1 Johannes
Chapter 2

1 Johannes

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Mijn kinderkens, ik schrijf u dit, opdat gij niet zondigt. En mocht iemand zondigen, dan hebben we bij den Vader een Helper: Jesus Christus, den Gerechte;
1Дети мои! сие пишу вам, чтобы вы не согрешали; а если бы кто согрешил, то мы имеем Ходатая пред Отцом, Иисуса Христа, Праведника;
2Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet voor de onze alleen, maar ook voor die van heel de wereld.
2Он есть умилостивление за грехи наши, и не только за наши, но и за грехи всего мира.
3En hieraan weten we, dat we Hem kennen: wanneer we zijn geboden onderhouden.
3А что мы познали Его, узнаем из того, что соблюдаем Его заповеди.
4Wie zegt: Ik ken Hem, doch zijn geboden niet onderhoudt, hij is een leugenaar, en in hem is de waarheid niet.
4Кто говорит: “я познал Его”, но заповедей Его не соблюдает, тот лжец и нет в нем истины;
5Maar wie zijn woord onderhoudt, in hem is waarlijk de volmaakte liefde tot God; hieraan erkennen we, dat we in Hem zijn.
5а кто соблюдает слово Его, в том истинно любовь Божия совершилась; из сего узнаем, что мы в Нем.
6Wie beweert, in Hem te blijven, die moet wandelen zoals Hij heeft gewandeld.
6Кто говорит, что пребывает в Нем, тот должен поступать так, как Он поступал.
7Geliefden, niet over een nieuw gebod schrijf ik u, maar over een oud, dat gij gehad hebt van de aanvang af; dat oude gebod is het woord, dat gij gehoord hebt.
7Возлюбленные! пишу вам не новую заповедь, но заповедь древнюю, которую вы имели от начала. Заповедь древняя есть слово, которое вы слышали от начала.
8Toch is het ook een nieuw gebod, dat ik u schrijf: -wat waar is voor Hem en voor u; -want de duisternis is voorbij, en het ware licht is reeds aan het schijnen.
8Но притом и новую заповедь пишу вам, что есть истинно и в Нем и в вас: потому что тьма проходит и истинный свет уже светит.
9Wie beweert, in het licht te zijn, maar zijn broeder haat, hij is ook nu nog in duisternis.
9Кто говорит, что он во свете, а ненавидит брата своего, тот еще во тьме.
10Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en voor hem ligt er geen struikelblok;
10Кто любит брата своего, тот пребывает во свете, и нет в нем соблазна.
11maar wie zijn broeder haat, hij is in de duisternis, wandelt in duisternis, en weet niet, waartoe hij komen kan, omdat de duisternis zijn ogen verblindt.
11А кто ненавидит брата своего, тот находится во тьме, и во тьме ходит, и не знает, куда идет, потому что тьма ослепила ему глаза.
12Ik schrijf u, kinderkens, omdat de zonden u zijn vergeven om wille van zijn Naam.
12Пишу вам, дети, потому что прощены вам грехи ради имени Его.
13Ik schrijf u, vaders, omdat gij Hèm hebt leren kennen, die van de aanvang af bestaat. Ik schrijf u, jonge mannen, omdat gij den Boze hebt overwonnen.
13Пишу вам, отцы, потому что вы познали Сущего от начала. Пишу вам, юноши, потому что вы победили лукавого. Пишу вам, отроки, потому что вы познали Отца.
14Kinderkens, ik heb u vroeger geschreven, omdat gij den Vader hebt leren kennen. Vaders, ik heb u geschreven, omdat gij Hèm hebt leren kennen, die van de aanvang af bestaat. Jonge mannen, ik heb u geschreven, omdat gij sterk zijt en het woord van God in u blijft, en omdat gij den Boze hebt overwonnen.
14Я написал вам, отцы, потому что вы познали Безначального. Я написал вам, юноши, потому что вы сильны, и слово Божие пребывает в вас, и вы победили лукавого.
15Hebt de wereld niet lief, noch al wat er is in de wereld. Want wanneer iemand de wereld liefheeft, dan is er geen liefde tot den Vader in hem;
15Не любите мира, ни того, что в мире: кто любит мир, в том нет любви Отчей.
16want al wat er is in de wereld: de begeerlijkheid des vlezes, de begeerlijkheid der ogen en de hovaardij des levens: is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.
16Ибо всe, что в мире: похоть плоти, похоть очей и гордость житейская, не есть от Отца, но от мира сего.
17En de wereld gaat voorbij met haar begeerlijkheid; maar wie de wil van God volbrengt, blijft in eeuwigheid.
17И мир проходит, и похоть его, а исполняющий волю Божию пребывает вовек.
18Kinderkens, het laatste uur is daar! En zoals gij gehoord hebt, komt dan de Antichrist. Ook nu is er menig Antichrist opgestaan; daaruit weten we, dat het laatste uur daar is.
18Дети! последнее время. И как вы слышали, что придет антихрист, и теперь появилось много антихристов, то мы и познаeм из того, что последнее время.
19Uit ons midden kwamen ze voort, maar toch, ze maakten geen deel van ons uit. Want hadden ze tot ons behoord, dan zouden ze bij ons zijn gebleven. Maar dit is geschied, opdat door hen het duidelijk zou worden, dat niet allen deel uitmaken van ons.
19Они вышли от нас, но не были наши: ибо если бы они были наши, то остались бы с нами; но они вышли, и через то открылось, что не все наши.
20Maar gij hebt de Zalving van den Heilige, en allen bezit gij kennis.
20Впрочем, вы имеете помазание от Святаго и знаете все.
21Ik schrijf u dan ook niet, omdat gij de waarheid niet kent, maar omdat ge haar wèl kent, en weet, dat geen leugen deel uitmaakt van de waarheid.
21Я написал вам не потому, чтобы вы не знали истины, но потому, что вы знаете ее, равно как и то, что всякая ложь не от истины.
22Wie anders zou er nog leugenaar zijn, wanneer hij het niet is, die loochent, dat Jesus de Christus is? De Antichrist is hij, die loochent den Vader en den Zoon.
22Кто лжец, если не тот, кто отвергает, что Иисус есть Христос? Это антихрист, отвергающий Отца и Сына.
23Wie den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet; wie den Zoon belijdt, heeft ook den Vader.
23Всякий, отвергающий Сына, не имеет и Отца; а исповедующий Сына имеет и Отца.
24Wat u betreft: wat gij gehoord hebt van de aanvang af, het blijve in u. Wanneer in u blijft, wat gij van de aanvang af hebt gehoord, dan zult gij ook zelf blijven in den Zoon en in den Vader.
24Итак, что вы слышали от начала, то и да пребывает в вас; если пребудет в вас то, что вы слышали от начала, то и вы пребудете в Сыне и в Отце.
25En dit is dan de belofte, die Hij ons heeft gegeven: het eeuwig leven.
25Обетование же, которое Он обещал нам, есть жизнь вечная.
26Dit alles schrijf ik u met het oog op hen, die u misleiden.
26Это я написал вам об обольщающих вас.
27Wat toch uzelf betreft: in u blijft de Zalving, die gij van Hem ontvangen hebt; gij hebt dus niet nodig, dat iemand u leert. Maar juist zoals zijn Zalving het u leert, zó is dat alles ook waar en geen leugen. Blijft in Hem, zoals Zij het u heeft geleerd.
27Впрочем, помазание, которое вы получили от Него, в вас пребывает, и вы не имеете нужды, чтобы кто учил вас; но как самое сие помазание учит вас всему и оно истинно и неложно, то, чему оно научило вас, в том пребывайте.
28Kinderkens, blijft thans in Hem, opdat we vertrouwen mogen hebben, als Hij verschijnt, en niet voor Hem beschaamd zullen staan bij zijn Komst.
28Итак, дети, пребывайте в Нем, чтобы, когда Он явится, иметь нам дерзновение и не постыдиться пред Ним в пришествие Его.
29Wanneer gij weet, dat Hij rechtvaardig is, dan weet gij ook, dat allen, die de rechtvaardigheid betrachten, uit Hem zijn geboren.
29Если вы знаете, что Он Праведник, знайте и то, что всякий, делающий правду, рожден от Него.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.