Ijob
Chapter 10
Londona Biblio (Esperant…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Tedis al mia animo mia vivo; Mi fordonos min al mia plendado; Mi parolos en la malĝojeco de mia animo.
1Ik walg nu toch van het leven, En laat dus de vrije loop aan mijn klagen; Ik spreek in de bitterheid van mijn ziel,
2Mi diros al Dio: Ne kondamnu min, Sciigu al mi, pro kio Vi malpacas kontraŭ mi.
2En zeg tot God: Behandel mij niet als een schuldige; Laat mij weten, waarom Gij tegen mij strijdt!
3Ĉu Vi trovas tion bona, ke Vi turmentas, Ke Vi forpuŝas la laboritaĵon de Viaj manoj, Sendas brilon sur la entreprenon de malpiuloj?
3Brengt het U voordeel, dat Gij verdrukt, Dat Gij het werk uwer handen verwerpt, Maar de plannen der bozen begunstigt?
4Ĉu Vi havas okulojn karnajn, Kaj ĉu Vi rigardas, kiel homo rigardas?
4Hebt Gij ogen van vlees, Ziet Gij, zoals mensen dat doen;
5Ĉu Viaj tagoj estas kiel la tagoj de homo, Aŭ ĉu Viaj jaroj estas kiel la vivtempo de homo,
5Zijn uw dagen als die van een sterveling, Uw jaren als de levensduur van een mens:
6Ke Vi serĉas mian kulpon Kaj penas trovi mian pekon,
6Dat Gij op zoek zijt naar mijn schuld, En naar mijn zonden blijft vorsen,
7Kvankam Vi scias, ke mi ne estas malbonagulo, Sed el Via mano neniu povas savi?
7Ofschoon Gij weet, dat ik niet schuldig ben, En niemand mij uit uw hand kan redden?
8Viaj manoj min formis kaj faris min tutan ĉirkaŭe, Kaj tamen Vi min pereigas!
8Uw eigen handen hebben mij gevormd en gewrocht, En nu zoudt Gij me weer gaan vernielen?
9Rememoru, ke kiel argilon Vi min prilaboris; Kaj Vi returne faros min polvo.
9Bedenk toch, dat Gij mij als leem hebt gekneed: En Gij voert mij terug naar het stof?
10Vi elverŝis ja min kiel lakton, Kaj kiel fromaĝon Vi min kundensigis.
10Hebt Gij me niet als melk laten vloeien, En als kaas laten stremmen;
11Per haŭto kaj karno Vi min vestis, Per ostoj kaj tendenoj Vi min plektis.
11Mij niet bekleed met huid en met vlees, Met beenderen en spieren samengeweven?
12Vivon kaj bonon Vi donis al mi, Kaj Via prizorgado gardis mian spiriton.
12In uw goedheid hebt Gij mij het leven geschonken Uw zorg heeft mijn adem bewaakt,
13Sed ĉi tion Vi kaŝis en Via koro; Mi scias, ke Vi tion intencis:
13Maar dit was uw heimelijke toeleg daarbij, Ik weet, dat Gij dit hadt besloten:
14Se mi pekos, Vi tion rimarkos sur mi, Kaj mian pekon Vi ne lasos senpuna.
14Als ik zondigde, mij in het oog te houden, En mij mijn misdaad niet te vergeven;
15Se mi agis malbone, ve al mi! Se mi estas prava, mi ne povas tamen levi mian kapon, Estante tute humiligita Kaj vidante mian mizeron.
15Was ik schuldig: Wee mij! En was ik onschuldig, Toch zou ik mijn hoofd niet mogen verheffen, Zat van smaad en gedrenkt met ellende!
16Se ĝi leviĝas, Vi ĉasas min kiel leono, Kaj denove montras sur mi Vian mirindan potencon.
16Hief ik het op, Gij zoudt jacht op mij maken, als een luipaard, Mij telkens uw wondere macht laten voelen,
17Vi elmetas kontraŭ mi novajn atestojn, Plifortigas Vian koleron kontraŭ mi; Nova armeo min atakas.
17Uw vijandschap jegens mij weer vernieuwen; Gij zoudt uw toorn op mij nog verdubbelen, Gij riept troepen en legers tegen mij op!
18Por kio Vi elirigis min el la ventro? Ho, se mi estus pereinta, ke nenies okulo min vidu!
18Waarom hebt Gij mij dan uit de schoot laten komen, Gaf ik de geest niet, eer een oog mij aanschouwde?
19Tiam mi estus kiel ne estinta; El la ventro mi estus transportita en la tombon.
19Dan was ik nu, als had ik nimmer bestaan, En was van de schoot naar het graf gedragen.
20Mia vivo estas ja mallonga; Ĉesu do, lasu min libera, por ke mi iom revigliĝu,
20Ach, mijn levensdagen zijn maar gering, Laat mij met rust, dat ik een weinig vreugde beleef,
21Antaŭ ol mi foriros senrevene En la landon de mallumo kaj de morta ombro,
21Eer ik heenga, vanwaar ik niet terugkom, Naar het land van duisternis en schaduw des doods;
22En la landon, kie la lumo estas kiel mallumo, Kie estas morta ombro kaj senordeco, Kie estas lume kiel en mallumego.
22Naar het sombere land, waar wanorde heerst, De dag als een stikdonkere nacht!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.