Jozua
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Daarna zond Josuë, de zoon van Noen, van Sjittim uit heimelijk twee verkenners met de opdracht: Gaat het land en vooral Jericho verkennen. Dezen trokken er dus op uit, en namen hun intrek in het huis van een deerne, die Rachab heette, om er te overnachten.
1Йозуа же Нуненко послав із Ситтима два чоловіки на розглядини потай миру та й наказав: Ідїть огледїте країну до Ерихона. І пійшли вони тай зайшли в хату до блудницї, на имя Рагаба, та й полягали там спати.
2Men berichtte aan den koning van Jericho: Er zijn vannacht Israëlieten hier gekomen, om het land te verspieden.
2І донесено цареві Ерихонському: Прийшли сьогодьнї в ночі якісь люде з Ізрайлитян на розглядини в землю.
3Nu liet de koning van Jericho Rachab aanzeggen: Lever de mannen uit, die naar u toe kwamen, en uw huis zijn binnengegaan; want ze zijn gekomen, om heel het land te verspieden.
3І послав цар Ерихонський до Рагаби з наказом: Видай людей, що прийшли до тебе тай увійшли до тебе в хату, бо вони прийшли розгледїти всю країну.
4Doch de vrouw nam de beide mannen mee, verborg ze, en zeide: Die mannen zijn wel bij me geweest, maar ik heb niet geweten, waar ze vandaan kwamen.
4Молодиця ж узяла обох чоловіків і сховала їх, та й каже тодї: Се так, приходило до мене двох, та я не знала, звідкі вони;
5En juist, toen men tegen het donker de poort wilde sluiten, zijn die mannen vertrokken; ik weet niet, waar ze gebleven zijn. Zet ze vlug achterna, dan kunt ge ze nog inhalen.
5А як засовувано ввечорі потемки двері, так вони й пійшли собі. Куди сї люде пійшли, не знаю; однакже наздоганяйте їх швидко, так певно наздоженете!
6Maar zij had de mannen naar het dak gebracht, en ze verborgen onder vlasstengels, die zij op het dak had uitgespreid.
6Вона ж одвела їх на крівлю хати, та й сховала в снопах льону, що складено було в неї на горищі.
7De mannen achtervolgden hen dan naar de Jordaan, in de richting van de doorwaadbare plaatsen, en men sloot de poort, zodra hun vervolgers eruit waren gegaan.
7Люде ж ті вганяли за ними по дорозї до Йорданї, до броду, а міські ворота замкнено, скоро повиходили люде, що за ними гнались.
8Maar eer de mannen gingen slapen, klom ze bij hen op het dak,
8Перше ж нїж повкладались ті спати, прийшла вона до них на горище,
9en zeide tot hen: Ik weet, dat Jahweh dit land voor u bestemd heeft, en dat wij angst voor u hebben, en alle bewoners van het land voor u beven.
9Та й каже їм: Я добре знаю, що Господь надїлив сю землю вам, бо на нас напав страх перед вами і всї осадники сієї землї помлїли перед вами;
10Want we hebben vernomen, hoe bij uw uittocht uit Egypte Jahweh het water van de Rode Zee voor u heeft doen opdrogen, en hoe gij de twee amorietische koningen aan de overzijde van de Jordaan hebt behandeld, Sichon en Og, die ge met de ban hebt geslagen.
10Бо ми чували про те, як Господь висушив воду в Червоному морі перед вами, як ійшли ви з Египту, і що ви вчинили обом царям Аморійським, що були по тім боцї Йорданї, Сигонові та Огові, що ви їх вигубили;
11Toen we dat hoorden, is ons de schrik om het hart geslagen, en is iedereen de moed ontzonken uit angst voor u. Want Jahweh, uw God, is God in de hemel daarboven en op de aarde beneden.
11Як же ми про те перечули, так серця повдавались у тугу і в кожнього зомлїло серце перед вами; бо Господь, Бог ваш, се Бог на небі вгорі і на землї внизу.
12Zweert me nu bij Jahweh dat gij u over mijn familie zult ontfermen, zoals ik mij over u heb ontfermd. Geeft me ook een vertrouwbaar teken,
12Тим же то забожітесь менї Господом, що за мою добрість до вас і ви покажете добрість домові отця мого тай дайте менї вірний знак,
13dat ge mijn vader en moeder, mijn broers en zusters, en al de hunnen zult sparen, en ons van de dood zult redden.
13Що ви батька мого й матїр мою, братів моїх і сестер моїх, тай усе домовництво їх зоставите живими, і нас обороните від смертї.
14De mannen antwoordden haar: Wij staan met ons leven voor u in. Als gij onze plannen niet aanbrengt, dan zullen wij, wanneer Jahweh ons het land heeft overgeleverd, ons zeker over u ontfermen.
14І відказали їй чоловіки: Наші душі позакладуємо за ваші душі, коли не зрадите нас у нашій справі; і як оддасть нам Господь сю землю, ми до тебе обернемось із добрістю й щиростю
15Toen liet ze hen langs een touw door het venster naar beneden zakken; want haar huis stond tegen de binnenkant van de stadsmuur, zodat ze eigenlijk in de muur woonde.
15Тодї вона поспускала їх вікном по мотузові додолу: бо хата її була при міському мурі, і жила вона коло муру.
16Ze sprak tot hen: Gaat het gebergte in, opdat de vervolgers u niet tegenkomen; houdt u daar drie dagen schuil, totdat ze zijn teruggekeerd, en gaat dan verder uws weegs.
16І мовляла вона їм: Берітесь у гори, ато погоня наткнеться на вас; загайтесь там ховаючись три днї, покіль погоня вернеться, а там уже пійдете своєю дорогою.
17De mannen zeiden tot haar:
17І відказали їй чоловіки: Ми ж додержимо божби, що примусила нас побожитись.
18Als we het land binnentrekken, moet ge dit rode koord aan het venster binden, waardoor ge ons omlaag hebt gelaten, en uw vader en moeder, uw broers en heel uw familie in dit huis bij elkaar brengen.
18Як же увійдемо вʼцю землю, мусиш тодї привязати червону мотузку тут до вікна, що спустила нас додолу, та поприводь у хату до себе твого батька, і твою матїр і твої брати і всю родину вашу.
19Als dan iemand de deur van uw huis uitgaat, dan komt zijn bloed op zijn eigen hoofd neer, en zullen wij er geen schuld aan hebben; maar slaat men de hand aan iemand, die in uw huis is, dan komt zijn bloed op ons hoofd.
19Хто тодї вийде за твої ворота на улицю, кров його буде на його голові, а ми будемо безвінні. Усї ж ті, що будуть із тобою тут, за них ми одвічати мем, коли б хто приторкнувсь до них.
20Als ge echter onze plannen verraadt, zijn wij van de eed ontslagen, die ge ons hebt doen zweren.
20Коли ж ти зрадиш нас у ʼцїй нашій справі, ми будемо свобідні від сієї нашої божби, що мусїли побожитись тобі.
21Zij antwoordde: Afgesproken, zoals ge gezegt hebt! Ze liet hen vertrekken, en bond het rode koord aan het venster.
21Вона ж їм каже: Нехай станеться по вашому слову. Тут відпустила їх, і пійшли вони своєю дорогою, а вона привязала до вікна червону мотузку.
22Zij gingen heen, trokken het gebergte in, en bleven daar drie dagen, totdat de achtervolgers waren teruggekeerd; dezen hadden overal gezocht, maar niets gevonden.
22І побрались вони в гори та й гаялись там три днї, покіль погоня вернулась. Погоня ж шукала їх скрізь по дорозї, та не знайшла.
23Toen maakten de twee mannen rechtsomkeert, daalden het gebergte af, trokken de Jordaan over, en begaven zich naar Josuë, den zoon van Noen, wien ze alles vertelden, wat ze hadden beleefd.
23Вернулись потім два чоловіки і спустились із гір, а перейшовши Йордань, прийшли до Йозея Нуненка, і оповіли йому про все, що спіткало їх.
24En ze zeiden tot Josuë: Jahweh heeft ons het hele land in handen geleverd; alle bewoners van het land zijn voor ons met schrik geslagen.
24І промовив Йозей: Подав нам Господь в руки всю землю: бо й усї осадники тієї краіни помлїли перед нами.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.