Jozua 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Nadat dan het hele volk over de Jordaan was getrokken, sprak Jahweh tot Josuë:
1全国民がヨルダン川を完全に渡り終えたとき、主はヨシュアに告げられた。
2Kiest u uit dit volk twaalf mannen, één uit iedere stam,
2「民の中から、各部族から一人ずつ、十二人の男たちを取り、
3en beveelt hun: Neemt hier midden uit de Jordaan, waar de voeten van de priesters hebben gestaan, twaalf stenen; draagt ze met u mee naar de plek, waar ge vannacht verblijven zult, en richt ze daar op.
3彼らに命じて言いなさい。『ヨルダン川の真ん中から、すなわち祭司たちの足がしっかりと立った場所から、十二個の石を取りなさい。それらをあなたがたと一緒に運び、今夜あなたがたが宿営する宿営地に置きなさい。』」
4Josuë riep dus twaalf mannen, die hij onder de Israëlieten aanwees, uit elke stam één,
4そこでヨシュアは、イスラエルの人々の中から用意していた十二人の男たちを、各部族から一人ずつ呼び寄せた。
5en sprak tot hen: Trekt op tot bij de ark van Jahweh, uw God, in het midden van de Jordaan, en neemt ieder één steen op uw schouders, naar het getal van de stammen van Israëls kinderen,
5ヨシュアは彼らに言った。「あなたがたの神、主の箱の前に進み出てヨルダン川の真ん中に行き、イスラエルの人々の部族の数に従って、それぞれ石を一つずつ肩に担ぎ上げなさい。
6opdat die onder u ten teken zijn. En wanneer dan later uw zonen vragen: “Wat beduiden die stenen voor u?”
6それはあなたがたの間でしるしとなる。後の日に子らが『これらの石は何を意味するのですか』と尋ねるなら、
7zult ge hun antwoorden: “Omdat het water van de Jordaan voor de ark van Jahweh’s Verbond verdween, toen de ark de Jordaan overtrok: omdat het water van de Jordaan verdween, daarom zijn deze stenen een altijddurend gedenkteken voor de kinderen Israëls”.
7こう答えなさい。『主の契約の箱の前で、ヨルダン川の水が断たれた。箱がヨルダン川を渡ったとき、水が断たれたのである。』これらの石は、イスラエルの人々にとって永遠の記念となる。」
8De Israëlieten deden dus, zoals Josuë hun had bevolen; ze namen uit het midden van de Jordaan twaalf stenen op naar het getal der israëlietische stammen, zoals Jahweh het Josuë bevolen had, droegen ze mee naar het nachtkwartier en richtten ze daar op.
8イスラエルの人々はヨシュアが命じたとおりに行った。主がヨシュアに語られたように、イスラエルの人々の部族の数に従って、ヨルダン川の真ん中から十二個の石を取り上げた。彼らはそれを自分たちと一緒に宿営地に運び、そこに置いた。
9Tevens plaatste Josuë twaalf stenen midden in de Jordaan op de plaats, waar de voeten van de priesters, die de ark des Verbonds droegen, hadden gerust; ze zijn daar nog tot op de dag van heden.
9ヨシュアはヨルダン川の真ん中、すなわち契約の箱を担いだ祭司たちの足が立った場所に十二個の石を立てた。それらは今日に至るまでそこにある。
10Intussen waren de priesters, die de ark droegen, midden in de Jordaan blijven staan, totdat alles geschied was, wat Jahweh Josuë had opgedragen, aan het volk te bevelen. In aller ijl trok het volk naar de andere kant;
10モーセがヨシュアに命じたすべてのことに従って、主が民に告げるようにヨシュアに命じられたすべてのことが終わるまで、箱を担ぐ祭司たちはヨルダン川の真ん中に立っていた。そして民は急いで渡った。
11en toen het hele volk over was, trok ook de ark van Jahweh over, en gingen de priesters weer aan de spits van het volk.
11すべての民が完全に渡り終えたとき、主の箱は祭司たちとともに民の目の前で渡った。
12Ook de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam van Manasse trokken over, en gingen gewapend voor Israël uit, zoals Moses het hun had bevolen;
12モーセが彼らに語ったように、ルベン人、ガド人、マナセの半部族は武装してイスラエルの人々の先頭に立って渡った。
13ze telden veertigduizend man ongeveer, die voor Jahweh ten strijde uittrokken naar de vlakte van Jericho.
13戦いの備えをした約四万人が、主の御前を通り、戦うためにエリコの平野へ渡って行った。
14Die dag verheerlijkte Jahweh Josuë in de ogen van heel Israël, zodat ze hem heel zijn leven vreesden, zoals ze Moses hadden gevreesd.
14その日、主は全イスラエルの目の前でヨシュアを大いなる者とされた。彼らはモーセの生涯のすべての日の間彼を恐れたように、ヨシュアを恐れた。
15Nu sprak Jahweh tot Josuë:
15主はヨシュアに告げられた。
16Beveel de priesters, die de ark des Verbonds dragen, dat ze uit de Jordaan komen.
16「契約の箱を担ぐ祭司たちに、ヨルダン川から上がって来るように命じなさい。」
17En Josuë beval de priesters: Komt de Jordaan uit.
17そこでヨシュアは祭司たちに命じて言った。「ヨルダン川から上がって来なさい。」
18Zodra nu de priesters, die de ark van Jahweh’s Verbond droegen, uit het midden van de Jordaan waren gekomen, en de voetzolen der priesters het droge hadden bereikt, hernam het water van de Jordaan zijn loop, en trad weer buiten zijn oevers als vroeger.
18主の契約の箱を担ぐ祭司たちがヨルダン川の中から上がり、その足の裏が乾いた地面に触れたとき、ヨルダン川の水は元の場所へ戻り、以前のように両岸にあふれた。
19Op de tiende dag van de eerste maand trok het volk van de Jordaan weg, en sloeg zijn legerplaats te Gilgal op, aan de oostelijke grens van Jericho.
19民は第一の月の十日にヨルダン川から上がり、エリコの東の境界にあるギルガルに宿営した。
20De twaalf stenen, die men uit de Jordaan had meegenomen, liet Josuë nu te Gilgal oprichten,
20ヨシュアは、彼らがヨルダン川から取ったそれら十二個の石をギルガルに立てた。
21terwijl hij tot de Israëlieten sprak: Als later uw zonen aan hun vaders vragen: “Wat hebben deze stenen te beduiden?”
21ヨシュアはイスラエルの人々に言った。「後の日に、子らが父親に『これらの石は何を意味するのですか』と尋ねるなら、
22moet ge uw zonen vertellen: “Droogvoets trok Israël hier over de Jordaan!”
22あなたがたは子らに知らせて言いなさい。『イスラエルは乾いた地面を歩いてこのヨルダン川を渡った。
23Want Jahweh, uw God, heeft het water van de Jordaan voor u doen opdrogen, totdat ge er over waart, zoals Jahweh, uw God, met de Rode Zee heeft gedaan, die Hij voor ons heeft drooggelegd, totdat wij er over waren:
23あなたがたの神、主が、わたしたちが渡り終えるまで紅海をわたしたちの前で枯らされたように、あなたがたの神、主は、あなたがたが渡り終えるまでヨルダン川の水をあなたがたの前で枯らされたからである。
24opdat alle volken der aarde zouden weten, dat de hand van Jahweh machtig is, en gij Jahweh, uw God, voor altijd zoudt vrezen!
24それは、地上のすべての民が主の御手の力強さを知り、あなたがたがいつまでも、あなたがたの神、主を恐れるためである。』」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.