Atos
Chapter 19
Bíblia Portuguesa Mundia…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Enquanto Apolo estava em Corinto, Paulo, depois de passar pelas regiões do interior, chegou a Éfeso e encontrou certos discípulos.
1Terwijl Apollo reeds te Korinte vertoefde, trok Paulus de hogerop gelegen streken door, en kwam te Éfese aan. Daar trof hij enige leerlingen aan,
2Ele lhes disse: “Vocês receberam o Espírito Santo quando creram?” Eles lhe disseram: “Não, nós nem sequer ouvimos que existe um Espírito Santo.”
2tot wie hij zeide: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, toen gij gelovig werdt? Maar ze antwoordden hem: Neen: we hebben zelfs niet eens gehoord, dat er een Heilige Geest bestaat.
3Ele disse: “Em que, então, vocês foram batizados?” Eles disseram: “No batismo de João.”
3Hij zeide: Met welk doopsel zijt gij dan gedoopt? Ze antwoordden: Met het doopsel van Johannes
4Paulo disse: “João, de fato, batizou com o batismo de arrependimento, dizendo ao povo que eles deviam crer naquele que viria depois dele, isto é, em Cristo Jesus.”
4Nu sprak Paulus: Johannes heeft inderdaad met een doopsel van bekering gedoopt, maar hij sprak daarbij tot het volk, dat ze moesten geloven in Hem, die na hem zou komen; dat is in Jesus.
5Quando ouviram isso, foram batizados no nome do Senhor Jesus.
5Toen ze dit hadden gehoord, lieten ze zich dopen in de naam van den Heer Jesus.
6Quando Paulo lhes impôs as mãos, o Espírito Santo veio sobre eles, e falaram em outras línguas e profetizaram.
6Paulus legde hun de handen op, en de Heilige Geest kwam over hen neer; en ze spraken in talen en profeteerden
7Eram ao todo cerca de doze homens.
7In het geheel waren het twaalf man ongeveer.
8Ele entrou na sinagoga e falou ousadamente por um período de três meses, argumentando e procurando persuadi-los a respeito do Reino de Deus.
8Drie maanden lang ging hij naar de synagoge, en trad er met vrijmoedigheid op; hij disputeerde er over het koninkrijk Gods, en bracht overtuigende bewijzen naar voren.
9Mas quando alguns se endureceram e foram desobedientes, falando mal do Caminho diante do povo, ele se retirou deles e separou os discípulos, argumentando diariamente na escola de Tirano.
9Maar toen sommigen zich verhardden en niet wilden geloven, en daarenboven voor de menigte de Weg begonnen te lasteren, scheidde hij zich van hen af, en verzamelde zijn leerlingen afzonderlijk in de school van Tyrannus, waar hij dagelijks onderricht gaf.
10Isso continuou por dois anos, de modo que todos os que habitavam na Ásia ouviram a palavra do Senhor Jesus, tanto judeus como gregos.
10Dit duurde zo twee jaren lang, zodat alle bewoners van Azië, Joden als heidenen, het woord des Heren vernamen.
11Deus realizava milagres extraordinários por meio de Paulo,
11En God deed buitengewone wonderen door de handen van Paulus;
12de modo que até lenços ou aventais eram levados do seu corpo aos enfermos, e as doenças os deixavam, e os espíritos malignos saíam.
12zodat zelfs als men de doeken en gordels, die zijn lichaam hadden aangeraakt, op de zieken legde, de kwalen hen verlieten, en de boze geesten op de vlucht gingen.
13Mas alguns dos judeus itinerantes, exorcistas, tentaram invocar o nome do Senhor Jesus sobre os que tinham espíritos malignos, dizendo: “Nós ordenamos a vocês, em nome de Jesus, a quem Paulo prega.”
13Ook enige rondtrekkende joodse duivelbezweerders beproefden eens de naam van den Heer Jesus aan te roepen over hen, die door boze geesten waren bezeten. Ze zeiden: Ik bezweer u bij Jesus, dien Paulus preekt.
14Havia sete filhos de um certo Ceva, um principal sacerdote judeu, que faziam isso.
14Het waren de zeven zonen van een joodsen opperpriester Skevas die dit deden.
15O espírito maligno respondeu: “A Jesus eu conheço, e a Paulo eu conheço, mas quem são vocês?”
15Maar de boze geest antwoordde hun: Jesus ken ik, en Paulus ken ik ook; maar wie zijt gij?
16O homem em quem estava o espírito maligno saltou sobre eles, dominou-os e prevaleceu contra eles, de modo que fugiram daquela casa nus e feridos.
16En de man met den bozen geest sprong op hen los, overmeesterde en mishandelde hen, zodat ze naakt en gewond het huis uit vluchtten.
17Isso se tornou conhecido de todos, tanto judeus como gregos, que habitavam em Éfeso. Todos ficaram cheios de temor, e o nome do Senhor Jesus era engrandecido.
17Dit werd bekend aan alle Joden en heidenen, die in Éfese woonden; allen werden van vrees vervuld, en de naam van den Heer Jesus werd verheerlijkt.
18Muitos também dos que tinham crido vinham, confessando e declarando as suas práticas.
18Velen van hen, die geloofden, kwamen openlijk belijden, wat ze misdaan hadden.
19Muitos dos que praticavam artes mágicas reuniram os seus livros e os queimaram à vista de todos. Eles calcularam o seu preço, e verificaram que chegava a cinquenta mil moedas de prata.
19Anderen, die met toverkunsten hadden omgegaan, brachten de boeken, en verbrandden ze voor aller ogen; de waarde ervan werd op een bedrag van vijftig duizend zilverstukken geschat.
20Assim a palavra do Senhor crescia e se tornava poderosa.
20Zo groeide het Woord door ‘s Heren kracht, en werd het machtig.
21Ora, depois que essas coisas terminaram, Paulo decidiu, no Espírito, passar pela Macedônia e pela Acaia e depois ir a Jerusalém, dizendo: “Depois de ter estado lá, devo ver também Roma.”
21Toen deze zaak was geregeld, maakte Paulus het plan, om over Macedónië en Achaja naar Jerusalem te gaan; en hij voegde er aan toe: Als ik daar ben geweest, moet ik ook Rome bezoeken.
22Tendo enviado à Macedônia dois dos que o serviam, Timóteo e Erasto, ele mesmo ficou na Ásia por um tempo.
22Hij zond twee van zijn helpers, Timóteus en Erastus, naar Macedónië vooruit, terwijl hij zelf nog enige tijd in Azië bleef.
23Por aquele tempo, surgiu grande tumulto por causa do Caminho.
23Maar juist in deze tijd brak er een geweldige op. schudding los aangaande de Weg
24Pois um certo homem chamado Demétrio, um ourives que fazia santuários de prata de Ártemis, proporcionava muito trabalho aos artífices,
24Er was namelijk een zekere zilversmid, Demétrius genaamd, die zilveren tempeltjes van Diana vervaardigde, en de kunstenaars daarmee veel geld liet verdienen.
25Ele reuniu esses artífices e outros trabalhadores do mesmo ofício, e disse: “Senhores, vocês sabem que deste negócio temos a nossa riqueza.
25Deze mannen en ook de werklieden in dat bedrijf riep hij bijeen, en zeide: Mannen! Gij weet, dat we aan dit bedrijf onze welstand hebben te danken.
26Vocês veem e ouvem que não somente em Éfeso, mas em quase toda a Ásia, este Paulo tem persuadido e desviado muita gente, dizendo que aquilo que é feito por mãos humanas não é deus.
26Nu ziet gij en hoort gij, hoe deze Paulus niet slechts te Éfese, maar in bijna gans Azië heel wat mensen door zijn redeneren er afkerig van maakt. Want hij beweert: Wat met de hand wordt gemaakt, zijn geen goden.
27Não somente há o perigo de que este nosso ofício caia em descrédito, mas também de que o templo da grande deusa Ártemis seja considerado como nada e a sua majestade seja destruída, a qual toda a Ásia e o mundo adoram.”
27We lopen dus gevaar, dat niet alleen ons bedrijf in miscrediet komt, maar dat ook de tempel van Diana, de grote godin, in minachting geraakt; ja, dat zij zelf, die door heel Azië en heel de wereld vereerd wordt, van haar majesteit zal worden beroofd.
28Quando ouviram isso, encheram-se de ira e clamaram, dizendo: “Grande é a Ártemis dos efésios!”
28Toen ze dit hoorden, werden ze woedend, en schreeuwden het uit: Groot is de Diana der Efesiërs.
29A cidade toda se encheu de confusão, e eles correram todos juntos para o teatro, arrastando consigo Gaio e Aristarco, homens da Macedônia, companheiros de viagem de Paulo.
29En de hele stad kwam in rep en roer. Als één man stormde alles naar het theater en men sleepte ook de Macedoniërs Cajus en Aristarchus, de reisgenoten van Paulus, daar heen.
30Quando Paulo quis entrar para o meio do povo, os discípulos não o permitiram.
30Paulus wilde zich onder het volk begeven, maar de leerlingen hielden hem tegen;
31Alguns também dos asiarcas, sendo seus amigos, mandaram avisá-lo e rogaram-lhe que não se aventurasse no teatro.
31ook enigen der Asiarchen die hem genegen waren, lieten hem dringend verzoeken, zich niet in het theater te wagen.
32Uns, portanto, gritavam uma coisa, e outros, outra, pois a assembleia estava em confusão. A maioria deles não sabia por que se haviam reunido.
32De vergadering zelf was in de grootste verwarring; de een riep dit, de ander dat; de meesten wisten niet eens, waarom ze saamgekomen waren.
33Eles tiraram Alexandre do meio da multidão, os judeus o empurrando para a frente. Alexandre fez sinal com a mão e queria apresentar sua defesa ao povo.
33Nu drongen de Joden een zekeren Alexander uit de menigte naar voren, om uitleg te geven. Alexander wenkte met de hand om stilte, en wilde een pleidooi tot het volk beginnen.
34Mas quando perceberam que ele era judeu, todos a uma só voz, durante cerca de duas horas, clamaram: “Grande é a Ártemis dos efésios!”
34Maar zodra ze bespeurden, dat hij een jood was, begonnen ze allemaal te loeien, en schreeuwden bijna twee uren lang: Groot is de Diana der Efesiërs.
35Quando o escrivão da cidade apaziguou a multidão, ele disse: “Homens de Éfeso, quem não sabe que a cidade dos efésios é a guardiã do templo da grande deusa Ártemis, e da imagem que caiu de Zeus?
35De stadssecretaris bracht eindelijk de menigte tot bedaren, en sprak: Efesiërs, wie ter wereld zou niet weten, dat de stad der Efesiërs de grote Diana vereert en haar beeld, dat uit de hemel is gevallen?
36Visto, pois, que estas coisas não podem ser negadas, vocês devem ficar calmos e não fazer nada precipitado.
36Daar dit dus vaststaat, moet gij u rustig houden, en niet onberaden te werk gaan.
37Pois vocês trouxeram estes homens aqui, os quais não são roubadores de templos nem blasfemadores da sua deusa.
37Want gij hebt deze mannen hier gebracht, die geen heiligschenners zijn, en geen lasteraars van uw godin.
38Se, portanto, Demétrio e os artífices que estão com ele têm uma queixa contra alguém, os tribunais estão abertos e há procônsules. Que eles apresentem acusações uns contra os outros.
38Wanneer Demétrius en zijn vakgenoten klachten tegen iemand hebben, welnu er worden rechtszittingen gehouden en er zijn proconsuls; laat ze elkaar voor het gerecht dagen.
39Mas se vocês buscam algo sobre outros assuntos, isso será resolvido na assembleia regular.
39En zo gij nog iets anders verlangt, dan zal het in een wettige vergadering worden behandeld.
40Pois, de fato, corremos o perigo de sermos acusados a respeito do tumulto de hoje, sem que haja motivo algum para isso. Não seríamos capazes de justificar esta confusão.”
40Zo lopen we gevaar, van oproer te worden aangeklaagd om wat vandaag is gebeurd; want er bestaat geen enkele reden, waarmee we deze oploop verantwoorden kunnen.
41Depois de dizer isso, ele encerrou a assembleia.
41Met die woorden ontbond hij de vergadering.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.