Жидів 7
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Сей бо Мелхиседек, цар Салимський, священик Бога вишнього, що зустрів Авраама, як вертавсь він з побоїща царів, і благословив його;
1Deze Melkisedek immers was koning van Salem en priester van den allerhoogsten God; hij ging Abraham tegemoet, toen deze terugkeerde van zijn overwinning op de koningen, en hij zegende hem;
2котрому й десятину з усього віддїлив Авраам (перше ж оце перекладом зветь ся цар правди, а потім і цар Салимський, чи то цар впокою),
2en Abraham gaf hem de tiende van alles. Welnu, vooreerst betekent zijn naam: Koning der Gerechtigheid; vervolgens was hij koning van Salem, en dit betekent: Koning van de Vrede;
3без батька, без матери, без родоводу, нї почину днїв, нї конця життя не маючи, уподоблений же Сину Божому, пробуває священиком вічно.
3ook was hij zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtslijst, zonder begin van dagen en einde van leven; en zó is hij den Zoon van God volkomen gelijk geworden, blijft hij priester voor eeuwig.
4Дивіте ся ж, який великий той, кому і десятину дав Авраам патриярх із вибраного.
4Overweegt nu eens, hoe groot hij is, dat zelfs Abraham, de aartsvader, hem tiende gaf uit het beste van de buit.
5Тай ті із синів Левіїних, що приймають сьвященство, мають заповідь брати десятину з народу по закону, се єсть із браття свого, хоч і з чересел Авраамових вийшло воно.
5Zeker, ook de zonen van Levi, die het priesterschap ontvingen, kregen volgens de Wet bevel, om tiende te heffen van het volk, dat is van hun broeders, ofschoon ook zij uit Abrahams lende waren voortgesproten.
6Той же, хто не виводить роду свого від них, узяв десятину з Авраама, і маючого обітницю благословив.
6Maar ofschoon Melkisedek niet tot hun geslacht behoorde, heeft hij toch tiende van Abraham ontvangen, en hem gezegend, die de belofte bezat.
7Без усякого ж перечення менше від більшого благословляєть ся.
7Welnu, het lijdt geen tegenspraak, dat het mindere wordt gezegend door het meerdere;
8І тут беруть десятини люде, що мруть, а там — той, про кого сьвідчить ся, що він живе.
8en in het éne geval waren het sterflijke mensen, die tiende ontvingen, in het andere geval een, van wien getuigd wordt, dat hij leeft.
9І, щоб так сказати, через Авраама взята десятина і з Левія, що бере десятини.
9Bovendien heeft Levi, die zelf tiende hief, als ‘t ware in Abraham tiende betaald;
10Ще бо в череслах отецьких був, як зустрів його Мелхиседек.
10want hij was nog in de lende van zijn vader, toen Melkisedek dien tegemoet ging.
11Коли ж звершеннє було через Левійське сьвященство (бо під ним люде озаконені стались), то яка ж іще потреба иншому встати сьвященикові по чину Мелхиседековому, а не по чину Аароновому звати ся?
11Zo dus de volmaaktheid bereikt was door het levietische priesterschap—want daarop berustte de wetgeving voor het volk waarom zou het dan nog nodig geweest zijn, dat er een andere Priester werd aangesteld “naar de Orde van Melkisedek,” en dat Hij niet naar de orde van Aäron werd genoemd?
12Коли бо переміняєть ся сьвященство, мусить конче і переміна закону бути.
12Met de verandering toch van het priesterschap verandert ook noodzakelijk de wet.
13Про Кого бо се говорить ся, з иншого колїна був, з котрого нїхто не приступав до жертівнї.
13Welnu, Hij op wien dit alles slaat, behoorde tot een andere stam, waaruit niemand zich aan het altaar heeft gewijd;
14Явно бо, що з колїна Юдового вийшов Господь наш, а про се колїно Мойсей об сьвященстві нїчого не сказав.
14want het is bekend, dat onze Heer uit Juda gesproten is; en met betrekking tot deze stam heeft Moses niets van priesters gesproken.
15І більше ще явно, що по подобию Мелхиседековому встає инший сьвященик,
15En dit is nog veel duidelijker, nu als evenbeeld van Melkisedek een ander Priester is aangesteld,
16котрий не по закону заповідї тїлесної постав, а по силї життя незотлїнного.
16één, die het niet geworden is volgens de wet ener vleselijke instelling, maar uit kracht van een onvergankelijk leven;
17Сьвідкує бо: „Що Ти єси сьвященик по вік по чину Мелхиседековому.‟
17want er is betuigd: “Gij zijt Priester voor eeuwig naar de Orde van Melkisedek.”
18Стало ся ж знищеннє попередньої заповідї за її неміць і невжиточність.
18En zó werd de vroegere instelling opgeheven om haar zwakte en nutteloosheid,
19Нїчого бо не звершив закон, а приведене лучче впованнє, котрим наближуємось до Бога.
19want de Wet heeft niets tot volmaking gebracht, —en werd ze vervangen door een betere hoop, waardoor wij naderen tot God.
20І на скілько воно не без клятьби,
20Bovendien is dit ook niet zonder eed geschied. Want de anderen zijn priesters geworden zonder eed,
21(ті бо сьвященики без клятьби ставали, а Сей з клятьбою через Того, хто глаголав до Него: „Кляв ся Господь, і не розкаяв ся: Ти єси сьвященик по вік, по чину Мелхиседековому‟)
21maar Hij werd het door een eed van Hem, die tot Hem sprak: “De Heer heeft gezworen, En het zal Hem nimmer berouwen: Gij zijt Priester voor eeuwig!”
22на стілько луччого завіту став ся порукою Ісус.
22En ook in zover is Jesus de borg geworden van een veel beter Verbond.
23І більш їх було сьвящениками, бо смерть боронила їм пробувати;
23Daarenboven, die anderen zijn priesters geworden in grote getale, omdat ze door hun dood verhinderd werden aan te blijven.
24сей же, через те, що пробуває по вік, непереходяче має сьвященство.
24Maar Hij bezit een onvervreemdbaar Priesterschap, omdat Hij blijft voor eeuwig.
25Тим же і спасти може до кінця приходящих через Нього до Бога, будучи вічно жив, щоб посередникувати за них.
25Daarom kan Hij ook ten allen tijde hen redden, die tot God komen door zijn bemiddeling, daar Hij altijd leeft, om hun Middelaar te zijn.
26Такого бо нам подобало (мати) Архиєрея, преподобного, безвинного, непорочного, відлученого від грішників і вищого небес,
26Ons voegt ook een Hogepriester, die heilig is, onschuldig, onbezoedeld, verwijderd van de zondaars en verheven boven de hemelen;
27котрий не має по всї днї нужди, як архиєреї, перше за свої гріхи жертви приносити, а потім за людські: се бо зробив заразом, себе принїсши.
27Eén, die niet zoals de hogepriesters dagelijks nodig heeft, eerst voor eigen zonden te offeren, daarna voor die van het volk; want dit laatste heeft Hij eens en voor al gedaan door het Offer van Zichzelf.
28Закон бо людей поставляє архиєреями, маючих немочі, слово ж клятьби, що послї закону, Сина на віки звершеного.
28De Wet toch stelt tot hogepriesters mensen aan, met zwakheid behept; maar de eed-uitspraak, die na de Wet is gekomen, den Zoon, die volmaakt is voor eeuwig.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.