اول تواریخ
Chapter 25
Old Persian Version (ترج…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

اول تواریخ 25

Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1و داود و سرداران لشکر بعضي از پسران آساف و هِيمان و يدُوتُون را به جهت خدمت جدا ساختند تا با بربط و عود و سنج نبوت نمايند؛ و شماره آناني که بر حسب خدمت خود به کار مي پرداختند اين است:
1De zonen van Asaf, Heman en Jedoetoen werden door David en de legeroversten aangewezen, om op de citers, harpen en cymbalen te spelen. Hier volgt een opsomming van hen, die met deze tak van dienst werden belast.
2و اما از بني آساف، زَکُّور و يوسف و نَتَنيا و اَشرَئيلَه پسران آساف زير حکم آساف بودند که بر حسب فرمان پادشاه نبوت مي نمود.
2De groep van Asaf: Zakkoer, Josef, Netanja, Asjaréla; het waren de zonen van Asaf, die onder leiding van Asaf de door den koning voorgeschreven muziek vol begeestering moesten uitvoeren.
3و از يدُوتُون، پسران يدُوتون جَدَليا و صَرِي و اَشعيا و حَشَبيا و مَتَّتيا شش نفر زير حکم پدر خويش يدُوتُون با بربطها بودند که با حمد و تسبيح خداوند نبوت مي نمود.
3De groep van Jedoetoen: Gedaljáhoe, Soeri, Jesjajáhoe, Chasjabjáhoe en Mattitjáhoe, in het geheel zes zonen van Jedoetoen, die onder leiding van hun vader Jedoetoen bij het loven en prijzen van Jahweh vol begeestering de citer moesten spelen.
4و از هَيمان، پسران هَيمان بُقِّيا و مَتَنيا و عُزّيئيل و شَبُوئيل و يريموت و حَنَنيا و حَناني و اَلِيآتَه و جدَّلتِي و رُومَمتِي عَزَر و يشبِقاشَه و مَلُّوتِي و هُوتير و مَحزِيوت.
4De groep van Heman: Boekki-jáhoe, Mattanjáhoe, Oezziël, Sjeboeël, Jerimot, Chananja, Chanani, Elijáta, Giddalti, Romamti-Ézer, Josjbekásja, Mallóti, Hotir en Machaziot, zonen van Heman;
5جميع اينها پسران هِيمان بودند که در کلام خدا به جهت برافراشتن بوق رايي پادشاه بود. و خدا به هِيمان چهارده پسر و سه دختر داد .
5ze waren allen zonen van Heman, den ziener, die den koning Gods woorden vertolkte; want om zijn aanzien te verhogen, had God aan Heman veertien zonen en drie dochters geschonken.
6جميع اينها زير فرمان پدران خويش بودند تا در خانه خداوند با سنج و عود و بربط بسرايند و زير دست پادشاه و آساف و يدُوتُون و هِيمان به خدمت خانه خدا بپردازند.
6Naar koninklijke verordening moesten ze allen onder leiding van hun vader Asaf, Jedoetoen en Heman met cymbalen, harpen en citers in het heiligdom van Jahweh de liederen begeleiden bij de eredienst in het huis van God.
7و شماره ايشان با برادران ايشان که سراييدن را به جهت خداوند آموخته بودند، يعني همه کسان ماهر دويست و هشتاد وهشت نفر بودند.
7Hun ambtgenoten meegerekend, die in de liederen van Jahweh waren geoefend, telden ze in het geheel tweehonderd acht en tachtig kunstenaars.
8و براي وظيفه هاي خود کوچک با بزرگ و معلم با تلميذ علي السويه قرعه انداختند.
8Om hun beurt vast te stellen wierpen zij het lot, de minderen evengoed als de voornamen, de deskundigen evengoed als de leerlingen.
9پس قرعه اولِ بني آساف براي يوسف بيرون آمد. و قرعه دوم براي جَدَليا و او و برادرانش و پسرانش دوازده نفر بودند.
9Het eerste lot viel op Josef, met zijn zonen en broeders twaalf man; het tweede op Gedaljáhoe, met zijn zonen en broeders twaalf man;
10و سوم براي زَکّور و پسران و برادران او دوازده نفر.
10het derde op Zakkoer, met zijn zonen en broeders twaalf man;
11و چهارم براي يصرِي و پسران و برادران او دوازده نفر.
11het vierde op Jisri, met zijn zonen en broeders twaalf man;,
12و پنجم براي نَتَنيا و پسران و برادران او دوازده نفر.
12het vijfde op Netanjáhoe, met zijn zonen en broeders twaalf man;
13و ششم براي بُقِّيا و پسران و برادران او دوازده نفر.
13het zesde op Boekki-jáhoe, met zijn zonen en broeders twaalf man;
14و هفتم براي يشَرئيله و پسران و برادران او دوازده نفر.
14het zevende op Jesjaréla, met zijn zonen en broeders twaalf man;
15و هشتم براي اِشَعيا و پسران و برادران او دوازده نفر.
15het achtste op Jesjajáhoe, met zijn zonen en broeders twaalf man;
16نهم براي مَتَنيا و پسران و برادران او دوازده نفر.
16het negende op Mattanjáhoe, met zijn zonen en broeders twaalf man;
17و دهم براي شِمعي و پسران او و برادران او دوازده نفر.
17het tiende op Sjimi, met zijn zonen en broeders twaalf man;
18و يازدهم براي عَزَرئيل و پسران و برادران او دوازده نفر.
18het elfde op Azarel, met zijn zonen en broeders twaalf man;
19و دوازدهم براي حَشَبيا و پسران و برادران او دوازده نفر.
19het twaalfde op Chasjabja, met zijn zonen en broeders twaalf man;
20و سيزدهم براي شُوبائيل و پسران و برادران او دوازده نفر.
20het dertiende op Sjoebaël, met zijn zonen en broeders twaalf man;
21و چهاردهم براي مَتَّتيا و پسران و برادران او دوازده نفر.
21het veertiende op Mattitjáhoe, met zijn zonen en broeders twaalf man;
22و پانزدهم براي يريموت و پسران و برادران او دوازده نفر.
22het vijftiende op Jeremot, met zijn zonen en broeders twaalf man;
23و شانزدهم براي حَنَنيا و پسران و برادران او دوازده نفر.
23het zestiende op Chananjáhoe, met zijn zonen en broeders twaalf man;
24و هفدهم براي يشبَقاشه و پسران و برادران او دوازده نفر.
24het zeventiende op Josjbekásja, met zijn zonen en broeders twaalf man;
25و هجدهم براي حَنانِي و پسران و برادران او دوازده نفر.
25het achttiende op Chanani, met zijn zonen en broeders twaalf man;
26و نوزدهم براي مَلوتي و پسران و برادران او دوازده نفر.
26het negentiende op Mallóti, met zijn zonen en broeders twaalf man;
27و بيستم براي اِيلِيآتَه و پسران و برادران او دوازده نفر.
27het twintigste op Eli-játa, met zijn zonen en broeders twaalf man;
28و بيست و يکم براي هُوتير و پسران و برادران او دوازده نفر.
28het een en twintigste op Hotir, met zijn zonen en broeders twaalf man;
29و بيست و دوم براي جِدَّلتِي و پسران و برادران او دوازده نفر.
29het twee en twintigste op Giddalti, met zijn zonen en broeders twaalf man;
30و بيست و سوم براي مَحزِيوت و پسران و برادران او دوازده نفر.
30het drie en twintigste op Machaziot, met zijn zonen en broeders twaalf man;
31و بيست و چهارم براي رُومَمتِي عَزَر و پسران و برادران او دوازده نفر.
31het vier en twintigste op Romamti, met zijn zonen en broeders twaalf man.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.