Actuum Apostolorum 15
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Et quidam descendentes de Judæa docebant fratres: Quia nisi circumcidamini secundum morem Moysi, non potestis salvari.
1Intussen waren er enige lieden uit Judea gekomen, die aan de broeders de leer verkondigden: Zo gij u niet laat besnijden volgens mosaïsch gebruik, kunt gij niet worden gered.
2Facta ergo seditione non minima Paulo et Barnabæ adversus illos, statuerunt ut ascenderent Paulus et Barnabas, et quidam alii ex aliis ad Apostolos et presbyteros in Jerusalem super hac quæstione.
2Toen Paulus en Bárnabas zich hiertegen verzetten, en er een heftig geschil ontstond, besloot men, dat Paulus en Bárnabas met enige anderen van hen naar Jerusalem zouden gaan, en zich voor deze strijdvraag tot de apostelen en priesters zouden wenden.
3Illi ergo deducti ab ecclesia pertransibant Phœnicen et Samariam, narrantes conversionem gentium: et faciebant gaudium magnum omnibus fratribus.
3Nadat dus de gemeente hun uitgeleide gedaan had, trokken ze Fenicië en Samaria door; ze verhaalden er de bekering der heidenen, en bereidden daardoor grote vreugde aan alle broeders.
4Cum autem venissent Jerosolymam, suscepti sunt ab ecclesia, et ab Apostolis et senioribus, annuntiantes quanta Deus fecisset cum illis.
4Bij hun aankomst te Jerusalem, werden ze door de gemeente en door de apostelen en priesters ontvangen, en gaven ze verslag van de grote dingen, die God door hen had gewrocht.
5Surrexerunt autem quidam de hæresi pharisæorum, qui crediderunt, dicentes quia oportet circumcidi eos, præcipere quoque servare legem Moysi.
5Maar enigen van de sekte der farizeën, die gelovig waren geworden, kwamen er tegen op, en zeiden: Men moet ze besnijden, en ze gelasten, de Wet van Moses te onderhouden.
6Conveneruntque Apostoli et seniores videre de verbo hoc.
6De apostelen en de priesters kwamen derhalve bijeen, om deze zaak te onderzoeken.
7Cum autem magna conquisitio fieret, surgens Petrus dixit ad eos: Viri fratres, vos scitis quoniam ab antiquis diebus Deus in nobis elegit, per os meum audire gentes verbum Evangelii et credere.
7Toen men het niet eens kon worden, stond Petrus op, en sprak tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God reeds lang geleden mij onder u heeft uitverkoren, opdat de heidenen door mijn mond het woord van het evangelie zouden horen en zouden geloven.
8Et qui novit corda Deus, testimonium perhibuit, dans illis Spiritum Sanctum, sicut et nobis,
8En God, die de harten doorgrondt, heeft voor hen getuigd, door hun den Heiligen Geest te schenken, juist als aan ons.
9et nihil discrevit inter nos et illos, fide purificans corda eorum.
9Ook heeft Hij op geen enkel punt onderscheid gemaakt tussen ons en hen, maar hun harten gereinigd door het geloof.
10Nunc ergo quid tentatis Deum, imponere jugum super cervices discipulorum quod neque patres nostri, neque nos portare potuimus?
10Welnu dan, zoudt gij God willen uitdagen, met een juk op de hals der leerlingen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij zelf hebben kunnen dragen?
11sed per gratiam Domini Jesu Christi credimus salvari, quemadmodum et illi.
11Neen; we geloven, dat wij worden gered door de genade van den Heer Jesus Christus, juist zoals zij.
12Tacuit autem omnis multitudo: et audiebant Barnabam et Paulum narrantes quanta Deus fecisset signa et prodigia in gentibus per eos.
12Nu zweeg de hele vergadering en luisterde naar Bárnabas en Paulus, die de grote tekenen en wonderen verhaalden, welke God onder de heidenen door hen had verricht.
13Et postquam tacuerunt, respondit Jacobus, dicens: Viri fratres, audite me.
13Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord, en sprak: Mannen broeders, luistert naar mij.
14Simon narravit quemadmodum primum Deus visitavit sumere ex gentibus populum nomini suo.
14Simon heeft u uiteengezet, hoe God reeds vroeger genadig op de heidenen heeft neergezien, om zich uit hen een volk te kiezen, tot eer van zijn Naam.
15Et huic concordant verba prophetarum: sicut scriptum est:
15Welnu, hiermee stemmen de woorden der pro feten overeen, zoals er geschreven staat
16[Post hæc revertar, et reædificabo tabernaculum David quod decidit: et diruta ejus reædificabo, et erigam illud:
16“Daarna zal Ik wederkeren En de vervallen hut van David oprichten, Haar puinen herstellen, En haar weer overeind doen staan;
17ut requirant ceteri hominum Dominum, et omnes gentes super quas invocatum est nomen meum, dicit Dominus faciens hæc.
17Opdat de rest der mensen den Heer zou zoeken, Met alle volken, waarover mijn Naam is uitgeroepen! Zo spreekt de Heer, die deze dingen doet,
18Notum a sæculo est Domino opus suum.]
18Die van eeuwigheid zijn bekend.”
19Propter quod ego judico non inquietari eos qui ex gentibus convertuntur ad Deum,
19Daarom ben ik van oordeel, dat men het aan de heidenen, die zich tot God bekeren, niet moeilijk moet maken.
20sed scribere ad eos ut abstineant se a contaminationibus simulacrorum, et fornicatione, et suffocatis, et sanguine.
20Maar wel moet men hun voorschrijven, dat ze zich onthouden van wat door de afgoden besmet is, ook van ontucht van verstikt vlees en van bloed
21Moyses enim a temporibus antiquis habet in singulis civitatibus qui eum prædicent in synagogis, ubi per omne sabbatum legitur.
21Want Moses heeft reeds lange tijd in iedere stad mensen, die hem prediken daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.
22Tunc placuit Apostolis et senioribus cum omni ecclesia eligere viros ex eis, et mittere Antiochiam cum Paulo et Barnaba: Judam, qui cognominabatur Barsabas, et Silam, viros primos in fratribus:
22Toen besloten de apostelen, de priesters en de hele vergadering, enige mannen uit hun midden te kiezen, en ze met Paulus en Bárnabas naar Antiochië8 te zenden: het waren: Judas bijgenaamd Barsabbas, en Silas: mannen van aanzien onder de broeders.
23scribentes per manus eorum: Apostoli et seniores fratres, his qui sunt Antiochiæ, et Syriæ, et Ciliciæ, fratribus ex gentibus, salutem.
23Het volgend schrijven werd hun ter hand gesteld: De apostelen en de priesters, als broeders aan de broeders uit de heidenen te Antiochië en in Syrië en Cilicië: heil!
24Quoniam audivimus quia quidam ex nobis exeuntes, turbaverunt vos verbis, evertentes animas vestras, quibus non mandavimus,
24Daar wij vernomen hebben, dat sommigen onzer, zonder enige opdracht van ons, u door hun woorden hebben verontrust, en uw gemoederen hebben geschokt,
25placuit nobis collectis in unum eligere viros, et mittere ad vos cum carissimis nostris Barnaba et Paulo,
25hebben wij eenparig goedgevonden, enige mannen uit te kiezen en tot u te zenden, tezamen met onze zeer geliefde Bárnabas en Paulus:
26hominibus qui tradiderunt animas suas pro nomine Domini nostri Jesu Christi.
26mensen, die hun leven veil hebben voor de naam van onzen Heer Jesus Christus.
27Misimus ergo Judam et Silam, qui et ipsi vobis verbis referent eadem.
27Wij zenden u dus Judas en Silas, die u hetzelfde ook mondeling zullen meedelen.
28Visum est enim Spiritui Sancto et nobis nihil ultra imponere vobis oneris quam hæc necessaria:
28Want het heeft den Heiligen Geest en ons goedgedacht. u geen zwaardere last op te leggen, dan deze noodzakelijke voorschriften:
29ut abstineatis vos ab immolatis simulacrorum, et sanguine, et suffocato, et fornicatione: a quibus custodientes vos, bene agetis. Valete.
29dat gij u onthoudt van offervlees, van bloed en verstikt vlees, en van ontucht. Zo gij u daarvoor in acht neemt, handelt gij goed. Vaarwel.
30Illi ergo dimissi, descenderunt Antiochiam: et congregata multitudine tradiderunt epistolam.
30Ze namen dus afscheid, en vertrokken naar Antiochië, waar ze de gemeente bijeenriepen, en de brief overhandigden.
31Quam cum legissent, gavisi sunt super consolatione.
31Ze lazen hem, en verheugden zich over de bemoedigende inhoud.
32Judas autem et Silas, et ipsi cum essent prophetæ, verbo plurimo consolati sunt fratres, et confirmaverunt.
32Judas en Silas, die profeten waren, vermaanden ook zelf de broeders, en bemoedigden ze door een lange toespraak.
33Facto autem ibi aliquanto tempore, dimissi sunt cum pace a fratribus ad eos qui miserant illos.
33Na enige tijd lieten de broeders hen in vrede naar hun lastgevers terugkeren.
34Visum est autem Silæ ibi remanere: Judas autem solus abiit Jerusalem.
34Maar Silas vond het beter, daar te blijven; Judas ging dus alleen naar Jerusalem terug.
35Paulus autem et Barnabas demorabantur Antiochiæ, docentes et evangelizantes cum aliis pluribus verbum Domini.
35Ook Paulus en Bárnabas bleven te Antiochië; ze gaven daar onderricht, en preekten met nog veel anderen het woord des Heren.
36Post aliquot autem dies, dixit ad Barnabam Paulus: Revertentes visitemus fratres per universas civitates in quibus prædicavimus verbum Domini, quomodo se habeant.
36Maar kort daarop zei Paulus tot Bárnabas: Laten we opnieuw de broeders gaan bezoeken in al de steden, waar we het woord des Heren hebben verkondigd, en zien. hoe het hun gaat.
37Barnabas autem volebat secum assumere et Joannem, qui cognominabatur Marcus.
37Nu wilde Bárnabas ook Johannes meenemen. die ook Markus wordt genoemd;
38Paulus autem rogabat eum (ut qui discessisset ab eis de Pamphylia, et non isset cum eis in opus) non debere recipi.
38maar Paulus achtte het niet raadzaam, iemand mee te nemen, die te Pamfúlië hen had verlaten, en hen niet bij het werk vergezeld had.
39Facta est autem dissensio, ita ut discederent ab invicem, et Barnabas quidem, assumpto Marco, navigaret Cyprum.
39Hierover ontstond onenigheid, zodat ze van elkander gingen. Bárnabas nam Markus mee, en ging scheep naar Cyprus.
40Paulus vero, electo Sila, profectus est, traditus gratiæ Dei a fratribus.
40Paulus koos Silas, en vertrok, nadat hij door de broeders aan Gods genade was aanbevolen.
41Perambulabat autem Syriam et Ciliciam, confirmans ecclesias: præcipiens custodire præcepta Apostolorum et seniorum.
41Hij reisde Syrië en Cilicië door, en bevestigde de gemeenten.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.