2 Tessalonicenzen 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Verder, broeders, bidt voor ons, opdat het woord des Heren voort mag ijlen, en verheerlijkt mag worden als onder u;
1Finally, brothers, pray for us, that the word of the Lord may spread quickly and be held in honor, just as it was with you.
2ook dat we verlost mogen worden van onbetamelijke en slechte mensen; want niet allen bezitten het geloof.
2And pray that we may be delivered from wicked and evil men; for not everyone holds to the faith.
3De Heer is getrouw; Hij zal u sterken, en u voor het kwade bewaren.
3But the Lord is faithful, and He will strengthen you and guard you from the evil one.
4Daarenboven vertrouwen we van u in den Heer, dat gij doet, wat we bevelen, en dat gij het ook zult blijven doen.
4And we have confidence in the Lord that you are doing and will continue to do what we command.
5En de Heer neige uw harten tot de liefde voor God en tot de verwachting van Christus.
5May the Lord direct your hearts into God’s love and Christ’s perseverance.
6Broeders, in de naam van den Heer Jesus Christus drukken we u op het hart, u terug te trekken van elken broeder, die ongeregeld leeft, niet naar de overlevering, die gij van ons hebt ontvangen.
6Now we command you, brothers, in the name of our Lord Jesus Christ, to keep away from any brother who leads an undisciplined life that is not in keeping with the tradition you received from us.
7Zelf weet gij toch wel, hoe gij ons navolgen moet. Want we hebben onder u niet ongeregeld geleefd.
7For you yourselves know how you ought to imitate us, because we were not undisciplined among you,
8We hebben niemands brood om niet gegeten, maar nacht en dag gearbeid in zwoegen en slaven, om niemand van u tot last te zijn;
8nor did we eat anyone’s food without paying for it. Instead, in labor and toil, we worked night and day so that we would not be a burden to any of you.
9niet alsof we geen recht er op hadden, maar om onszelf aan u als voorbeeld ter navolging te stellen.
9Not that we lack this right, but we wanted to offer ourselves as an example for you to imitate.
10Bovendien, toen we bij u waren, hebben we u toch voorgehouden, dat wie niet werken wil, ook niet ete.
10For even while we were with you, we gave you this command: “If anyone is unwilling to work, he shall not eat.”
11En nu horen we toch, dat sommigen onder u een ongeregeld leven leiden, zich niet druk maken, maar wel veel drukte.
11Yet we hear that some of you are leading undisciplined lives and accomplishing nothing but being busybodies.
12Hen gebieden en vermanen we in den Heer Jesus Christus, om rustig te werken en hun eigen brood te eten.
12We command and urge such people by our Lord Jesus Christ to begin working quietly to earn their own living.
13En gij broeders, wordt niet moede, het goede te doen.
13But as for you, brothers, do not grow weary in well-doing.
14Zo iemand niet luistert naar ons woord in deze brief, tekent Hem aan en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd moge staan.
14Take note of anyone who does not obey the instructions we have given in this letter. Do not associate with him, so that he may be ashamed.
15Toch moet ge hem niet als uw vijand beschouwen, maar als een broeder vermanen.
15Yet do not regard him as an enemy, but warn him as a brother.
16De Heer van de vrede, Hij geve u de vrede altijd en in alles. De Heer zij met u allen!
16Now may the Lord of peace Himself give you peace at all times and in every way. The Lord be with all of you.
17De groet is van mijn eigen hand: Paulus. Dit is het teken bij iedere brief; zo schrijf ik:
17This greeting is in my own hand—Paul. This is my mark in every letter; it is the way I write.
18De genade van onzen Heer Jesus Christus zij met u allen.
18The grace of our Lord Jesus Christ be with all of you.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.