2 Tessalonicenzen 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Verder, broeders, bidt voor ons, opdat het woord des Heren voort mag ijlen, en verheerlijkt mag worden als onder u;
1На останок, молїтесь, браттє, за нас, щоб слово Господнє ширилось та славилось, яко ж і в вас,
2ook dat we verlost mogen worden van onbetamelijke en slechte mensen; want niet allen bezitten het geloof.
2і щоб нам визволитись од безпутних і лукавих людей; бо не у всїх віра.
3De Heer is getrouw; Hij zal u sterken, en u voor het kwade bewaren.
3Вірен же Господь, котрий утвердить вас і обереже від лукавого.
4Daarenboven vertrouwen we van u in den Heer, dat gij doet, wat we bevelen, en dat gij het ook zult blijven doen.
4Уповаємо ж у Господї про вас, що що ми вам повелїваємо, ви робите і робити мете.
5En de Heer neige uw harten tot de liefde voor God en tot de verwachting van Christus.
5Господь же нехай направить серця ваші у любов Божу і в терпіннє Христове.
6Broeders, in de naam van den Heer Jesus Christus drukken we u op het hart, u terug te trekken van elken broeder, die ongeregeld leeft, niet naar de overlevering, die gij van ons hebt ontvangen.
6Повелїваємо ж вам, браттє, імям Господа нашого Ісуса Христа, відлучатись від усякого брата, що ходить непорядно і не по переказу, який прийняв од нас.
7Zelf weet gij toch wel, hoe gij ons navolgen moet. Want we hebben onder u niet ongeregeld geleefd.
7Самі бо знаєте, як вам треба подобити ся нам; бо не робили ми безладдя між вами,
8We hebben niemands brood om niet gegeten, maar nacht en dag gearbeid in zwoegen en slaven, om niemand van u tot last te zijn;
8анї їли дармо хлїб у кого; а в трудї і журбі, ніч і день роблячи дїло, щоб не отягчити нїкого з вас:
9niet alsof we geen recht er op hadden, maar om onszelf aan u als voorbeeld ter navolging te stellen.
9не тим що не маємо власти, а щоб себе за взір дати вам, щоб уподобити ся нам.
10Bovendien, toen we bij u waren, hebben we u toch voorgehouden, dat wie niet werken wil, ook niet ete.
10Бо, як були ми в вас, то так завітували вам, що хто не хоче робити дїла, нехай і не їсть.
11En nu horen we toch, dat sommigen onder u een ongeregeld leven leiden, zich niet druk maken, maar wel veel drukte.
11Чуємо бо, що деякі непорядно ходять між вами, нїчого не роблять, а метушять ся.
12Hen gebieden en vermanen we in den Heer Jesus Christus, om rustig te werken en hun eigen brood te eten.
12Таким-то повелїваємо і напоминаємо Господом нашим Ісусом Христом, щоб мовчки роблячи, свій хлїб їли.
13En gij broeders, wordt niet moede, het goede te doen.
13Ви ж, браттє, не втомлюйтесь, роблячи добре.
14Zo iemand niet luistert naar ons woord in deze brief, tekent Hem aan en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd moge staan.
14Коли ж хто не послухає слова нашого посланнєм, такого назначіть і не мішайтесь із ним, щоб йому був сором.
15Toch moet ge hem niet als uw vijand beschouwen, maar als een broeder vermanen.
15Та не за ворога вважайте його, а навчайте, яко брата.
16De Heer van de vrede, Hij geve u de vrede altijd en in alles. De Heer zij met u allen!
16Сам же Господь миру нехай дасть вам мир завсїди всїма способами. Господь із усїма вами.
17De groet is van mijn eigen hand: Paulus. Dit is het teken bij iedere brief; zo schrijf ik:
17Витаннє моєю рукою Павловою, котре єсть знак у всякому посланню; так пишу:
18De genade van onzen Heer Jesus Christus zij met u allen.
18Благодать Господа нашого Ісуса Христа з усїма вами. Амінь.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.