Пісень 2
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Я нарциз, Соронська квітка, я лилїя долиняна!
1Maar ik ben een crocus van Sjaron, Een lelie der dalen!
2Що лилїя між тернами — те мила моя між дївами.
2Als een lelie tussen de doornen, Is mijn liefste onder de meisjes.
3Яблоня між деревами лїсними — се мій милий між молодиками. В холодку під нею любо седїти менї, овощі її солодкі піднебінню мойму.
3Als een appelboom tussen de bomen in het woud, Is mijn beminde onder de jongemannen; Ik smacht er naar, in zijn schaduw te zitten, Zijn vrucht is zoet voor mijn mond.
4Він увів мене в дім веселої гостини, а стяг його надо мною — любов.
4Brengt mij naar het huis van de wijn, Ontplooit over mij de standaard der liefde;
5Покріпіть мене вином, осьвіжіть мене яблоками: від любови знемогаю.
5Verkwikt mij met druivenkoeken, Versterkt mij met appels. Want ik ben krank, Ben krank van liefde!
6Лїва рука його під головою в мене, правою мене він обнімає.
6Zijn linker moet rusten onder mijn hoofd, Zijn rechter houde mij omstrengeld!
7Заклинаю ж вас, дочки Ерусалимські, на серни й оленицї польні, не будїть, не розрухуйте милої моєї, аж доки їй вгодно!
7Ik bezweer u, Jerusalems dochters, Bij de gazellen en de hinden in het veld: Wekt en lokt de liefde niet, Voordat het haar lust! …
8Се голос любого мого! ось, він ійде, скаче через гори; перескакує узгірря!
8Maar hoor, mijn beminde! Zie, hij komt! Hij springt over de bergen, Hij huppelt over de heuvels.
9Бо ж мій милий — мов той сугак, мов той олень молоденький! Глянь, стоїть він за стїною в нас, у віконце зазирає, і кріз крати поглядає.
9Mijn beminde gelijkt een gazel, Of het jong van een hert. Zie, daar staat hij reeds Achter onze muur. Hij staart door het venster, En blikt door de tralies;
10Ось мій любий говорить до мене: Встань, моя ти мила, вийди, прекрасна моя!
10Mijn beminde heft aan, En spreekt tot mij! Sta op, mijn geliefde, Mijn schone, kom mede!
11Вже зима минула, дощі перестали;
11Want zie, de winter is voorbij, De regen is voorgoed verdwenen.
12Квітки вбірають землю; час пісень настиг; в лугах наших голос горлицї чути;
12De bloemen prijken op het land, Men hoort de duiven al kirren;
13Завязки фіґ показались на фіґовинї; виноград зацвив і дише любим своїм цьвітом. Уставай, моя ти люба, вийди, пишна вродо!
13De vijg kleurt reeds zijn jonge vrucht, De wingerds bloeien en geuren. Sta op, mijn geliefde, Mijn schone, kom mede;
14Голубко моя в росколинах скелї, схована в дупловинї! покажи менї лице твоє, дай голос твій почути; голос твій такий солодкий, образ твій такий принадний!
14Mijn duifje in de spleten der rotsen, In de holen der klippen! Laat mij zien uw gelaat, Laat mij horen uw stem; Want uw stem is zo zoet, Uw gelaat is zo lief.
15Ловіть нам лисицї, молодії лисинята, що псують наш виноградник, — виноградник у цьвіту наш!
15Vangt ons de jakhalzen De kleine vossen, Die de tuinen vernielen, Ofschoon onze wijngaard al bloeit.
16Мій любий менї належить, а я йому; він пасе серед лилїй.
16Want mijn beminde is mijn, en ik van hem: Hij is het, die in de leliën weidt,
17Покіль день холодом дише, тїнь не простяглася, ти знов вернися; будь скорий, як серна, як молодий олень на розпадених горах.
17Totdat de dag is afgekoeld En de schaduwen vlieden! Blijf hier, mijn beminde, En doe zoals de gazel Of het jong van het hert Op de balsembergen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.