ヨシュア記 19
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1第二のくじはシメオン、すなわちシメオンの子らの部族のために、その氏族に従って引かれた。彼らの相続地はユダの子らの相続地の中にあった。
1Het tweede lot viel voor Simeon, voor de families van de stam der Simeonieten. Hun erfdeel lag midden tussen dat der Judeërs.
2彼らは相続地として、ベエル・シェバ、すなわちシェバ、モラダ、
2In hun erfdeel hadden ze: Beër-Sjéba, Molada,
3ハツァル・シュアル、バラ、エツェム、
3Chasar-Sjoeal, Bala, Ésem,
4エルトラド、ベトゥル、ホルマ、
4Eltolad, Betoel, Chorma,
5ツィクラグ、ベテ・マルカボト、ハツァル・スサ、
5Sikelag, Bet-Hammarkabot, Chasar-Soesa,
6ベテ・レバオト、シャルヘン。十三の町と、その村々を持った。
6Bet-Lebaot en Sjaroechen; dertien steden met haar dorpen.
7アイン、リモン、エテル、アシャン。四つの町と、その村々。
7En-Rimmon, Tóken, Éter en Asjan; vier steden met haar dorpen.
8また、南のラマであるバアラト・ベエルに至るまで、これらの町の周囲にあるすべての村々。これがその氏族に従ったシメオンの子らの部族の相続地である。
8Ook alle dorpen rondom deze steden, tot Baälat-Beër, het Rama van de Négeb. Dit was het erfdeel van de families van de stam der Simeonieten.
9シメオンの子らの相続地は、ユダの子らの分け前から取られた。ユダの子らの分け前は彼らにとって多すぎたからである。それゆえ、シメオンの子らはユダの相続地の中に相続地を持った。
9Het aandeel der Simeonieten werd van het stuk der Judeërs genomen; want het stuk der Judeërs was voor hen te groot; daarom kregen de Simeonieten een erfdeel in het hunne.
10第三のくじはゼブルンの子らのために、その氏族に従って引かれた。彼らの相続地の境界はサリドに至る。
10Het derde lot viel voor de families der Zabulonieten. De grens van hun erfdeel reikte tot Sarid.
11彼らの境界は西へ、すなわちマララへ上り、ダベシェトに達する。さらにヨクネアムの前にある川に達する。
11Ze liep in westelijke richting op naar Marala, raakte Dabbésjet en vervolgens de rivier tegenover Jokneam.
12サリドから東のほう、東へ曲がり、キスロト・タボルの境界に向かう。そしてダベラトへ出て、ヤフィアへ上る。
12Van Sarid liep ze oostwaarts terug naar het gebied van Kislot-Tabor, kwam uit bij Daberat, en ging verder opwaarts naar Jafia.
13そこから東のほうへ進んでガテ・ヘフェル、エト・カツィンに至り、ネアへと延びるリモンへ出る。
13Vandaar liep ze oostwaarts over Gat-Chéfer naar Et-Kasin, en kwam uit bij Rimmon. Dan boog ze om naar Nea,
14境界は北のほうハナトンへ回り込み、イフタ・エルの谷で終わる。
14liep langs het noorden daaromheen naar Channaton, om te eindigen in het dal van Jiftach-El.
15また、カタト、ナハラル、シムロン、イダラ、ベツレヘム。十二の町と、その村々。
15Kattat, Nahalal, Sjimron, Jidala en Betlehem; twaalf steden met haar dorpen.
16これがその氏族に従ったゼブルンの子らの相続地であり、これらの町とその村々である。
16Deze steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families der Zabulonieten.
17第四のくじはイッサカル、すなわちイッサカルの子らのために、その氏族に従って引かれた。
17Het vierde lot viel voor Issakar, voor de families der Issakarieten.
18彼らの境界はイズレエル、ケスロト、シュネム、
18Hun gebied omvatte: Jizreël, Kesoellot, Sjoenem,
19ハファライム、シオン、アナハラト、
19Chafaráim, Sjion, Anacharat,
20ラビト、キシュヨン、エベツ、
20Rabbit, Kisjjon, Ébes,
21レメト、エン・ガニム、エン・ハダ、ベテ・パツェツに至る。
21Rémet, En-Gannim, En-Chadda en Bet-Passes.
22境界はタボル、シャハツマ、ベテ・シェメシュに達する。彼らの境界はヨルダン川で終わる。十六の町と、その村々。
22De grens raakte Tabor, Sjachasima en Bet-Sjémesj, en eindigde bij de Jordaan; zestien steden met haar dorpen.
23これがその氏族に従ったイッサカルの子らの部族の相続地であり、町々とその村々である。
23Die steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families van de stam der Issakarieten.
24第五のくじはアシェルの子らの部族のために、その氏族に従って引かれた。
24Het vijfde lot viel voor de families van de stam der Aserieten.
25彼らの境界はヘルカト、ハリ、ベテン、アクシャフ、
25Hun grens liep over Chelkat, Chali, Béten, Aksjaf,
26アラメレク、アマド、ミシャルであった。それは西のほうではカルメルに達し、シホル・リブナトに達する。
26Alammélek, Amad, Misjal, en raakte in het westen de Karmel en de stroom Libnat.
27境界は東へ曲がってベテ・ダゴンに向かい、ゼブルンと、北のほうのイフタ・エルの谷に達し、ベテ・エメクとネイエルに至る。そして左手のほうのカブルへ出る。
27Dan liep ze terug in oostelijke richting naar Bet-Dagon, raakte Zabulon en het dal van Jiftach-El in het noorden, ging verder naar Bet-Haémek en Neïél, en kwam ten noorden van Kaboel uit.
28さらにエブロン、レホブ、ハモン、カナを経て、大シドンに至る。
28Vervolgens liep ze naar Ebron, Rechob, Chammon en Kana, tot Groot-Sidon.
29境界はラマへ曲がり、要塞の町ツロに向かう。さらに境界はホサへ曲がり、アクジブの地方を通って海で終わる。
29Daarna liep de grens terug tot Rama en tot de versterkte stad Tyrus, en verder naar Chosa, om te eindigen aan de zee, aan de kust bij Akziba.
30またウンマ、アフェク、レホブ。二十二の町と、その村々。
30Ook Oemma, Afek en Rechob behoorden er toe; twee en twintig steden met haar dorpen.
31これがその氏族に従ったアシェルの子らの部族の相続地であり、これらの町とその村々である。
31Deze steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families van de stam der Aserieten.
32第六のくじはナフタリの子らのために、その氏族に従って引かれた。
32Het zesde lot viel voor de Neftalieten, voor de families der Neftalieten.
33彼らの境界はヘレフ、ツァアナニムの樫の木、アダミ・ネケブ、ヤブネエルから始まり、ラクムに至る。そしてヨルダン川で終わる。
33Hun grens liep van Chélef, van de eik van Saänannim, en over Adami-Hannékeb en Jabneël tot Lakkoem, en eindigde bij de Jordaan.
34境界は西へ曲がってアズノト・タボルに向かい、そこからフコクへ出る。南はゼブルンに達し、西はアシェルに達し、東側のヨルダン川ではユダに達する。
34Dan liep ze in westelijke richting terug naar Aznot-Yabor, en kwam vandaar bij Choekkok uit. Ze raakte aan Zabulon in het zuiden, aan Aser in het westen, en aan de Jordaan in het oosten.
35その要塞の町々は、ツィディム、ツェル、ハマト、ラカト、キネレト、
35Versterkte steden waren: Hassiddim, Ser, Chammat, Rakkat, Gennezaret,
36アダマ、ラマ、ハツォル、
36Adama, Rama, Chasor,
37ケデシュ、エドレイ、エン・ハツォル、
37Kédesj, Edréi, En-Chasor,
38イロン、ミグダル・エル、ホレム、ベテ・アナト、ベテ・シェメシュ。十九の町と、その村々。
38Jiron, Migdal-El, Chorem, Bet-Anat en Bet-Sjémesj; negentien steden met haar dorpen.
39これがその氏族に従ったナフタリの子らの部族の相続地であり、町々とその村々である。
39Deze steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families van de stam der Neftalieten.
40第七のくじはダンの子らの部族のために、その氏族に従って引かれた。
40Het zevende lot viel voor de families van de stam der Danieten.
41彼らの相続地の境界はツォルア、エシュタオル、イル・シェメシュ、
41De grens van hun erfdeel liep over Sora, Esjtaol, Ir-Sjémesj,
42シャアラビン、アヤロン、イトラ、
42Sjaälabbin, Ajjalon, Jitla,
43エロン、ティムナ、エクロン、
43Elon, Timnata, Ekron,
44エルテケ、ギベトン、バアラト、
44Elteke, Gibton, Baälat, Jehoed,
45エフド、ベネ・ベラク、ガテ・リモン、
45Bene-Berak, Gat-Rimmon,
46メ・ヤルコン、ラコンであり、ヨッパの向かいの境界も含んでいた。
46Me-Hajjarkon en Harakkon, met inbegrip van het gebied tegenover Joppe.
47ダンの子らの境界は彼らのところからさらに延びた。ダンの子らは上って行ってレシェムと戦い、それを占領し、剣の刃で打ち、それを所有してそこに住んだからである。彼らはレシェムを、自分たちの父祖ダンの名にちなんでダンと呼んだ。
47Maar toen het gebied der Danieten te eng voor hen werd, trokken ze op, vielen Lésjem aan, namen het in, en joegen het over de kling. Ze namen het in bezit, gingen er wonen, en gaven aan Lésjem de naam Dan, zoals hun vader heette.
48これがその氏族に従ったダンの子らの部族の相続地であり、これらの町とその村々である。
48Deze steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families van de stam der Danieten.
49こうして彼らは、境界に従って地を相続地として分け終えた。イスラエルの人々は、自分たちの中にヌンの子ヨシュアの相続地を与えた。
49Toen de Israëlieten de verschillende gebieden van het land als erfdeel hadden verdeeld, bepaalden zij in hun midden een erfdeel voor Josuë, den zoon van Noen.
50主の命令に従って、彼らは彼が求めた町、すなわちエフライムの山地にあるティムナト・セラを彼に与えた。彼はその町を建て、そこに住んだ。
50Op Jahweh’s bevel gaven ze hem de stad, waarom hij verzocht had, Timnat-Sérach in het bergland van Efraïm. Hij versterkte die stad, en vestigde er zich.
51これらは、祭司エルアザル、ヌンの子ヨシュア、イスラエルの人々の部族の父祖の家のかしらたちが、シロの会見の天幕の入口で、主の御前にくじを引いて分けた相続地である。こうして地の分配を終えた。
51Dit zijn dan de erfdelen, die de priester Elazar en Josuë, de zoon van Noen, met de familiehoofden aan de stammen der Israëlieten door het lot hebben toegewezen te Sjilo voor het aanschijn van Jahweh, aan de ingang van de openbaringstent. En zo kwamen ze gereed met de verdeling van het land.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.