Deuteronomium
Chapter 28
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Wanneer gij dus aan Jahweh, uw God, gehoorzaamt, en alle geboden, die ik u heden geef, zorgvuldig onderhoudt, dan zal Jahweh, uw God, u boven alle volken der aarde verheffen,
1「もしあなたが、あなたの神、主の御声に熱心に聞き従い、わたしが今日あなたに命じる主のすべての命令を注意して行うなら、あなたの神、主は、あなたを地上のすべての国々の上に高く上げられる。
2en zullen al de volgende zegeningen over u neerdalen en u ten deel vallen, omdat gij luistert naar Jahweh, uw God.
2あなたがあなたの神、主の御声に聞き従うなら、これらのすべての祝福があなたに臨み、あなたに追いつく。
3Gezegend gij in de stad, gezegend ook op het land.
3あなたは町でも祝福され、野でも祝福される。
4Gezegend de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw runderen en de worp van uw schapen.
4あなたの胎の実、あなたの地の産物、あなたの動物の産物、すなわちあなたの牛の群れの増加や、あなたの羊の群れの幼いものは祝福される。
5Gezegend uw korf en uw trog.
5あなたの籠とあなたのこね鉢は祝福される。
6Gezegend gij bij uw komen, gezegend ook bij uw gaan!
6あなたは入るときにも祝福され、出るときにも祝福される。
7Jahweh zal de vijanden, die tegen u opstaan, voor u verslaan en aan u overleveren; langs één weg trekken zij tegen u op, langs zeven wegen vluchten ze voor u weg.
7主は、あなたに立ち向かってくる敵を、あなたの前で打ち負かされる。彼らは一つの道からあなたに向かって攻め寄せて来るが、あなたの前から七つの道に逃げ去る。
8Jahweh zal voor u zijn zegen ontbieden, over uw voorraadschuren en over al het werk uwer handen; Hij zal u zegenen in het land, dat Jahweh, uw God, u gaat geven.
8主は、あなたの倉と、あなたが手をつけるすべてのことにおいて、あなたに祝福を命じられる。あなたの神、主は、主があなたに与えられる地であなたを祝福される。
9Jahweh zal u tot zijn heilig volk maken, zoals Hij u heeft gezworen, wanneer gij de geboden van Jahweh, uw God, onderhoudt, en zijn wegen bewandelt;
9もしあなたが、あなたの神、主の命令を守り、主の道を歩むなら、主があなたに誓われたとおり、主はあなたをご自身の聖なる民として堅く立てられる。
10en alle volken der aarde zullen u vrezen, wanneer ze zien, dat de naam van Jahweh over u is uitgeroepen.
10地上のすべての民は、あなたが主の御名によって呼ばれているのを見て、あなたを恐れるであろう。
11Jahweh zal u een rijke overvloed geven van de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw vee, de vrucht van uw grond in het land, dat Jahweh aan uw vaderen onder ede beloofd heeft, u te geven.
11主があなたに与えるとあなたの父祖たちに誓われたその地で、主はあなたの胎の実、あなたの家畜の産物、そしてあなたの地の産物において、あなたを大いに栄えさせられる。
12Jahweh zal voor u de hemel als zijn rijke schatkamer openen, om op de juiste tijd regen aan uw land te schenken en al de arbeid uwer handen te zegenen, zodat gij aan talrijke volken kunt lenen, maar zelf niets ter leen hoeft te vragen.
12主は天にあるその良い宝物倉を開き、季節ごとにあなたの地に雨を与え、あなたの手のすべての働きを祝福される。あなたは多くの国々に貸し与えるが、借りることはない。
13Jahweh zal u tot kop maken en nimmer tot staart; gij zult alleen maar omhoog gaan en nooit naar omlaag, wanneer gij gehoorzaamt aan de geboden van Jahweh, uw God, die ik u heden geef, en ze nauwgezet onderhoudt;
13あなたの神、主はあなたを頭とし、尾とはされない。あなたが、わたしが今日あなたに命じるあなたの神、主の命令に聞き従い、それを注意して行うなら、あなたはただ上になり、下になることはない。
14wanneer gij niet afwijkt, rechts noch links, van al wat ik u heden gebied, geen vreemde goden achterna loopt en dient.
14わたしが今日あなたに命じるどの言葉からも、右にも左にもそれてはならず、他の神々に従ってそれに仕えてはならない。
15Maar wanneer ge niet gehoorzaamt aan Jahweh, uw God, en zijn geboden en bepalingen, die ik u heden geef, niet nauwgezet onderhoudt, dan zullen al de volgende vervloekingen u treffen en teisteren.
15しかし、もしあなたが、あなたの神、主の御声に聞き従わず、わたしが今日あなたに命じる主のすべての命令と掟を注意して行わないなら、これらのすべての呪いがあなたに臨み、あなたに追いつく。
16Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt op het land.
16あなたは町でも呪われ、野でも呪われる。
17Vervloekt uw korf en uw trog.
17あなたの籠とあなたのこね鉢は呪われる。
18Vervloekt de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw land, de dracht van uw runderen en de worp van uw schapen.
18あなたの胎の実、あなたの地の産物、あなたの牛の群れの増加、あなたの羊の群れの幼いものは呪われる。
19Vervloekt zult gij zijn bij uw komen, en vervloekt bij uw gaan!
19あなたは入るときにも呪われ、出るときにも呪われる。
20Jahweh zal vloek, verwarring en schrik over u zenden bij al het werk uwer handen, dat gij verricht, totdat gij verdelgd en spoedig vernietigd zijt om de boosheid van uw gedrag, omdat gij Mij hebt verlaten.
20わたしを捨てたあなたの悪行のゆえに、あなたが完全に滅ぼされ、速やかに滅び去るまで、主はあなたが手をつけるすべてのことにおいて、呪い、混乱、懲らしめをあなたに送られる。
21Jahweh zal u de pest op het lijf jagen, totdat Hij u heeft uitgemoord uit het land, dat gij thans in bezit gaat nemen.
21あなたが所有するために入って行くその地から、主があなたを絶ち滅ぼされるまで、主は疫病をあなたにまといつかせられる。
22Jahweh zal u slaan met tering, koorts, koudvuur en ontsteking, met droogte, korenbrand en verdorring; die zullen u achtervolgen, totdat gij eraan te gronde gaat.
22主は結核、熱病、炎症、激しい熱、剣、立ち枯れ、そして胴枯れ病であなたを打たれる。これらはあなたが滅びるまであなたを追いかける。
23De hemel boven uw hoofd zal van koper worden, de aarde onder uw voeten van ijzer;
23あなたの頭上の空は青銅となり、あなたの下にある地は鉄となる。
24Jahweh zal zand op uw land laten regenen, en stof zal van de hemel op u neerslaan, totdat gij verdelgd zijt.
24主はあなたの地の雨を細かいちりとほこりにされる。あなたが完全に滅ぼされるまで、それは天からあなたの上に降ってくる。
25Jahweh zal u door uw vijanden laten verslaan; langs één weg zult ge tegen hen optrekken, langs zeven wegen voor hen wegvluchten. Door alle koninkrijken der aarde zult ge worden mishandeld.
25主は、あなたが敵の前で打ち破られるようにされる。あなたは一つの道から彼らに向かって出て行き、七つの道に分かれて逃げる。あなたは地のすべての王国の恐怖の的となる。
26Uw lijken zullen tot aas strekken aan alle vogels in de lucht en aan de beesten op aarde, en niemand zal ze verjagen.
26あなたの死体は空のすべての鳥と地の動物の食べ物となる。それらを追い払う者はだれもいない。
27Jahweh zal u slaan met egyptische zweren, met builen, uitslag en schurft, waarvan ge niet kunt genezen.
27主は、あなたが癒やされることのできない、エジプトの腫れ物、腫瘍、壊血病、そしてかゆみであなたを打たれる。
28Jahweh zal u slaan met waanzin, blindheid, verdwazing,
28主は狂気、失明、そして心の混乱であなたを打たれる。
29zodat ge midden op de dag zult rondtasten, zoals een blinde tast in het duister, en gij op geen uwer wegen vooruitkomt, maar ge altijd door slechts verdrukt en beroofd wordt, en niemand u helpt.
29目の見えない者が暗闇の中で手探りするように、あなたは真昼に手探りする。あなたは自分の道で栄えることはない。あなたは常にしいたげられ、奪われるだけであり、あなたを救う者はだれもいない。
30Ge zult u met een vrouw verloven, maar een ander zal haar bezitten; een huis bouwen, maar er niet in wonen; een wijngaard planten, maar er niet van genieten.
30あなたが妻を婚約しても、別の男が彼女と寝る。あなたが家を建てても、そこに住むことはない。あなたがぶどう園を植えても、その実を使うことはない。
31Uw rund zal voor uw ogen worden geslacht, maar ge krijgt er niets van te eten; uw ezel zal in uw bijzijn worden geroofd, en keert niet tot u terug; uw kudde wordt aan uw vijanden gegeven, zonder dat iemand u helpt.
31あなたの牛はあなたの目の前で屠られるが、あなたはそれを食べない。あなたのろばはあなたの目の前から力ずくで奪われ、あなたに返されることはない。あなたの羊は敵に与えられ、あなたを救う者はだれもいない。
32Uw zonen en dochters zullen aan een ander volk worden uitgeleverd; gij zult het met eigen ogen zien en steeds naar hen smachten, doch machteloos zijn.
32あなたの息子たちと娘たちは他の民に与えられる。あなたの目は一日中彼らを慕って見つめ、衰え果てるが、あなたの手には何の力もない。
33Een volk, dat ge niet kent, zal de vruchten van uw bodem en van al uw arbeid verslinden, terwijl gij altijd door zó wordt verdrukt en mishandeld,
33あなたの知らなかった国が、あなたの地の産物とあなたのすべての労苦の実を食べる。あなたは常にしいたげられ、打ち砕かれるだけである。
34dat ge waanzinnig wordt, van wat uw ogen aanschouwen.
34あなたは、自分の目が見る光景のゆえに、狂気に追いやられる。
35Jahweh zal u slaan met kwaadaardige zweren op knieën en heupen, waarvan ge niet kunt genezen, van uw voetzool tot uw schedel.
35主はあなたの膝と足を、足の裏から頭の頂に至るまで、あなたが癒やされることのできないひどい腫れ物で打たれる。
36Jahweh zal u en uw koning, dien gij over u aanstelt, naar een volk laten brengen, dat gij noch uw vaderen hebben gekend. Daar zult ge vreemde goden moeten dienen van hout en steen,
36主はあなたと、あなたが自分の上に立てた王とを、あなたもあなたの父祖たちも知らなかった国へ連れて行かれる。そこであなたは、木や石の他の神々に仕えることになる。
37en een hoon, een schimp en een spot onder alle volken zijn, waar Jahweh u heenvoert.
37主があなたを連れ去られるすべての民の中で、あなたは驚きとなり、ことわざとなり、笑いぐさとなる。
38Veel zaad zult ge naar het veld dragen, maar weinig oogsten, want de sprinkhaan zal het vernielen;
38あなたは畑に多くの種を持って出て行くが、わずかしか取り入れない。いなごがそれを食い尽くすからである。
39wijngaarden planten en bewerken, maar geen wijn ervan drinken noch opslaan, want de rupsen vreten ze kaal;
39あなたはぶどう園を植えて手入れをするが、そのぶどう酒を飲むことも、集めることもない。虫がそれを食べるからである。
40olijfbomen bezitten over heel uw gebied, maar u niet zalven met olie, want uw olijven vallen af.
40あなたのすべての境界内にオリーブの木があるようになるが、あなたは油を体に塗ることはない。あなたのオリーブは落ちてしまうからである。
41Zonen en dochters zult ge verwekken, maar ze niet kunnen behouden, want ze gaan de gevangenschap in.
41あなたは息子や娘をもうけるが、彼らはあなたのものとはならない。彼らは捕虜として連れ去られるからである。
42Al uw bomen en veldvruchten vallen aan het ongedierte ten prooi.
42あなたのすべての木と地の産物は、いなごが所有する。
43De vreemdeling, die in uw midden woont, zal zich boven u verheffen, hoger en hoger, maar gij zult dieper en dieper zinken;
43あなたの間にいる寄留者は、あなたの上にますます高く上り、あなたはますます低く下る。
44hij zal aan u lenen, maar gij niet aan hem, hij zal de kop zijn, maar gij de staart.
44彼はあなたに貸し与えるが、あなたは彼に貸し与えることはない。彼は頭となり、あなたは尾となる。
45Al deze vervloekingen zullen over u komen, u achtervolgen en treffen, totdat gij verdelgd zijt, omdat gij niet hebt geluisterd naar Jahweh, uw God, en zijn geboden en bepalingen, die Hij u gaf, niet onderhieldt.
45あなたがあなたの神、主の御声に聞き従わず、主があなたに命じられた命令と掟を守らなかったため、これらのすべての呪いがあなたに臨み、あなたを追いかけ、あなたに追いつき、ついにあなたは完全に滅ぼされる。
46Dan zullen zij de tekenen en wonderen zijn onder u en uw kroost voor altijd en immer!
46これらはあなたとあなたの子孫に対して、永遠にしるしとなり、不思議となる。
47Omdat gij bij al de overvloed niet blijmoedig en gaarne Jahweh, uw God, hebt gediend,
47すべてのものが豊かであったのに、あなたが喜びと心からの喜びをもってあなたの神、主に仕えなかったため、
48zult gij met honger en dorst, in naaktheid en nijpend gebrek uw vijanden moeten dienen, die Jahweh op u afzendt, en legt Hij een ijzeren juk op uw nek, totdat Hij u heeft vernietigd.
48あなたは、主があなたに差し向けられる敵に、飢え、渇き、裸、そしてすべてのものに欠乏する中で仕えることになる。主はあなたが完全に滅ぼされるまで、あなたの首に鉄のくびきを置かれる。
49Jahweh zal een volk op u loslaten van de uiterste grenzen der aarde, en het schiet neer als een arend; een volk waarvan ge de taal niet verstaat,
49主は遠くから、地の果てから、鷲が飛ぶように一つの国をあなたに差し向けられる。それはあなたが言葉を理解できない国であり、
50een meedogenloos volk, dat geen grijsaard ontziet, en geen erbarmen heeft met den knaap.
50その国民は険しい顔つきで、老人を敬わず、若者をあわれまない。
51Het zal de vrucht van uw vee en de vrucht van uw akker verslinden, totdat gij vernietigd zijt. Het zal u geen koren, geen most en geen olie overlaten, geen dracht van uw runderen, geen worp van uw schapen, totdat het u heeft verdelgd.
51彼らは、あなたが完全に滅ぼされるまで、あなたの家畜の産物と、あなたの地の産物を食べる。また、彼らがあなたを滅ぼすまで、穀物、新しいぶどう酒、油、あなたの牛の群れの増加、羊の群れの幼いものをあなたに残さない。
52Het zal u benauwen in al uw poorten, totdat in heel uw land uw hoge en sterke muren, waarop gij vertrouwt, in puin zijn gevallen; het zal u belegeren in al de steden van heel uw land, dat Jahweh, uw God, aan u gaf.
52彼らはあなたのすべての門であなたを包囲し、ついにあなたの全土において、あなたが頼みとしていた高く堅固な城壁は崩れ落ちる。彼らはあなたの神、主があなたに与えられた全土のすべての門であなたを包囲する。
53Dan zult ge in de benauwdheid en de beklemming, waarmee de vijand u knelt, de vrucht van uw schoot verslinden, het vlees van uw zonen en dochters eten, die Jahweh u gaf.
53敵があなたを苦しめる包囲と苦難の中で、あなたは自分の胎の実、すなわちあなたの神、主があなたに与えられたあなたの息子たちや娘たちの肉を食べる。
54De meest verwende en verwijfde onder u zal het zijn eigen broer misgunnen, het misgunnen aan de vrouw in zijn armen en zijn andere kinderen, die hij heeft overgelaten,
54あなたがたの中で優しく、非常に上品な男でさえ、その目は自分の兄弟、自分の愛する妻、そして残された子供たちに対して悪意を抱く。
55en aan geen hunner iets van het vlees van zijn telgen afstaan, dat hij verslindt, omdat hem anders niets rest in de benauwdheid en beklemming, waarmee uw vijand u binnen al uw poorten beknelt.
55敵があなたのすべての門であなたを苦しめる包囲と苦難の中で、彼には何も残されていないため、自分が食べる子供の肉をそのだれにも与えようとはしない。
56De meest verwende en vertroetelde vrouw onder u, zo verwend en vertroeteld, dat zij zelfs haar voet niet op de grond durft zetten, zal aan haar man in haar armen, aan haar zoon en haar dochter,
56あなたがたの中で上品で優しく、上品さと優しさのゆえに足の裏を地面につけようともしなかった女でさえ、その目は自分の愛する夫、自分の息子、自分の娘、
57de nageboorte uit haar schoot misgunnen, misgunnen het kind, dat zij baart, omdat zij bij het nijpend gebrek hen zelf heimelijk verslindt in de benauwdheid en de beklemming, waarmee de vijand u binnen al uw poorten beknelt.
57自分の足の間から出る幼子、および自分が産む子供たちに対して悪意を抱く。敵があなたの門であなたを苦しめる包囲と苦難の中で、すべてのものが欠乏しているため、彼女は彼らをひそかに食べるのである。
58Wanneer ge dus al de woorden van deze Wet, die in dit boek zijn beschreven, niet nauwgezet onderhoudt, en deze heerlijke en ontzaglijke Naam van Jahweh, uw God, niet vreest,
58もしあなたが、この輝かしく恐るべき御名、すなわちあなたの神、主を恐れるために、この書物に書き記されているこの律法のすべての言葉を注意して行わないなら、
59dan zal Jahweh u en uw kroost verschrikkelijk treffen met grote en aanhoudende plagen, met vreselijke en ongeneeslijke kwalen.
59主はあなたの疫病とあなたの子孫の疫病を驚くべきものとされる。それは大いなる疫病で長く続き、重い病気で長く続くものである。
60Dan zal Hij al de egyptische ziekten, waarvoor ge zo bang zijt, over u uitstorten, en zij laten u niet meer los.
60主はあなたが恐れていたエジプトのすべての病気を再びあなたにもたらし、それらはあなたにまといつく。
61Ook met alle andere ziekten en plagen, die in dit wetboek niet eens staan vermeld, zal Jahweh u blijven bezoeken, totdat gij vernietigd zijt,
61また、この律法の書に書き記されていないあらゆる病気やあらゆる疫病も、あなたが完全に滅ぼされるまで主はあなたに下される。
62en slechts met weinigen zijt overgebleven, in plaats van talrijk te zijn als de sterren aan de hemel, omdat ge niet hebt geluisterd naar de stem van Jahweh, uw God!
62あなたがたは空の星のように数が多かったが、あなたがたの神、主の御声に聞き従わなかったため、わずかな人数しか残されない。
63En zoals Jahweh er vreugde in vond, u goed te doen en u talrijk te maken, zo zal Jahweh er vreugde in vinden, u te vernietigen en te verdelgen. Dan zult gij weggesleept worden uit het land, dat ge in bezit gaat nemen.
63主があなたがたに良いことを行い、あなたがたを増やすことを喜ばれたように、主はあなたがたを滅ぼし、あなたがたを断ち滅ぼすことを喜ばれる。あなたがたは、所有するために入って行くその地から引き抜かれる。
64Jahweh zal u onder alle volken verstrooien van het ene uiteinde der aarde tot het andere, en ge zult daar vreemde goden moeten dienen van hout en steen, die gij noch uw vaderen hebben gekend.
64主は地の果てから果てに至るまで、すべての民の間にあなたを散らされる。そこであなたは、あなたもあなたの父祖たちも知らなかった、木や石の他の神々に仕えることになる。
65Ook onder die volken zult ge niet ongestoord kunnen wonen, en zal er geen rust voor uw voeten zijn. Jahweh zal u daar een sidderend hart, smachtende ogen en een bekommerd gemoed bezorgen.
65これらの国々の中で、あなたは安らぎを得られず、足の裏を休める場所もない。主はそこで、震える心、衰える目、絶望する心をあなたに与えられる。
66Gij zult uw leven aan een draad zien hangen, nacht en dag bevreesd zijn, en uw leven niet zeker.
66あなたの命は目の前で宙に浮き、夜も昼も恐れ、生きる望みさえ持てない。
67Des morgens zult ge zeggen: “Ach, was het maar avond!” en des avonds: “Ach, was het maar morgen!” om de angst, die uw hart vervult en om het schouwspel, dat ge moet zien.
67あなたは心に抱く恐れと、あなたの目が見る光景のゆえに、朝には『夕方であればよいのに!』と言い、夕方には『朝であればよいのに!』と言う。
68Op schepen brengt Jahweh u terug naar Egypte, de weg, waarvan ik u heb gezegd, dat ge die nooit meer zult zien; daar zult ge aan uw vijanden als slaven en slavinnen te koop worden geboden, maar er zal niet eens een koper zijn.
68主はわたしがあなたに『二度と見ることはない』と言ったその道を、船で再びエジプトへとあなたを連れ戻される。そこであなたがたは自分たちを男奴隷や女奴隷として敵に売ろうとするが、だれもあなたがたを買う者はいない。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.