1 Johannes 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Mijn kinderkens, ik schrijf u dit, opdat gij niet zondigt. En mocht iemand zondigen, dan hebben we bij den Vader een Helper: Jesus Christus, den Gerechte;
1Дїточки мої, се пишу вам, щоб не грішили; а коли хто згрішить, заступника маємо перед Отцем, Ісуса Христа праведника.
2Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet voor de onze alleen, maar ook voor die van heel de wereld.
2А Він вблаганнє за гріхи наші; не за наші ж тільки, а також цїлого сьвіта.
3En hieraan weten we, dat we Hem kennen: wanneer we zijn geboden onderhouden.
3А по тому знаємо, що ми пізнали Його, коли заповідї Його хоронимо.
4Wie zegt: Ik ken Hem, doch zijn geboden niet onderhoudt, hij is een leugenaar, en in hem is de waarheid niet.
4Хто говорить: Я пізнав Його, а заповідей Його не хоронить, той ложник, і в тому нема правди;
5Maar wie zijn woord onderhoudt, in hem is waarlijk de volmaakte liefde tot God; hieraan erkennen we, dat we in Hem zijn.
5хто ж хоронить слово Його, істино у тому любов Божа звершена. По тому знаємо, що ми в Ньому.
6Wie beweert, in Hem te blijven, die moet wandelen zoals Hij heeft gewandeld.
6Хто говорить, що в Ньому пробуває, повинен, яко ж Той ходив, і він так ходити.
7Geliefden, niet over een nieuw gebod schrijf ik u, maar over een oud, dat gij gehad hebt van de aanvang af; dat oude gebod is het woord, dat gij gehoord hebt.
7Брати, не заповідь нову пишу вам, а заповідь стару, котру маєте з почину; заповідь стара, се слово, котре ви чули з почину.
8Toch is het ook een nieuw gebod, dat ik u schrijf: -wat waar is voor Hem en voor u; -want de duisternis is voorbij, en het ware licht is reeds aan het schijnen.
8Знов заповідь нову пишу вам, що єсть правдиве і в Ньому і в вас: що темрява переходить, а сьвітло правдиве вже сьвітить.
9Wie beweert, in het licht te zijn, maar zijn broeder haat, hij is ook nu nog in duisternis.
9Хто говорить, що він в сьвітлї, а ненавидить брата свого, той в темряві аж досї.
10Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en voor hem ligt er geen struikelblok;
10Хто любить брата свого, в сьвітлї пробуває, і поблазнї у ньому нема;
11maar wie zijn broeder haat, hij is in de duisternis, wandelt in duisternis, en weet niet, waartoe hij komen kan, omdat de duisternis zijn ogen verblindt.
11хто ж ненавидить брата свого, той в темряві, і в темряві ходить, і не знає де йде, бо темрява ослїпила очі його.
12Ik schrijf u, kinderkens, omdat de zonden u zijn vergeven om wille van zijn Naam.
12Пишу вам, дїточки, що оставляють ся вам гріхи задля імени Його.
13Ik schrijf u, vaders, omdat gij Hèm hebt leren kennen, die van de aanvang af bestaat. Ik schrijf u, jonge mannen, omdat gij den Boze hebt overwonnen.
13Пишу вам, батьки, що ви пізнали Того, котрий (єсть) від почину. Пишу вам, молодята, що ви подужали лукавого. Пишу вам, дїти, що ви пізнали Отця.
14Kinderkens, ik heb u vroeger geschreven, omdat gij den Vader hebt leren kennen. Vaders, ik heb u geschreven, omdat gij Hèm hebt leren kennen, die van de aanvang af bestaat. Jonge mannen, ik heb u geschreven, omdat gij sterk zijt en het woord van God in u blijft, en omdat gij den Boze hebt overwonnen.
14Писав я вам, батьки, що ви пізнали Того, що від почину. Писав я вам, молодята, що ви сильні, і слово Боже у вас пробуває, і що подужали лукавого.
15Hebt de wereld niet lief, noch al wat er is in de wereld. Want wanneer iemand de wereld liefheeft, dan is er geen liefde tot den Vader in hem;
15Не любіте ж сьвіта, анї того, що в сьвітї. Коли хто любить сьвіт, нема любови Отцївської у ньому;
16want al wat er is in de wereld: de begeerlijkheid des vlezes, de begeerlijkheid der ogen en de hovaardij des levens: is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.
16все бо, що в сьвітї, — хотїннє тїла і хотїннє очей, і гордощі сьвітові, — не з Отця а зо сьвіта.
17En de wereld gaat voorbij met haar begeerlijkheid; maar wie de wil van God volbrengt, blijft in eeuwigheid.
17І сьвіт перейде, і хотїннє його; хто ж чинить волю Божу, пробуває по вік.
18Kinderkens, het laatste uur is daar! En zoals gij gehoord hebt, komt dan de Antichrist. Ook nu is er menig Antichrist opgestaan; daaruit weten we, dat het laatste uur daar is.
18Дїти, остання година настала; і яко ж чули ви, що антихрист прийде, а тепер многі антихристи постали, то й звідтіля знаємо, що остання година.
19Uit ons midden kwamen ze voort, maar toch, ze maakten geen deel van ons uit. Want hadden ze tot ons behoord, dan zouden ze bij ons zijn gebleven. Maar dit is geschied, opdat door hen het duidelijk zou worden, dat niet allen deel uitmaken van ons.
19Зміж нас вийшли, тільки не були зміж нас; бо коли б були зміж нас, то остали б з нами; тільки ж відступили вони, щоб явилось, що не всї наші.
20Maar gij hebt de Zalving van den Heilige, en allen bezit gij kennis.
20І ви помазаннє маєте від Сьвятого, і знаєте все.
21Ik schrijf u dan ook niet, omdat gij de waarheid niet kent, maar omdat ge haar wèl kent, en weet, dat geen leugen deel uitmaakt van de waarheid.
21Не писав я вам, наче б ви не знали правди, а що знаєте її, і що всяка брехня не від правди.
22Wie anders zou er nog leugenaar zijn, wanneer hij het niet is, die loochent, dat Jesus de Christus is? De Antichrist is hij, die loochent den Vader en den Zoon.
22Хто ложник, як не той, хто відрікаєть ся, що Ісус не Христос? Сей антихрист, хто відрікаєть ся Отця і Сина.
23Wie den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet; wie den Zoon belijdt, heeft ook den Vader.
23Всякий, хто відрікаєть ся Сина, той і Отця не має.
24Wat u betreft: wat gij gehoord hebt van de aanvang af, het blijve in u. Wanneer in u blijft, wat gij van de aanvang af hebt gehoord, dan zult gij ook zelf blijven in den Zoon en in den Vader.
24Ви ж, що чули від почину, те нехай в вас пробуває; коли в вас пробувати ме, що ви від почину чули, то й ви будете пробувати у Синї і в Отцї.
25En dit is dan de belofte, die Hij ons heeft gegeven: het eeuwig leven.
25А се обітниця, котру обіцяв нам, — життє вічнє.
26Dit alles schrijf ik u met het oog op hen, die u misleiden.
26Се писав я вам про тих, що підманюють вас.
27Wat toch uzelf betreft: in u blijft de Zalving, die gij van Hem ontvangen hebt; gij hebt dus niet nodig, dat iemand u leert. Maar juist zoals zijn Zalving het u leert, zó is dat alles ook waar en geen leugen. Blijft in Hem, zoals Zij het u heeft geleerd.
27Та помазаннє, котре ви приняли від Нього, в вас пробуває, і не потрібуєте, щоб хто учив вас; а як те саме помазаннє навчає вас про все, і воно правдиве й не брехня, то яко ж воно навчало вас, пробувайте в тому.
28Kinderkens, blijft thans in Hem, opdat we vertrouwen mogen hebben, als Hij verschijnt, en niet voor Hem beschaamd zullen staan bij zijn Komst.
28Так, дїточки, пробувайте в Ньому, щоб, коли явить ся, була у нас одвага, і не осоромились перед Ним при Його приходї.
29Wanneer gij weet, dat Hij rechtvaardig is, dan weet gij ook, dat allen, die de rechtvaardigheid betrachten, uit Hem zijn geboren.
29Коли знаєте, що Він праведний, то знайте, що всякий, хто робить правду, від Нього родив ся.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.