Acts 15
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And some coming down from Judea, taught the brethren: That except you be circumcised after the manner of Moses, you cannot be saved.
1Intussen waren er enige lieden uit Judea gekomen, die aan de broeders de leer verkondigden: Zo gij u niet laat besnijden volgens mosaïsch gebruik, kunt gij niet worden gered.
2And when Paul and Barnabas had no small contest with them, they determined that Paul and Barnabas, and certain others of the other side, should go up to the apostles and priests to Jerusalem about this question.
2Toen Paulus en Bárnabas zich hiertegen verzetten, en er een heftig geschil ontstond, besloot men, dat Paulus en Bárnabas met enige anderen van hen naar Jerusalem zouden gaan, en zich voor deze strijdvraag tot de apostelen en priesters zouden wenden.
3They therefore being brought on their way by the church, passed through Phenice, and Samaria, relating the conversion of the Gentiles; and they caused great joy to all the brethren.
3Nadat dus de gemeente hun uitgeleide gedaan had, trokken ze Fenicië en Samaria door; ze verhaalden er de bekering der heidenen, en bereidden daardoor grote vreugde aan alle broeders.
4And when they were come to Jerusalem, they were received by the church, and by the apostles and ancients, declaring how great things God had done with them.
4Bij hun aankomst te Jerusalem, werden ze door de gemeente en door de apostelen en priesters ontvangen, en gaven ze verslag van de grote dingen, die God door hen had gewrocht.
5But there arose some of the sect of the Pharisees that believed, saying: They must be circumcised, and be commanded to observe the law of Moses.
5Maar enigen van de sekte der farizeën, die gelovig waren geworden, kwamen er tegen op, en zeiden: Men moet ze besnijden, en ze gelasten, de Wet van Moses te onderhouden.
6And the apostles and ancients assembled to consider of this matter.
6De apostelen en de priesters kwamen derhalve bijeen, om deze zaak te onderzoeken.
7And when there had been much disputing, Peter, rising up, said to them: Men, brethren, you know, that in former days God made choice among us, that by my mouth the Gentiles should hear the word of the gospel, and believe.
7Toen men het niet eens kon worden, stond Petrus op, en sprak tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God reeds lang geleden mij onder u heeft uitverkoren, opdat de heidenen door mijn mond het woord van het evangelie zouden horen en zouden geloven.
8And God, who knoweth the hearts, gave testimony, giving unto them the Holy Ghost, as well as to us;
8En God, die de harten doorgrondt, heeft voor hen getuigd, door hun den Heiligen Geest te schenken, juist als aan ons.
9And put no difference between us and them, purifying their hearts by faith.
9Ook heeft Hij op geen enkel punt onderscheid gemaakt tussen ons en hen, maar hun harten gereinigd door het geloof.
10Now therefore, why tempt you God to put a yoke upon the necks of the disciples, which neither our fathers nor we have been able to bear?
10Welnu dan, zoudt gij God willen uitdagen, met een juk op de hals der leerlingen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij zelf hebben kunnen dragen?
11But by the grace of the Lord Jesus Christ, we believe to be saved, in like manner as they also.
11Neen; we geloven, dat wij worden gered door de genade van den Heer Jesus Christus, juist zoals zij.
12And all the multitude held their peace; and they heard Barnabas and Paul telling what great signs and wonders God had wrought among the Gentiles by them.
12Nu zweeg de hele vergadering en luisterde naar Bárnabas en Paulus, die de grote tekenen en wonderen verhaalden, welke God onder de heidenen door hen had verricht.
13And after they had held their peace, James answered, saying: Men, brethren, hear me.
13Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord, en sprak: Mannen broeders, luistert naar mij.
14Simon hath related how God first visited to take of the Gentiles a people to his name.
14Simon heeft u uiteengezet, hoe God reeds vroeger genadig op de heidenen heeft neergezien, om zich uit hen een volk te kiezen, tot eer van zijn Naam.
15And to this agree the words of the prophets, as it is written:
15Welnu, hiermee stemmen de woorden der pro feten overeen, zoals er geschreven staat
16After these things I will return, and will rebuild the tabernacle of David, which is fallen down; and the ruins thereof I will rebuild, and I will set it up:
16“Daarna zal Ik wederkeren En de vervallen hut van David oprichten, Haar puinen herstellen, En haar weer overeind doen staan;
17That the residue of men may seek after the Lord, and all nations upon whom my name is invoked, saith the Lord, who doth these things.
17Opdat de rest der mensen den Heer zou zoeken, Met alle volken, waarover mijn Naam is uitgeroepen! Zo spreekt de Heer, die deze dingen doet,
18To the Lord was his own work known from the beginning of the world.
18Die van eeuwigheid zijn bekend.”
19For which cause I judge that they, who from among the Gentiles are converted to God, are not to be disquieted.
19Daarom ben ik van oordeel, dat men het aan de heidenen, die zich tot God bekeren, niet moeilijk moet maken.
20But that we write unto them, that they refrain themselves from the pollutions of idols, and from fornication, and from things strangled, and from blood.
20Maar wel moet men hun voorschrijven, dat ze zich onthouden van wat door de afgoden besmet is, ook van ontucht van verstikt vlees en van bloed
21For Moses of old time hath in every city them that preach him in the synagogues, where he is read every sabbath.
21Want Moses heeft reeds lange tijd in iedere stad mensen, die hem prediken daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.
22Then it pleased the apostles and ancients, with the whole church, to choose men of their own company, and to send to Antioch, with Paul and Barnabas, namely, Judas, who was surnamed Barsabas, and Silas, chief men among the brethren.
22Toen besloten de apostelen, de priesters en de hele vergadering, enige mannen uit hun midden te kiezen, en ze met Paulus en Bárnabas naar Antiochië8 te zenden: het waren: Judas bijgenaamd Barsabbas, en Silas: mannen van aanzien onder de broeders.
23Writing by their hands: The apostles and ancients, brethren, to the brethren of the Gentiles that are at Antioch, and in Syria and Cilicia, greeting.
23Het volgend schrijven werd hun ter hand gesteld: De apostelen en de priesters, als broeders aan de broeders uit de heidenen te Antiochië en in Syrië en Cilicië: heil!
24Forasmuch as we have heard, that some going out from us have troubled you with words, subverting your souls; to whom we gave no commandment:
24Daar wij vernomen hebben, dat sommigen onzer, zonder enige opdracht van ons, u door hun woorden hebben verontrust, en uw gemoederen hebben geschokt,
25It hath seemed good to us, being assembled together, to choose out men, and to send them unto you, with our well beloved Barnabas and Paul:
25hebben wij eenparig goedgevonden, enige mannen uit te kiezen en tot u te zenden, tezamen met onze zeer geliefde Bárnabas en Paulus:
26Men that have given their lives for the name of our Lord Jesus Christ.
26mensen, die hun leven veil hebben voor de naam van onzen Heer Jesus Christus.
27We have sent therefore Judas and Silas, who themselves also will, by word of mouth, tell you the same things.
27Wij zenden u dus Judas en Silas, die u hetzelfde ook mondeling zullen meedelen.
28For it hath seemed good to the Holy Ghost and to us, to lay no further burden upon you than these necessary things:
28Want het heeft den Heiligen Geest en ons goedgedacht. u geen zwaardere last op te leggen, dan deze noodzakelijke voorschriften:
29That you abstain from things sacrificed to idols, and from blood, and from things strangled, and from fornication; from which things keeping yourselves, you shall do well. Fare ye well.
29dat gij u onthoudt van offervlees, van bloed en verstikt vlees, en van ontucht. Zo gij u daarvoor in acht neemt, handelt gij goed. Vaarwel.
30They therefore being dismissed, went down to Antioch; and gathering together the multitude, delivered the epistle.
30Ze namen dus afscheid, en vertrokken naar Antiochië, waar ze de gemeente bijeenriepen, en de brief overhandigden.
31Which when they had read, they rejoiced for the consolation.
31Ze lazen hem, en verheugden zich over de bemoedigende inhoud.
32But Judas and Silas, being prophets also themselves, with many words comforted the brethren, and confirmed them.
32Judas en Silas, die profeten waren, vermaanden ook zelf de broeders, en bemoedigden ze door een lange toespraak.
33And after they had spent some time there, they were let go with peace by the brethren, unto them that had sent them.
33Na enige tijd lieten de broeders hen in vrede naar hun lastgevers terugkeren.
34But it seemed good unto Silas to remain there; and Judas alone departed to Jerusalem.
34Maar Silas vond het beter, daar te blijven; Judas ging dus alleen naar Jerusalem terug.
35And Paul and Barnabas continued at Antioch, teaching and preaching, with many others, the word of the Lord.
35Ook Paulus en Bárnabas bleven te Antiochië; ze gaven daar onderricht, en preekten met nog veel anderen het woord des Heren.
36And after some days, Paul said to Barnabas: Let us return and visit our brethren in all the cities wherein we have preached the word of the Lord, to see how they do.
36Maar kort daarop zei Paulus tot Bárnabas: Laten we opnieuw de broeders gaan bezoeken in al de steden, waar we het woord des Heren hebben verkondigd, en zien. hoe het hun gaat.
37And Barnabas would have taken with them John also, that was surnamed Mark;
37Nu wilde Bárnabas ook Johannes meenemen. die ook Markus wordt genoemd;
38But Paul desired that he (as having departed from them out of Pamphylia, and not gone with them to the work) might not be received.
38maar Paulus achtte het niet raadzaam, iemand mee te nemen, die te Pamfúlië hen had verlaten, en hen niet bij het werk vergezeld had.
39And there arose a dissension, so that they departed one from another; and Barnabas indeed taking Mark, sailed to Cyprus.
39Hierover ontstond onenigheid, zodat ze van elkander gingen. Bárnabas nam Markus mee, en ging scheep naar Cyprus.
40But Paul choosing Silas, departed, being delivered by the brethren to the grace of God.
40Paulus koos Silas, en vertrok, nadat hij door de broeders aan Gods genade was aanbevolen.
41And he went through Syria and Cilicia, confirming the churches, commanding them to keep the precepts of the apostles and the ancients.
41Hij reisde Syrië en Cilicië door, en bevestigde de gemeenten.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.