Acts 14
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And it came to pass in Iconium, that they entered together into the synagogue of the Jews, and so spoke that a very great multitude both of the Jews and of the Greeks did believe.
1In Ikónium gingen ze eveneens de synagoge der Joden binnen, en spraken er zó, dat een grote menigte Joden en heidenen geloofde.
2But the unbelieving Jews stirred up and incensed the minds of the Gentiles against the brethren.
2Maar de Joden, die niet geloofden, hitsten de heidenen op, en verbitterden ze tegen de broeders.
3A long time therefore they abode there, dealing confidently in the Lord, who gave testimony to the word of his grace, granting signs and wonders to be done by their hands.
3Toch bleven ze er geruime tijd, en traden met vrijmoedigheid op; ze vertrouwden op den Heer, die getuigenis gaf voor het woord zijner genade, en door hun handen tekenen en wonderen deed.
4And the multitude of the city was divided; and some of them indeed held with the Jews, but some with the apostles.
4De bevolking der stad bleef verdeeld: enigen waren voor de Joden, anderen voor de apostelen.
5And when there was an assault made by the Gentiles and the Jews with their rulers, to use them contumeliously, and to stone them:
5Toen er nu onder de heidenen en onder de Joden met hun oversten een sterke beweging ontstond, om hen te mishandelen en te stenigen,
6They understanding it, fled to Lystra, and Derbe, cities of Lycaonia, and to the whole country round about, and were there preaching the gospel.
6vluchtten ze, zodra ze het merkten, naar Lustra en Derbe, de steden van Lukaónië en haar omgeving.
7And there sat a certain man at Lystra, impotent in his feet, a cripple from his mother’s womb, who never had walked.
7Ook daar verkondigden ze het evangelie.
8This same heard Paul speaking. Who looking upon him, and seeing that he had faith to be healed,
8Nu was er te Lustra een man, die geen kracht in zijn voeten bezat, en moest blijven zitten; hij was lam van zijn geboorte af, en had nog nooit kunnen lopen.
9Said with a loud voice: Stand upright on thy feet. And he leaped up, and walked.
9Ook hij hoorde Paulus spreken. Deze nam hem nauwkeurig op, zag, dat hij het geloof bezat, om redding te bekomen,
10And when the multitudes had seen what Paul had done, they lifted up their voice in the Lycaonian tongue, saying: The gods are come down to us in the likeness of men;
10en riep met luider stem: Sta recht op uw voeten. En hij sprong op, en liep.
11And they called Barnabas, Jupiter: but Paul, Mercury; because he was chief speaker.
11Toen de menigte zag, wat Paulus gedaan had, jubelde ze in het lukaonisch: De goden zijn in menselijke gedaante tot ons neergedaald.
12The priest also of Jupiter that was before the city, bringing oxen and garlands before the gate, would have offered sacrifice with the people.
12Bárnabas noemden ze Júpiter, en Paulus Hermes omdat deze het woord had gevoerd.
13Which, when the apostles Barnabas and Paul had heard, rending their clothes, they leaped out among the people, crying,
13En de priester van Júpiter, den beschermgod der stad, bracht stieren en kransen in de portieken, en wilde met het volk een offer brengen.
14And saying: Ye men, why do ye these things? We also are mortals, men like unto you, preaching to you to be converted from these vain things, to the living God, who made the heaven, and the earth, and the sea, and all things that are in them:
14Maar toen de apostelen Bárnabas en Paulus dit hoorden, scheurden ze hun kleren, wierpen zich onder de menigte,
15Who in times past suffered all nations to walk in their own ways.
15en riepen: Mannen, wat gaat gij beginnen? Ook wij zijn sterfelijke mensen, evenals gij. We komen u juist verkondigen, dat gij u van deze dwaasheden moet bekeren tot den levenden God. Hij is het, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is, gemaakt heeft;
16Nevertheless he left not himself without testimony, doing good from heaven, giving rains and fruitful seasons, filling our hearts with food and gladness.
16die in het verleden wel toeliet, dat alle volkeren hun eigen weg zouden gaan,
17And speaking these things, they scarce restrained the people from sacrificing to them.
17maar die Zich toch nooit onbetuigd heeft gelaten, juist door zijn weldaden: door van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven, door u in overvloed voedsel en vreugde des harten te schenken.
18Now there came thither certain Jews from Antioch, and Iconium: and persuading the multitude, and stoning Paul, drew him out of the city, thinking him to be dead.
18En zelfs door zó te spreken, konden ze ternauwernood het volk weerhouden, om offers aan hen te brengen.
19But as the disciples stood round about him, he rose up and entered into the city, and the next day he departed with Barnabas to Derbe.
19Maar nu kwamen er Joden van Antiochië en Ikónium. Ze praatten het volk om, stenigden Paulus, en sleurden hem buiten de stad, in de mening, dat hij dood was.
20And when they had preached the gospel to that city, and had taught many, they returned again to Lystra, and to Iconium, and to Antioch:
20Doch toen de leerlingen om hem heen kwamen staan, richtte hij zich op, en ging de stad binnen. De volgende dag vertrok hij met Bárnabas naar Derbe.
21Confirming the souls of the disciples, and exhorting them to continue in the faith: and that through many tribulations we must enter into the kingdom of God.
21En nadat ze in die stad het evangelie hadden verkondigd, en veel leerlingen hadden gewonnen, keerden ze over Lustra en Ikónium naar Antiochië terug.
22And when they had ordained to them priests in every church, and had prayed with fasting, they commended them to the Lord, in whom they believed.
22Ze bevestigden de leerlingen in hun goede gezindheid, vermaanden hen, om in het geloof te volharden, en zeiden, dat we door veel verdrukkingen het koninkrijk Gods moeten ingaan.
23And passing through Pisidia, they came into Pamphylia.
23In elke gemeente stelden ze, na bidden en vasten, door oplegging der handen priesters over hen aan, en bevalen ze aan bij den Heer, in wien ze hadden geloofd.
24And having spoken the word of the Lord in Perge, they went down into Attalia:
24Vervolgens trokken ze Pisidië door, en kwamen in Pamfúlië.
25And thence they sailed to Antioch, from whence they had been delivered to the grace of God, unto the work which they accomplished.
25En na te Perge het woord te hebben verkondigd, gingen ze naar Attália.
26And when they were come, and had assembled the church, they related what great things God had done with them, and how he had opened the door of faith to the Gentiles.
26Vandaar keerden ze per schip naar Antiochië3 terug, waar men hen aan Gods genade had toevertrouwd voor het werk, dat ze thans hadden volbracht.
27And they abode no small time with the disciples.
27Na hun aankomst riepen ze de gemeente bijeen, en verhaalden, wat grote dingen God door hen had verricht, en hoe Hij voor de heidenen de deur van het geloof had geopend.
no verse 28 in this text
28Geruime tijd bleven ze daar bij de leerlingen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.