Atos 23
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Paulo olhou firmemente para o Sinédrio, disse: “Irmãos, tenho vivido diante de Deus com toda a boa consciência até o dia de hoje.”
1Paulus vestigde zijn blikken op de Raad, en sprak: Mannen broeders, met een volkomen zuiver geweten heb ik voor God gewandeld tot op de dag van vandaag.
2O sumo sacerdote, Ananias, ordenou aos que estavam perto dele que lhe batessem na boca.
2Maar de hogepriester Ananias gebood aan de omstanders, hem op de mond te slaan.
3Então Paulo lhe disse: “Deus te ferirá, parede branqueada! Você está aí sentado para me julgar segundo a lei, e contra a lei manda que me batam?”
3Toen zei Paulus tot hem: God zal u slaan witgepleisterde muur. Ge zit hier, om mij te richten volgens de Wet, en tegen de Wet in geeft ge bevel, mij te slaan.
4Os que estavam perto disseram: “Você está insultando o sumo sacerdote de Deus?”
4Maar de omstanders zeiden: Den hogepriester scheldt ge uit?
5Paulo disse: “Eu não sabia, irmãos, que ele era o sumo sacerdote. Pois está escrito: ‘Não falarás mal de um governante do teu povo.’”
5Paulus zeide: Ik wist niet broeders, dat hij de hogepriester was; want er staat geschreven “Een overste van uw volk zult gij niet verwensen”.
6Mas quando Paulo percebeu que uma parte era de saduceus e a outra de fariseus, ele clamou no sinédrio: “Homens e irmãos, eu sou fariseu, filho de fariseus. É por causa da esperança e da ressurreição dos mortos que estou sendo julgado!”
6Daar Paulus wist, dat de Hoge Raad voor een deel uit sadduceën en voor een ander deel uit farizeën bestond, riep hij uit: Mannen broeders, ik ben een farizeër en een zoon van farizeën; om de hoop op de verrijzenis der doden sta ik terecht.
7Quando ele disse isso, surgiu uma discussão entre os fariseus e saduceus, e a multidão se dividiu.
7Toen hij dit had gezegd, ontstond er twist tussen farizeën en sadduceën, en de vergadering raakte verdeeld.
8Pois os saduceus dizem que não há ressurreição, nem anjo, nem espírito; mas os fariseus confessam todas essas coisas.
8Want de sadduceën zeggen, dat er geen verrijzenis bestaat ook geen engelen of geesten; maar de farizeën nemen die beide punten aan.
9Surgiu um grande clamor, e alguns dos escribas do partido dos fariseus se levantaram e começaram a discutir, dizendo: “Não achamos nenhum mal neste homem. E se um espírito ou anjo falou com ele? Não lutemos contra Deus!”
9Er ontstond een geweldig rumoer. En sommige schriftgeleerden van de partij der farizeën stonden op, en riepen op heftige toon: We vinden niets kwaad in die man; misschien heeft er wel een geest of een engel tot hem gesproken.
10Quando surgiu uma grande discussão, o comandante, temendo que Paulo fosse despedaçado por eles, ordenou que os soldados descessem e o tirassem à força do meio deles, levando-o para o quartel.
10Toen nu de twist nog heftiger werd, en de hoofd. man begon te vrezen, dat Paulus door hen zou worden verscheurd, gebood hij aan de soldaten, naar beneden te komen, hem uit hun midden weg te halen, en naar de burcht te geleiden.
11Na noite seguinte, o Senhor se colocou ao lado dele e disse: “Coragem, Paulo! Pois assim como você testemunhou a meu respeito em Jerusalém, assim você deve testemunhar também em Roma.”
11De nacht daarop verscheen hem de Heer, en sprak: Houd goede moed. Want zoals gij te Jerusalem van Mij hebt getuigd, zo moet gij het ook te Rome doen.
12Quando amanheceu, alguns dos judeus se uniram e se comprometeram sob maldição, dizendo que não comeriam nem beberiam até que tivessem matado Paulo.
12Toen het dag was geworden, vormden enige Joden een complot, en bezwoeren onder ede, te eten noch te drinken, eer ze Paulus hadden gedood.
13Havia mais de quarenta pessoas que tinham feito essa conspiração.
13Het waren er meer dan veertig, die deze samenzwering hadden gesmeed.
14Eles foram aos principais sacerdotes e aos anciãos, e disseram: “Nós nos comprometemos sob uma grande maldição a não provar nada até que tenhamos matado Paulo.
14Ze gingen nu tot de opperpriesters en oudsten, en zeiden: We hebben onder ede gezworen, niets te gebruiken, eer we Paulus hebben gedood.
15Agora, portanto, vocês, junto com o sinédrio, informem ao comandante que ele deve trazê-lo a vocês amanhã, como se fossem examinar o caso dele com mais exatidão. Nós estamos prontos para matá-lo antes que ele chegue perto.”
15Richt dus tezamen met de Hoge Raad het verzoek tot den hoofdman, dat hij hem opnieuw voor u laat brengen, onder voorwendsel, dat gij zijn zaak nauwkeurig wilt onderzoeken. Wij staan klaar, hem te doden, eer hij bij u is.
16Mas o filho da irmã de Paulo ouviu falar da emboscada, e ele foi, entrou no quartel e contou a Paulo.
16Maar de zoon van Paulus’ zuster had van de aanslag gehoord; hij kwam de burcht binnengelopen, en deelde het aan Paulus mee.
17Paulo chamou um dos centuriões e disse: “Leve este jovem ao comandante, pois ele tem algo para lhe contar.”
17Paulus riep een der honderdmannen, en zei: Breng dien jongeman naar den hoofdman; want hij heeft hem iets mede te delen.
18Então ele o tomou, levou-o ao comandante e disse: “Paulo, o prisioneiro, me chamou e pediu que eu trouxesse este jovem a você. Ele tem algo para lhe contar.”
18Deze nam hem mee, bracht hem bij den hoofdman, en sprak: De gevangene Paulus heeft me laten roepen, en me verzocht, dien jongeman bij u te brengen, omdat hij u iets te zeggen heeft.
19O comandante levou-o pela mão para um lugar reservado, perguntou-lhe em particular: “O que é que você tem para me contar?”
19De hoofdman vatte hem bij de hand, nam hem terzijde, en vroeg hem: Wat hebt ge mij te vertellen?
20Ele disse: “Os judeus concordaram em pedir a você que leve Paulo amanhã ao sinédrio, como se quisessem investigar o caso dele com mais exatidão.
20Hij zeide: De Joden hebben afgesproken, u te verzoeken, om Paulus morgen voor de Hoge Raad te brengen, onder voorwendsel, dat ze zijn zaak nauwkeuriger willen onderzoeken.
21Portanto, não ceda a eles, pois mais de quarenta homens estão de emboscada contra ele, os quais se comprometeram sob maldição a não comer nem beber até que o tenham matado. Agora eles estão prontos, esperando apenas a sua confirmação.”
21Geloof ze niet. Want meer dan veertig mannen hebben tegen hem een aanslag beraamd, en hebben onder ede gezworen, niet te eten of te drinken, eer ze hem hebben gedood; nu staan ze gereed, en wachten uw beslissing af.
22Então o comandante deixou o jovem ir, ordenando-lhe: “Não diga a ninguém que você me revelou estas coisas.”
22De hoofdman liet den jongeman heengaan, maar legde hem op, aan niemand te zeggen, dat hij hem dit had verteld.
23Ele chamou dois dos centuriões e disse: “Preparem duzentos soldados para irem até Cesareia, com setenta cavaleiros e duzentos lanceiros, à terceira hora da noite.”
23Toen riep hij twee honderdmannen, en zeide tot hen: Houdt tweehonderd soldaten, zeventig ruiters en tweehonderd lansdragers gereed, om tegen het derde uur van de nacht naar Cesarea te vertrekken.
24Ele pediu que providenciassem montarias, para que colocassem Paulo em uma, e o levassem em segurança ao governador Félix.
24Laat ze ook voor lastdieren zorgen, om daarop Paulus veilig naar den landvoogd Felix te brengen.
25Ele escreveu uma carta nestes termos:
25Want de overste was bang dat de Joden hem zouden oplichten en doden, en dat hij dan zelf beschuldigd zou worden, met geld te zijn omgekocht.)
26“Cláudio Lísias ao excelentíssimo governador Félix: Saudações.
26Hij schreef een brief van de volgende inhoud: Claudius Lúsias aan den edelen landvoogd Felix, heil!
27“Este homem foi preso pelos judeus e estava prestes a ser morto por eles, quando eu cheguei com os soldados e o resgatei, depois de saber que ele era romano.
27Toen deze man door de Joden gegrepen en bijna vermoord was, ben ik met het krijgsvolk tussenbeide gekomen en heb hem ontzet, omdat ik gehoord had, dat hij Romein was
28Desejando saber o motivo pelo qual o acusavam, eu o levei ao sinédrio deles.
28Daar ik wilde weten, waarvan ze hem beschuldigden, heb ik hem voor de Hoge Raad gebracht.
29Descobri que ele era acusado por questões da lei deles, mas que não havia contra ele nenhuma acusação digna de morte ou de prisão.
29Daar bevond ik, dat hij beschuldigd werd om twistvragen hunner Wet, maar dat hem niets werd ten laste gelegd, waarop doodstraf of gevangenis staat.
30Quando me informaram que os judeus preparavam uma emboscada contra o homem, eu o enviei a você imediatamente, ordenando também aos seus acusadores que apresentem as acusações contra ele diante de você. Saudações.”
30Daar men mij echter berichtte, dat er een aanslag tegen hem werd beraamd, heb ik hem aanstonds naar u gezonden, en tegelijk zijn beschuldigers doen weten, dat ze hun aanklacht tegen hem bij u moeten indienen. Vaarwel.
31Então os soldados, cumprindo as suas ordens, pegaram Paulo e o levaram de noite para Antipátride.
31Volgens ontvangen bevel voerden de soldaten ‘s nachts Paulus weg, en brachten hem naar Antipatris.
32Mas no dia seguinte, deixaram os cavaleiros irem com ele, e voltaram para o quartel.
32De volgende dag lieten ze de ruiters met hem verder trekken, en keerden zelf terug naar de burcht.
33Quando chegaram a Cesareia e entregaram a carta ao governador, também apresentaram Paulo a ele.
33Na aankomst te Cesarea overhandigde men de brief aan den landvoogd, en stelde ook Paulus te zijner beschikking.
34Quando o governador a leu, perguntou de qual província ele era. Quando soube que ele era da Cilícia, disse:
34Hij las de brief, en vroeg, uit welke provincie hij was. Toen hij vernam, dat hij van Cilicië was,
35“Eu o ouvirei quando os seus acusadores também chegarem.” E ordenou que ele fosse guardado no palácio de Herodes.
35zeide hij hem: Ik zal u in verhoor nemen, zodra ook uw beschuldigers zijn aangekomen. En hij gaf bevel, hem in het rechthuis van Herodes gevangen te houden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.