ヨシュア記
Chapter 21
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1その時、レビ人の父祖の家のかしらたちは、祭司エルアザル、ヌンの子ヨシュア、およびイスラエルの人々の部族の父祖の家のかしらたちのところに近づき、
1Nu verschenen de familiehoofden der Levieten bij den priester Elazar, bij Josuë, den zoon van Noen, en bij de familiehoofden van de israëlietische stammen te Sjilo in het land Kanaän,
2彼らはカナンの地のシロで言った。「主はモーセを通して、私たちに住む町々と、家畜のための放牧地を与えるよう命じられました。」
2en spraken tot hen: Jahweh heeft door Moses bevolen, ons steden te geven, om er te wonen, met bijbehorende weidegrond voor ons vee.
3そこでイスラエルの人々は、主の命令に従い、自分たちの相続地の中から、これらの町とその放牧地をレビ人に与えた。
3Daarom gaven de Israëlieten naar Jahweh’s bevel de volgende steden met haar weidegronden aan de Levieten.
4くじはケハテ人の氏族のために出た。レビ人のうち祭司アロンの子らには、ユダの部族、シメオン人の部族、ベニヤミンの部族の中から、くじによって十三の町が与えられた。
4Het lot viel het eerst voor de families der Kehatieten. De zonen van Aäron, den levietischen priester, kregen door loting dertien steden uit de stammen Juda, Simeon en Benjamin,
5ケハテの残りの子らには、エフライムの部族の氏族、ダンの部族、マナセの半部族の中から、くじによって十の町が与えられた。
5terwijl de overige families der Kehatieten door het lot tien steden ontvingen uit de stammen Efraïm, Dan en de halve stam van Manasse.
6ゲルションの子らには、イッサカルの部族の氏族、アシェルの部族、ナフタリの部族、バシャンにあるマナセの半部族の中から、くじによって十三の町が与えられた。
6De Gersjonieten kregen door het lot dertien steden uit de stammen Issakar, Aser, Neftali en de halve stam van Manasse in Basjan.
7メラリの子らには、その氏族に従って、ルベンの部族、ガドの部族、ゼブルンの部族の中から十二の町が与えられた。
7De families der Merarieten kregen twaalf steden uit de stammen Ruben, Gad en Zabulon.
8イスラエルの人々は、モーセを通して主が命じられたように、これらの町とその放牧地をくじによってレビ人に与えた。
8Dit zijn de steden met haar weidegronden, welke de Israëlieten door het lot aan de Levieten afstonden, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
9彼らはユダの子らの部族とシメオンの子らの部族の中から、名を挙げて記されるこれらの町を与えた。
9Uit de stammen van de Judeërs en Simeonieten gaven ze de volgende, met name genoemde steden:
10それらはレビの子らのうちケハテ人の氏族に属するアロンの子らのものとなった。最初のくじは彼らのものだったからである。
10Aan de Aäronieten, een van de geslachten der Kehatieten, die tot de Levieten behoorden,
11彼らはユダの山地にある、アナクの父アルバにちなんで名付けられたキルヤテ・アルバ、すなわちヘブロンと、その周囲の放牧地を彼らに与えた。
11en voor wie het eerste lot was gevallen, gaven ze: Kirjat-Arba of Hebron (deze Arba is de vader van Anak) in het judese bergland met zijn omliggende weidegronden.
12しかし、その町の畑とその村々は、エフネの子カレブに彼の相続地として与えられた。
12Het akkerland van die stad en haar dorpen hadden ze reeds aan Kaleb, den zoon van Jefoenne. in eigendom gegeven;
13彼らは祭司アロンの子らに、人を殺した者のための逃れの町であるヘブロンとその放牧地を与え、またリブナとその放牧地、
13aan de zonen van den priester Aäron gaven ze dus Hebron, de vrijstad voor den moordenaar, met haar weidegronden. Daarenboven Libna,
14ヤティルとその放牧地、エシュテモアとその放牧地、
14Jattir, Esjtemóa,
15ホロンとその放牧地、デビルとその放牧地、
15Cholon, Debir,
16アインとその放牧地、ユタとその放牧地、ベテ・シェメシュとその放牧地を与えた。これら二つの部族から九つの町である。
16Ain, Joetta, Bet-Sjémesj; te zamen negen steden uit deze beide stammen, allen met bijbehorende weidegronden.
17ベニヤミンの部族からは、ギベオンとその放牧地、ゲバとその放牧地、
17Uit de stam Benjamin: Gibon, Géba,
18アナトテとその放牧地、アルモンとその放牧地。四つの町である。
18Anatot, Almon, elk met zijn weidegronden; vier steden.
19祭司であるアロンの子らの町は、すべてで十三の町とその放牧地であった。
19In het geheel dus dertien steden met haar bijbehorende weidegronden voor de aäronietische priesters.
20レビ人であるケハテの子らの諸氏族、すなわち残りのケハテの子らは、くじによってエフライムの部族から町々を得た。
20Ook de overige levietische families der Kehatieten, de overige zonen van Kehat, kregen de hun door het lot toegewezen steden. Uit de stam Efraïm
21彼らはエフライムの山地にある、人を殺した者のための逃れの町であるシェケムとその放牧地を彼らに与え、またゲゼルとその放牧地、
21gaf men hun Sikem, de vrijstad voor den moordenaar, in het bergland van Efraïm, met Gézer,
22キブツァイムとその放牧地、ベテ・ホロンとその放牧地。四つの町である。
22Kibsáim en Bet-Choron met bijbehorende weidegronden; vier steden.
23ダンの部族からは、エルテケとその放牧地、ギベトンとその放牧地、
23Uit de stam Dan: Elteke, Gibton,
24アヤロンとその放牧地、ガテ・リモンとその放牧地。四つの町である。
24Ajjalon en Gat-Rimmon met hun weidegronden; vier steden.
25マナセの半部族からは、タアナクとその放牧地、ガテ・リモンとその放牧地。二つの町である。
25Uit de halve stam van Manasse: Taänak en Jibleam met hun weidegronden; twee steden.
26残りのケハテの子らの諸氏族の町は、すべてで十の町とその放牧地であった。
26In het geheel dus tien steden met haar weidegronden voor de families van de overige Kehatieten.
27彼らはレビ人の諸氏族のうちゲルションの子らに、マナセの半部族から、人を殺した者のための逃れの町であるバシャンのゴランとその放牧地を与え、またベエシュテラとその放牧地を与えた。二つの町である。
27De Gersjonieten, een ander geslacht der Levieten, kregen uit de halve stam van Manasse: Golan, de vrijstad voor den moordenaar in Basjan, met Beësjtera en hun weidegronden; twee steden.
28イッサカルの部族からは、キシュヨンとその放牧地、ダベラテとその放牧地、
28Uit de stam Issakar: Kisjon, Daberat,
29ヤルムテとその放牧地、エン・ガニムとその放牧地。四つの町である。
29Jarmoet en En-Gannim, elk met zijn weidegronden; vier steden.
30アシェルの部族からは、ミシャルとその放牧地、アブドンとその放牧地、
30Uit de stam Aser: Misjal, Abdon,
31ヘルカテとその放牧地、レホブとその放牧地。四つの町である。
31Chelkat en Rechob met hun weidegronden; vier steden.
32ナフタリの部族からは、人を殺した者のための逃れの町であるガリラヤのケデシュとその放牧地、ハモテ・ドルとその放牧地、カルタンとその放牧地。三つの町である。
32Uit de stam Neftali: Kédesj, de vrijstad voor den moordenaar in Galilea, met Chammot-Dor en Kartan en hun bijbehorende weidegronden; drie steden.
33ゲルション人のすべての町は、その氏族に従って十三の町とその放牧地であった。
33In het geheel dus dertien steden, met haar bijbehorende weidegronden voor de families der Gersjonieten.
34レビ人の残りであるメラリの子らの氏族には、ゼブルンの部族から、ヨクネアムとその放牧地、カルタとその放牧地、
34De families der Merarieten, de overige Levieten, kregen uit de stam Zabulon: Jokneam, Karta,
35ディムナとその放牧地、ナハラルとその放牧地。四つの町である。
35Dimna en Nahalal, met bijbehorende weidegronden; vier steden.
36ルベンの部族からは、ベツェルとその放牧地、ヤハツとその放牧地、
36Uit de stam Ruben: Béser, Jáhas,
37ケデモトとその放牧地、メファアトとその放牧地。四つの町である。
37Kedemot en Mefáat, met hun weidegronden; vier steden.
38ガドの部族からは、人を殺した者のための逃れの町であるギルアデのラモトとその放牧地、マハナイムとその放牧地、
38Uit de stam Gad: Ramot, de vrijstad voor den moordenaar in Gilad, met Machanáim,
39ヘシュボンとその放牧地、ヤゼルとその放牧地。全部で四つの町である。
39Chesjbon en Jazer, met hun weidegronden; vier steden.
40メラリの子ら、すなわちレビ人の氏族の残りの者たちの町は、その氏族に従って、くじにより十二の町であった。
40In het geheel dus twaalf steden volgens lot voor de overblijvende levietische families der Merarieten.
41イスラエルの人々の相続地の中にあるレビ人の町は、全部で四十八の町とその放牧地であった。
41Alles tezamen waren er dus te midden van de bezittingen der Israëlieten acht en veertig Levieten-steden met bijbehorende weidegronden.
42これらの町には、それぞれの周囲に放牧地があった。これらすべての町がそうであった。
42Die steden bestonden telkens uit een stad met weidegrond er om heen; dit geldt voor al die steden.
43こうして主は、父祖たちに与えると誓われた地をことごとくイスラエルに与えられた。彼らはそれを自分たちのものとし、そこに住んだ。
43Zo gaf Jahweh aan Israël het gehele land, dat Hij hun vaderen gezworen had te zullen geven. Zij namen het in bezit, en gingen er wonen.
44主は、父祖たちに誓われたとおり、彼らの周囲に安息を与えられた。敵のうち、彼らの前に立ちはだかる者は一人もいなかった。主はすべての敵を彼らの手に渡された。
44En Jahweh gaf hun naar alle kanten rust, juist zoals Hij het hun vaderen onder ede beloofd had. Geen van hun vijanden kon voor hen stand houden; want Jahweh leverde hun al hun vijanden uit.
45主がイスラエルの家に語られた良い約束は、一つとして果たされないものがなく、すべて実現した。
45Niet één van alle beloften, die Jahweh het huis van Israël had gedaan, bleef onvervuld; allen werden zij ingelost.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.