en bepalingen, die Hij u heeft bevolen.
17あなたがたの神、主の命令と、主があなたに命じられた証しと掟を、熱心に守れ。
18Doe wat recht en goed is in de ogen van Jahweh, opdat het u goed moge gaan, en gij het heerlijke land, dat Jahweh onder ede aan uw vaderen beloofd heeft, moogt binnengaan en bezitten,
18あなたは主の目にかなう正しく良いことを行え。それはあなたが幸いを得て、主があなたの父祖たちに誓われたあの良い地に入ってそれを所有するため、
19en opdat Hij al uw vijanden voor u moge uitdrijven, zoals Jahweh gezegd heeft.
19また、主が語られたとおりに、あなたの前からすべての敵を追い払うためである。
20En wanneer naderhand uw zoon aan u vraagt, wat die beschikkingen, bepalingen en voorschriften betekenen, die Jahweh, onze God, u bevolen heeft,
20後になってあなたの息子があなたに尋ねて、「わたしたちの神、主があなたがたに命じられた証し、掟、および法はどういう意味ですか」と言うなら、
21dan moet gij hem zeggen: Wij waren in Egypte de slaven van Farao, maar Jahweh heeft met sterke hand ons uit Egypte geleid.
21あなたは息子に言いなさい。「わたしたちはエジプトでファラオの奴隷であった。しかし主は力強い御手によって、わたしたちをエジプトから導き出された。
22Jahweh heeft voor onze ogen in Egypte machtige en verschrikkelijke tekenen en wonderen gewrocht tegen Farao en heel zijn hof;
22主はわたしたちの目の前で、エジプト、ファラオ、およびその全家に対して、大いなる恐ろしいしるしと不思議を示された。
23maar ons heeft Hij vandaar weggevoerd, om ons in het land te brengen en ons het land te geven, dat Hij aan onze vaderen onder ede beloofd had.
23主はわたしたちをそこから導き出された。わたしたちの父祖たちに誓われたあの地をわたしたちに与え、わたしたちを導き入れるためであった。
24Daarom heeft Jahweh ons geboden, al deze bepalingen te volbrengen, en Jahweh, onzen God, te vrezen, opdat het ons altijd goed moge gaan, en Hij ons in leven moge behouden, zoals Hij tot heden gedaan heeft.
24主はわたしたちが常に幸いを得るために、このすべての掟を行い、わたしたちの神、主を恐れるように命じられた。それは今日あるように、わたしたちを生き長らえさせるためである。
25Hierin zal onze gerechtigheid liggen, dat wij nauwgezet al deze geboden volbrengen voor het aanschijn van Jahweh, onzen God, zoals Hij het ons heeft bevolen.
25主がわたしたちに命じられたとおりに、わたしたちの神、主の前でこのすべての命令を注意して行うなら、それはわたしたちの義となるのである。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.