Atos
Chapter 15
Bíblia Portuguesa Mundia…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Alguns homens desceram da Judeia e ensinavam os irmãos: “A menos que vocês sejam circuncidados segundo o costume de Moisés, não podem ser salvos.”
1Intussen waren er enige lieden uit Judea gekomen, die aan de broeders de leer verkondigden: Zo gij u niet laat besnijden volgens mosaïsch gebruik, kunt gij niet worden gered.
2Portanto, quando Paulo e Barnabé tiveram forte divergência e discussão com eles, designaram Paulo, Barnabé e alguns outros deles para subirem a Jerusalém, aos apóstolos e presbíteros, a respeito desta questão.
2Toen Paulus en Bárnabas zich hiertegen verzetten, en er een heftig geschil ontstond, besloot men, dat Paulus en Bárnabas met enige anderen van hen naar Jerusalem zouden gaan, en zich voor deze strijdvraag tot de apostelen en priesters zouden wenden.
3Depois de serem enviados pela igreja, passaram tanto pela Fenícia quanto por Samaria, declarando a conversão dos gentios. Eles causaram grande alegria a todos os irmãos.
3Nadat dus de gemeente hun uitgeleide gedaan had, trokken ze Fenicië en Samaria door; ze verhaalden er de bekering der heidenen, en bereidden daardoor grote vreugde aan alle broeders.
4Quando chegaram a Jerusalém, foram recebidos pela igreja, pelos apóstolos e pelos presbíteros, e relataram tudo o que Deus havia feito com eles.
4Bij hun aankomst te Jerusalem, werden ze door de gemeente en door de apostelen en priesters ontvangen, en gaven ze verslag van de grote dingen, die God door hen had gewrocht.
5Mas alguns da seita dos fariseus que haviam crido se levantaram, dizendo: “É necessário circuncidá-los e ordenar-lhes que guardem a lei de Moisés.”
5Maar enigen van de sekte der farizeën, die gelovig waren geworden, kwamen er tegen op, en zeiden: Men moet ze besnijden, en ze gelasten, de Wet van Moses te onderhouden.
6Os apóstolos e os presbíteros se reuniram para examinar este assunto.
6De apostelen en de priesters kwamen derhalve bijeen, om deze zaak te onderzoeken.
7Depois de muita discussão, Pedro se levantou e lhes disse: “Irmãos, vocês sabem que há muito tempo Deus fez uma escolha entre vocês, para que, por meu intermédio, as nações ouvissem a palavra do Evangelho e cressem.
7Toen men het niet eens kon worden, stond Petrus op, en sprak tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God reeds lang geleden mij onder u heeft uitverkoren, opdat de heidenen door mijn mond het woord van het evangelie zouden horen en zouden geloven.
8Deus, que conhece o coração, testificou a favor deles, dando-lhes o Espírito Santo, assim como fez conosco.
8En God, die de harten doorgrondt, heeft voor hen getuigd, door hun den Heiligen Geest te schenken, juist als aan ons.
9Ele não fez distinção alguma entre nós e eles, purificando os seus corações pela fé.
9Ook heeft Hij op geen enkel punt onderscheid gemaakt tussen ons en hen, maar hun harten gereinigd door het geloof.
10Agora, portanto, por que vocês tentam a Deus, colocando um jugo sobre o pescoço dos discípulos que nem nossos pais nem nós fomos capazes de suportar?
10Welnu dan, zoudt gij God willen uitdagen, met een juk op de hals der leerlingen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij zelf hebben kunnen dragen?
11Mas cremos que somos salvos pela graça do Senhor Jesus, assim como eles.”
11Neen; we geloven, dat wij worden gered door de genade van den Heer Jesus Christus, juist zoals zij.
12Toda a multidão ficou em silêncio, e eles ouviam Barnabé e Paulo relatando quais sinais e maravilhas Deus havia feito entre as nações por meio deles.
12Nu zweeg de hele vergadering en luisterde naar Bárnabas en Paulus, die de grote tekenen en wonderen verhaalden, welke God onder de heidenen door hen had verricht.
13Depois que se calaram, Tiago respondeu: “Irmãos, ouçam-me.
13Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord, en sprak: Mannen broeders, luistert naar mij.
14Simeão relatou como Deus primeiro voltou sua atenção para as nações, a fim de tirar delas um povo para o seu nome.
14Simon heeft u uiteengezet, hoe God reeds vroeger genadig op de heidenen heeft neergezien, om zich uit hen een volk te kiezen, tot eer van zijn Naam.
15Isso concorda com as palavras dos profetas. Como está escrito:
15Welnu, hiermee stemmen de woorden der pro feten overeen, zoals er geschreven staat
16‘Depois destas coisas eu voltarei. Edificarei novamente o tabernáculo de Davi, que está caído. Edificarei novamente as suas ruínas. Eu o levantarei,
16“Daarna zal Ik wederkeren En de vervallen hut van David oprichten, Haar puinen herstellen, En haar weer overeind doen staan;
17para que o restante dos homens busque ao Senhor: todos os gentios que são chamados pelo meu nome, diz o Senhor, que faz todas estas coisas.’
17Opdat de rest der mensen den Heer zou zoeken, Met alle volken, waarover mijn Naam is uitgeroepen! Zo spreekt de Heer, die deze dingen doet,
18“Todas as obras de Deus são conhecidas por ele desde a eternidade.
18Die van eeuwigheid zijn bekend.”
19Portanto, o meu parecer é que não perturbemos aqueles dentre os gentios que se convertem a Deus,
19Daarom ben ik van oordeel, dat men het aan de heidenen, die zich tot God bekeren, niet moeilijk moet maken.
20mas que escrevamos a eles para que se abstenham das contaminações dos ídolos, da imoralidade sexual, do que é sufocado e do sangue.
20Maar wel moet men hun voorschrijven, dat ze zich onthouden van wat door de afgoden besmet is, ook van ontucht van verstikt vlees en van bloed
21Pois Moisés, desde as gerações antigas, tem em cada cidade quem o pregue, sendo lido nas sinagogas todos os sábados.”
21Want Moses heeft reeds lange tijd in iedere stad mensen, die hem prediken daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.
22Então pareceu bem aos apóstolos e aos presbíteros, com toda a igreja, escolher homens dentre eles e enviá-los a Antioquia com Paulo e Barnabé: Judas, chamado Barsabás, e Silas, homens proeminentes entre os irmãos.
22Toen besloten de apostelen, de priesters en de hele vergadering, enige mannen uit hun midden te kiezen, en ze met Paulus en Bárnabas naar Antiochië8 te zenden: het waren: Judas bijgenaamd Barsabbas, en Silas: mannen van aanzien onder de broeders.
23Por meio deles, enviaram esta carta: “Os apóstolos, os presbíteros e os irmãos, aos irmãos dentre os gentios em Antioquia, na Síria e na Cilícia: saudações.
23Het volgend schrijven werd hun ter hand gesteld: De apostelen en de priesters, als broeders aan de broeders uit de heidenen te Antiochië en in Syrië en Cilicië: heil!
24Visto que ouvimos que alguns que saíram de nós os perturbaram com palavras, abalando vocês, dizendo: ‘Vocês devem ser circuncidados e guardar a lei’, aos quais não demos nenhum mandamento;
24Daar wij vernomen hebben, dat sommigen onzer, zonder enige opdracht van ons, u door hun woorden hebben verontrust, en uw gemoederen hebben geschokt,
25pareceu-nos bem, depois de chegarmos a um acordo, escolher homens e enviá-los a vocês com os nossos amados Barnabé e Paulo,
25hebben wij eenparig goedgevonden, enige mannen uit te kiezen en tot u te zenden, tezamen met onze zeer geliefde Bárnabas en Paulus:
26homens que arriscaram suas vidas pelo nome de nosso Senhor Jesus Cristo.
26mensen, die hun leven veil hebben voor de naam van onzen Heer Jesus Christus.
27Portanto, enviamos Judas e Silas, que lhes confirmarão pessoalmente as mesmas coisas.
27Wij zenden u dus Judas en Silas, die u hetzelfde ook mondeling zullen meedelen.
28Pois pareceu bem ao Espírito Santo e a nós não impor a vocês nenhum fardo maior do que estas coisas necessárias:
28Want het heeft den Heiligen Geest en ons goedgedacht. u geen zwaardere last op te leggen, dan deze noodzakelijke voorschriften:
29que se abstenham das coisas sacrificadas aos ídolos, do sangue, das coisas sufocadas e da imoralidade sexual; das quais, se vocês se guardarem, farão bem. Passem bem.”
29dat gij u onthoudt van offervlees, van bloed en verstikt vlees, en van ontucht. Zo gij u daarvoor in acht neemt, handelt gij goed. Vaarwel.
30Então, quando foram despedidos, desceram para Antioquia. Reuniram a comunidade e entregaram a carta.
30Ze namen dus afscheid, en vertrokken naar Antiochië, waar ze de gemeente bijeenriepen, en de brief overhandigden.
31Quando a leram, alegraram-se com o encorajamento.
31Ze lazen hem, en verheugden zich over de bemoedigende inhoud.
32Judas e Silas, que também eram profetas, encorajaram os irmãos com muitas palavras e os fortaleceram.
32Judas en Silas, die profeten waren, vermaanden ook zelf de broeders, en bemoedigden ze door een lange toespraak.
33Depois de passarem algum tempo lá, foram despedidos em paz pelos irmãos para os apóstolos.
33Na enige tijd lieten de broeders hen in vrede naar hun lastgevers terugkeren.
no verse 34 in this text
34Maar Silas vond het beter, daar te blijven; Judas ging dus alleen naar Jerusalem terug.
35Mas Paulo e Barnabé permaneceram em Antioquia, ensinando e pregando a palavra do Senhor, com muitos outros também.
35Ook Paulus en Bárnabas bleven te Antiochië; ze gaven daar onderricht, en preekten met nog veel anderen het woord des Heren.
36Após alguns dias, Paulo disse a Barnabé: “Voltemos agora e visitemos nossos irmãos em todas as cidades nas quais proclamamos a palavra do Senhor, para ver como eles estão.”
36Maar kort daarop zei Paulus tot Bárnabas: Laten we opnieuw de broeders gaan bezoeken in al de steden, waar we het woord des Heren hebben verkondigd, en zien. hoe het hun gaat.
37Barnabé queria levar também João, que era chamado Marcos.
37Nu wilde Bárnabas ook Johannes meenemen. die ook Markus wordt genoemd;
38Mas Paulo não considerava apropriado levar alguém que havia se afastado deles na Panfília, e não tinha ido com eles para fazer a obra.
38maar Paulus achtte het niet raadzaam, iemand mee te nemen, die te Pamfúlië hen had verlaten, en hen niet bij het werk vergezeld had.
39Então a contenda tornou-se tão acalorada que eles se separaram um do outro. Barnabé levou Marcos consigo e navegou para Chipre,
39Hierover ontstond onenigheid, zodat ze van elkander gingen. Bárnabas nam Markus mee, en ging scheep naar Cyprus.
40mas Paulo escolheu Silas e partiu, depois de ser confiado pelos irmãos à graça de Deus.
40Paulus koos Silas, en vertrok, nadat hij door de broeders aan Gods genade was aanbevolen.
41Ele passou pela Síria e pela Cilícia, fortalecendo as igrejas.
41Hij reisde Syrië en Cilicië door, en bevestigde de gemeenten.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.