Jozua
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Daarna zond Josuë, de zoon van Noen, van Sjittim uit heimelijk twee verkenners met de opdracht: Gaat het land en vooral Jericho verkennen. Dezen trokken er dus op uit, en namen hun intrek in het huis van een deerne, die Rachab heette, om er te overnachten.
1ヌンの子ヨシュアは、シティムから二人の男をひそかに偵察に遣わし、「行って、特にエリコとその地を探れ」と言った。二人は行き、ラハブという遊女の家に入って、そこに泊まった。
2Men berichtte aan den koning van Jericho: Er zijn vannacht Israëlieten hier gekomen, om het land te verspieden.
2エリコの王に、「見よ、 今夜、イスラエルの人々の中から、この地を探るために男たちが入って来ました」と知らされた。
3Nu liet de koning van Jericho Rachab aanzeggen: Lever de mannen uit, die naar u toe kwamen, en uw huis zijn binnengegaan; want ze zijn gekomen, om heel het land te verspieden.
3エリコの王はラハブに使いを遣わして言った。「あなたのもとに来て、あなたの家に入った男たちを連れ出しなさい。彼らは全土を探るために来たからだ。」
4Doch de vrouw nam de beide mannen mee, verborg ze, en zeide: Die mannen zijn wel bij me geweest, maar ik heb niet geweten, waar ze vandaan kwamen.
4しかし女は二人をかくまい、こう答えた。「確かに男たちは私のところに来ましたが、どこから来たのかは知りませんでした。
5En juist, toen men tegen het donker de poort wilde sluiten, zijn die mannen vertrokken; ik weet niet, waar ze gebleven zijn. Zet ze vlug achterna, dan kunt ge ze nog inhalen.
5暗くなり、門が閉まるころ、男たちは出て行きました。どこへ行ったのかは知りません。急いで追えば、追いつけるでしょう。」
6Maar zij had de mannen naar het dak gebracht, en ze verborgen onder vlasstengels, die zij op het dak had uitgespreid.
6実は彼女は二人を屋上へ上らせ、そこに並べてあった亜麻の茎の下に隠していた。
7De mannen achtervolgden hen dan naar de Jordaan, in de richting van de doorwaadbare plaatsen, en men sloot de poort, zodra hun vervolgers eruit waren gegaan.
7追っ手はヨルダン川の浅瀬へ向かう道を彼らの後を追って行った。追っ手が出て行くとすぐに、門は閉ざされた。
8Maar eer de mannen gingen slapen, klom ze bij hen op het dak,
8二人が寝る前に、彼女は屋上の彼らのところに上がって来て、
9en zeide tot hen: Ik weet, dat Jahweh dit land voor u bestemd heeft, en dat wij angst voor u hebben, en alle bewoners van het land voor u beven.
9彼女は男たちに言った。「主がこの地をあなたがたに与えられたことを、私は知っています。あなたがたへの恐れが私たちを襲い、この地の住民は皆、あなたがたの前で震え上がっています。
10Want we hebben vernomen, hoe bij uw uittocht uit Egypte Jahweh het water van de Rode Zee voor u heeft doen opdrogen, en hoe gij de twee amorietische koningen aan de overzijde van de Jordaan hebt behandeld, Sichon en Og, die ge met de ban hebt geslagen.
10あなたがたがエジプトから出て来たとき、主があなたがたの前で紅海の水を枯らされたこと、また、あなたがたがヨルダン川の向こう側にいたアモリ人の二人の王、シホンとオグを完全に滅ぼしたことを、私たちは聞いているからです。
11Toen we dat hoorden, is ons de schrik om het hart geslagen, en is iedereen de moed ontzonken uit angst voor u. Want Jahweh, uw God, is God in de hemel daarboven en op de aarde beneden.
11それを聞いたとき、私たちの心はくじけ、あなたがたのために、だれにも勇気が残りませんでした。あなたがたの神、主こそ、上は天においても、下は地においても神であられるからです。
12Zweert me nu bij Jahweh dat gij u over mijn familie zult ontfermen, zoals ik mij over u heb ontfermd. Geeft me ook een vertrouwbaar teken,
12どうか今、主にかけて私に誓ってください。私はあなたがたに真実を尽くしました。あなたがたも私の父の家に真実を尽くし、その確かなしるしを与えてください。
13dat ge mijn vader en moeder, mijn broers en zusters, en al de hunnen zult sparen, en ons van de dood zult redden.
13そして、私の父、母、兄弟、姉妹、および彼らに属するすべての者を生かし、私たちの命を死から救い出してください。」
14De mannen antwoordden haar: Wij staan met ons leven voor u in. Als gij onze plannen niet aanbrengt, dan zullen wij, wanneer Jahweh ons het land heeft overgeleverd, ons zeker over u ontfermen.
14男たちは彼女に言った。「私たちのことを漏らさないなら、あなたがたの命の代わりに私たちの命を差し出そう。主がこの地を私たちに与えられるとき、あなたに真実と慈しみを尽くす。」
15Toen liet ze hen langs een touw door het venster naar beneden zakken; want haar huis stond tegen de binnenkant van de stadsmuur, zodat ze eigenlijk in de muur woonde.
15そこで彼女は窓から綱で彼らを降ろした。彼女の家は城壁の側面にあり、彼女は城壁の中に住んでいたからである。
16Ze sprak tot hen: Gaat het gebergte in, opdat de vervolgers u niet tegenkomen; houdt u daar drie dagen schuil, totdat ze zijn teruggekeerd, en gaat dan verder uws weegs.
16彼女は彼らに言った。「追っ手に見つからないように、山へ行きなさい。追っ手が戻って来るまで三日間そこに隠れていなさい。その後、自分たちの道を行きなさい。」
17De mannen zeiden tot haar:
17男たちは彼女に言った。「あなたが私たちに誓わせたこの誓いについて、次の条件が守られなければ、私たちに責任はない。
18Als we het land binnentrekken, moet ge dit rode koord aan het venster binden, waardoor ge ons omlaag hebt gelaten, en uw vader en moeder, uw broers en heel uw familie in dit huis bij elkaar brengen.
18私たちがこの地に入るとき、私たちを降ろした窓に、この緋色のひもを結びつけておきなさい。父、母、兄弟、父の家の者を皆、あなたの家に集めておきなさい。
19Als dan iemand de deur van uw huis uitgaat, dan komt zijn bloed op zijn eigen hoofd neer, en zullen wij er geen schuld aan hebben; maar slaat men de hand aan iemand, die in uw huis is, dan komt zijn bloed op ons hoofd.
19あなたの家の戸口から通りへ出る者はだれでも、その血は彼自身の頭に帰し、私たちは責任を免れる。しかし、あなたと一緒に家の中にいる者にだれかが手を下すなら、その血は私たちの頭に帰する。
20Als ge echter onze plannen verraadt, zijn wij van de eed ontslagen, die ge ons hebt doen zweren.
20だが、もしあなたが私たちのこの事について話すなら、あなたが私たちに誓わせたこの誓いについて、私たちは責任を免れる。」
21Zij antwoordde: Afgesproken, zoals ge gezegt hebt! Ze liet hen vertrekken, en bond het rode koord aan het venster.
21彼女は「お言葉どおりにします」と答え、二人を送り出した。二人が去ると、彼女は窓に緋色のひもを結んだ。
22Zij gingen heen, trokken het gebergte in, en bleven daar drie dagen, totdat de achtervolgers waren teruggekeerd; dezen hadden overal gezocht, maar niets gevonden.
22彼らは行き、山に着き、追っ手が戻るまで三日間そこにとどまった。追っ手はその道中くまなく捜したが、彼らを見つけられなかった。
23Toen maakten de twee mannen rechtsomkeert, daalden het gebergte af, trokken de Jordaan over, en begaven zich naar Josuë, den zoon van Noen, wien ze alles vertelden, wat ze hadden beleefd.
23それから二人の男は戻り、山を下って川を渡り、ヌンの子ヨシュアのところに来た。そして彼らに起こったすべてのことを彼に告げた。
24En ze zeiden tot Josuë: Jahweh heeft ons het hele land in handen geleverd; alle bewoners van het land zijn voor ons met schrik geslagen.
24彼らはヨシュアに言った。「本当に、主はその全土を私たちの手に引き渡されました。その地のすべての住民は、私たちの前に震え上がっています。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.